Drunen - Croimvort

In de voortuinen van Drunen beginnen magnolia’s te bloeien. Maar achter de smalle brug over een klassiek en dus romantisch kanaal (grazige wallekanten, damp over het water, twee vissers onder twee plu’s), in het bos dat de Drunensche Heide heet, is alles nog hartstikke kaal.

Dacht ik.

Ineens zie ik iets blozen tussen de bomen. Groen is er niets, wel is er iets roze. IJl en onweerstaanbaar, en hoe langer ik gluur, hoe meer ik ervan zie.

De boomkruinen voorzien in geknars dat niet zou misstaan in een hoorspel. Tussen hun takken ziet de hemel ernstig grijs maar hij geeft blauwe knipoogjes. Vlekken zon maken zebrastrepen op de zandpaden. De wind is koud en klein. Het is stil. De vogels twieteren zacht, alsof ze proberen te fluisteren.

Man wijst naar een bult van takjes en dennennaalden en andere verdorde stokjes. Het bergje zit tegen een stronk aan gevleid die voor een toren van Babel model zou kunnen staan: overmoedig van vorm, vermolmd tot iets zachtmoedigs.

„Kijk, een mierenburcht.’”

„Maar de mieren zijn niet thuis,” antwoord ik. Die woorden zijn mijn mond nog niet uit of ik zie dat ik me vergis. De roerloosheid is schijn. Strak op elkaar geperst zijn de mieren, die groot zijn en dikke konten hebben, met druk aan het werk. Ze zijn met zoveel dat ze met zijn allen een landschapje lijken, glinsterend in het licht.

De hei en het zand die de kaart ons belooft, zijn onzichtbaar want begroeid geraakt. Verschillende aanwijzingen in het routeboekje gaan nergens over (eigen schuld, we lopen met een oude wandelgids). Maar daar is hij dan toch: een brede vlakte van stuifzand en oude hei, omringd door dennen die aan de grond, dus onderaan hun stammen, breed uitwaaierende takken dragen, een vorm van natuurgestuurd hutten-bouwen.

We verdwijnen het bos weer in. De paden voorzien in omwegjes om dwarsover gevallen bomen heen. Zulke bypasses zijn ook ontstaan naast diepe, padbrede plassen die blijkbaar nooit opdrogen. Een Land Rover brult langs (zou daar een boswachter in zitten?), in een van de plassen blijft hij bijna steken.

De hemel verschiet, het wolkendek zwelt, het krijgt de kleur van uitgelopen inkt. Het zware grijs vangt het zonlicht en kaatst het terug, het poedert de berkenstammen kalkwit.

In de plassen zie ik kringen. Ze zijn er en ze verdwijnen na drie, vier seconden. Ze zijn er weer, en opnieuw zijn ze zo weer weg.

Het regent. Maar niet heus.

14 km. Kaarten 34, 35, 36, 38, 39 uit: Pelgrimspad deel I. Uitg. Wandelplatform-LAW, 2001. In 2005 verscheen een nieuwe druk. Openb. vervoer: Cromvoirt buurtbus 239 (halte Kerkt), Drunen bus 137 (J. Van den Vondellaan) overstappen in ’s Hertogenbosch (CS).

    • Joyce Roodnat