Duitse SPD heeft geen antwoord op Die Linke

De leider van de Duitse sociaal-democraten, Kurt Beck, bevindt zich in een benarde positie. Het lukt hem maar niet om goed in te spelen op de politieke concurrentie van links.

Berlijn, 22 maart. - Het probleem van de voorzitter van de Duitse sociaal-democratische partij SPD wordt steeds groter. Kurt Beck tuimelt in de peilingen. Een donderdag gepubliceerd opinieonderzoek wijst uit dat niet hij, maar minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier de beste kandidaat van de SPD zou zijn voor het ambt van bondskanselier.

Het zijn maar peilingen – en een beetje politicus weet dat die niet alles zeggen. Politici in Duitsland moeten Ausdauer hebben; uithoudingsvermogen en geduld om tegenslagen te kunnen uitzitten. Kurt Beck heeft dat en hij is niet van plan om op te geven. Zegt hij. Maar zijn politieke overleven is in z’n eigen partij inzet geworden van een debat dat de voorzitter maar niet kan sussen.

Beck (59) is premier van de deelstaat Rijnland-Palts en trad in 2006 aan als SPD-voorzitter. Haast alles aan zijn benarde positie is terug te voeren op de uitslag van de deelstaatverkiezingen in Hessen in januari. Zijn partij won flink wat stemmen maar werd nét niet de grootste. Naast de SPD, de christen-democratische CDU, de Groenen en de liberale FDP haalde een vijfde partij de kiesdrempel: Die Linke, deels oud-communisten die voortkomen uit de voormalige DDR. Plaaggeesten van Kurt Beck en nagel aan de doodskist van de SPD.

Beck noemt ze steevast „de zogenaamde Linkspartij” alsof Die Linke niet links is en eigenlijk ook niet echt bestaat. Maar de linkse concurrentie van de SPD is wel degelijk reëel geworden in grote delen van Duitsland. Dat riep eerder al de vraag op of de sociaal-democraten wellicht zouden moeten samenwerken met Die Linke, die velen onbetrouwbaar vinden en ongeschikt om te regeren. Becks antwoord luidde steevast: met Die Linke wordt niet samengewerkt.

Totdat hij zich in een onbewaakt moment liet ontvallen dat dit misschien toch zou moeten, om een patstelling bij de formatie in Hessen te doorbreken. Vanaf dat ogenblik begonnen voor Beck de problemen. Hem werd woordbreuk verweten. Tegenstellingen in de SPD over een eventuele samenwerking met Die Linke werden publiekelijk uitgevochten. Wat daarbij vooral aan het licht kwam was Becks onvermogen – en dat van de hele SPD – om een duidelijke koers uit te zetten ten opzichte van de links-radicalen.

Gregor Gysi, fractievoorzitter van Die Linke in de Bondsdag, leunt achterover en zegt dat de SPD de opkomst van Die Linke aan zichzelf te danken heeft. Volgens hem hoefde Die Linke alleen maar in het gat te stappen dat de sociaal-democraten „met hun neoliberale politiek van toenmalig bondskanselier Gerhard Schröder” hebben geschapen.

De huidige populariteit van Die Linke heeft te maken met een toenemende kloof in Duitsland tussen arm en rijk, zegt Gysi. Met onbegrepen globalisering, met het gevoel dat er iets grondig mis is met de sociale rechtvaardigheid en met zaken die voor Otto Normalverbraucher onacceptabel zijn: pensioen met 67 jaar, een kortere duur van de uitkeringen en achteruitgang van inkomen in een tijd van economische groei.

„Dat heeft de SPD laten gebeuren. Dan kan men ons toch niet kwalijk nemen dat wij daarvan profiteren?”, zegt Gysi. Samenwerking met de sociaal-democraten is wat hem betreft mogelijk, maar dan zal de SPD concessies moeten doen: de sociaal-economische hervormingen van de afgelopen vijf jaar moeten worden teruggedraaid, het pensioen zal weer naar 65 jaar terug moeten en Duitsland dient zich uit Afghanistan terug te trekken.

Ziedaar het probleem van SPD-voorzitter Beck. Om geloofwaardig te blijven als regeringspartij en partij van het midden kan de SPD niet op die eisen ingaan. De hervormingsgezinde vleugel van de sociaal-democraten, waartoe onder andere de ministers Steinmeier (Buitenlandse Zaken) en Steinbrück (Financiën) worden gerekend, verzet zich tegen een verschuiving van de SPD naar links. Deze vleugel stelt zich op als hoeder van de erfenis van oud-kanselier Schröder, die onder andere de duur van werkloosheidsuitkeringen inperkte. En toch zullen de sociaal-democraten zichzelf strategisch moeten herpositioneren om Die Linke wind uit de zeilen te nemen.

Dat laatste was de belangrijkste boodschap van Beck toen hij kortgeleden na een ziekte van twee weken aangeslagen en bijna zes kilo afgevallen een persconferentie gaf die bedoeld was om zijn leiderschap te bevestigen. Maar Beck slaagde er geen moment in om kracht uit te stralen; om helder te maken wat zijn plan van aanpak was. Een partijcongres in mei moet volgens hem uitsluitsel geven op de vraag „hoe om te gaan met Die Linke”.

Volgens Peter Struck, fractievoorzitter van de SPD in de Bondsdag, zal zijn bijna 150 jaar oude partij „ook deze crisis te boven komen”. Hij wijst samenwerking met Die Linke af, omdat de links-radicalen de Bondsrepubliek met hun beleid in een Europees isolement brengen. „Je moet je goed afvragen wat Die Linke precies voor partij is, met hun communistische achtergrond, voordat je over samenwerking praat.” Maar Struck zegt ook dat er mensen in zijn partij zijn die signaleren dat er in Duitsland een linkse meerderheid is en dat er dus geen reden tot zorg zou moeten zijn. Over de positie van Beck wil Struck geen uitspraken doen.

Voor Kurt Beck beginnen onrustige Paasdagen. Dramatische peilingen, een partij in verwarring en een antwoord dat op zich laat wachten. Het komt nu op z’n leiderschap aan – maar juist daarover bestaan bij de partijgenoten en de kiezers inmiddels ernstige twijfels.

    • Joost van der Vaart