De stelling van Vera Ebels-Dolanová: In Oost-Europa is het vrije woord onbetaalbaar

Tijdens de Praagse Lente, veertig jaar geleden, las Vera Ebels over auteurs als Philip Roth, Eugène Ionesco, Samuel Beckett, Henry Miller, Jacques Lacan en Michel Foucault in het Tsjechisch. Toen dat, na de Russische inval, niet meer kon, vluchtte ze naar Nederland. Van hieruit steunt zij Oost-Europese uitgevers en boekhandelaren. „Nederlanders beseffen te weinig wat een weelde iets als de Boekenweek is”, zegt zij tegen Elsbeth Etty

Vera Ebels-Dolanová is directeur van het Fund for Central and East European Book Projects. Foto’s Maurice Boyer Vera Ebels Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080317 Boyer, Maurice

Het Fund for Central and East European Book Projects, waar u directeur van bent, is in de jaren 80 opgericht door Ralph Dahrendorf en Timothy Garton Ash. Vanuit Amsterdam steunt het sinds 1992 het vrije woord in Oost-Europa. Waarom is dat bijna twintig jaar na de omwenteling nog altijd nodig?

„Aanvankelijk ondersteunde de stichting vanuit Londen de illegale uitgevers. Laurens van Krevelen, indertijd uitgever van Meulenhoff en lid van het bestuur van de stichting, wist echter dat uitgeven en boekenverkoop in vrije markteconomieën iets heel anders is. Dat vereist speciale kennis en ervaring die wij proberen te bieden. Van het begin af aan is het uitwisselen van gedachten over de grenzen heen het uitgangspunt geweest, evenals het subsidiëren van vertalingen van boeken uit alle delen van de wereld in Oost-Europese talen als bijdrage tot het intellectuele debat.”

Kan men dat daar inmiddels niet zelf af?

„Ja en nee. Er is in de meeste Oost-Europese landen weliswaar vrijheid van meningsuiting, maar bij het verspreiden van boeken gaat het met uitzondering van Polen en Roemenië, Rusland valt buiten ons werkgebied, om kleine markten. Het uitgeven van boeken voor kleine groepen intellectuele lezers lukt niet zonder steun, zeker niet als het vertalingen in Oost-Europese talen betreft.”

Waarom hebben intellectuele lezers vertalingen nodig. Engelstalige uitgaven kunnen toch volstaan?

„Als je het over verspreiding van het vrije woord hebt, is toegankelijkheid een sleutelbegrip. Wij proberen door vertalingen bij te dragen aan die toegankelijkheid. Er zijn maar weinig Oost-Europese intellectuelen die het Engels zo goed beheersen dat ze elk ingewikkeld boek in die taal kunnen lezen. Bovendien zijn Engelse boeken, indien al verkrijgbaar, voor hen veel te duur.”

Wat moet ik me voorstellen bij boekenprojecten in Oost-Europa?

„Het opzetten van kwaliteitsboekhandels, een distributienetwerk, ontwikkelen van online catalogi met leverbare titels. Daarvoor zetten zich specialisten uit Nederland in, zoals de huidige directeur van Athenaeum Boekhandel Maarten Asscher. Zijn voorganger Guus Schut geeft talloze trainingen en workshops aan boekhandelaren en distributeurs in Oost-Europa. Verder stellen mensen van het Centraal Boekhuis hun kennis ter beschikking. En de directeur van de CPNB (de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek), Henk Kraima, reist regelmatig naar Oost-Europa om uitleg te geven over de activiteiten van de CPNB. Daarbij ligt de nadruk op het belang van samenwerking tussen boekhandelaren, uitgevers, distributeurs en bibliotheken.”

Wij kennen de CPNB voornamelijk als organisator van de jaarlijkse Boekenweek en het Boekenweekthema. Vooral over dat thema, dit jaar ‘Van oude mensen’, wordt vaak geklaagd. Is het de bedoeling dat zulke initiatieven naar Oost-Europa worden geëxporteerd?

„Zelf ga ik niet speciaal tijdens de Boekenweek naar een boekhandel, maar als ik met Oost-Europese blik naar de Boekenweek kijk, weet ik dit soort acties wel op waarde te schatten, omdat ik begrijp wat ze doen voor het boek. De jaarlijks terugkerende kritiek op het gekozen thema vind ik gezeur: het gaat er maar om hoe je zo’n thema invult, wat je ermee doet. Soms kun je dingen pas echt appreciëren als ze verdwijnen, als je er niet meer over kunt beschikken.”

Zoals?

„Rijk gesorteerde boekhandels zoals wij die in Nederland kennen, het Centraal Boekhuis als distributeur en, misschien wel het belangrijkste, de vaste boekenprijs. Zonder vaste boekenprijs blijft er alleen nog maar een markt voor bestsellers over.”

Is dat wat in Oost-Europa gebeurt?

„De commercialisering is inderdaad een groot probleem, maar ook het gebrek aan goede boekhandels en daar hebben vooral kleine uitgevers onder te lijden.”

Zijn uw pogingen om daar veranderingen in te brengen niet een beetje achterhaald? Iedereen kan toch vrijwel elk boek via internet kopen?

„Internet is een mer a boir. Auteurs en hun boeken moeten onder de aandacht worden gebracht. Die krijgen ze niet via internet, daarvoor zijn uitgevers en boekhandelaren nodig. En wat boekhandelaren betreft, die worden in Oost-Europa vaak beschouwd als een soort magazijnknechten. Het idee dat de handel een zelfstandige functie heeft bij de verspreiding van een boek is in veel landen nog niet doorgedrongen. Eén van de erfenissen van het communisme is dat handel in sommige kringen nog een vies woord is. Het primaat ligt bij de productie, wat er daarna met een boek gebeurt, telt niet. Er zijn uitgevers die de prachtigste boeken produceren en vervolgens klagen over de boekhandelaren die hun boeken niet verkopen. Tegelijkertijd doet zo’n uitgever geen moeite de boekhandel te informeren over de kwaliteiten van die boeken.”

Dus er moeten opleidingen voor pr-medewerkers en vertegenwoordigers komen?

„Het zit simpeler én ingewikkelder in elkaar. Boeken worden in consignatie geleverd: de boekhandel betaalt de uitgever pas wanneer hij een boek aan de klant heeft verkocht. Bovendien wordt er veel gesjoemeld. Er moet vertrouwen en samenwerking komen tussen uitgevers en boekhandelaren.”

Helpt uw stichting alle uitgevers en boekhandelaren of worden er ook inhoudelijke eisen gesteld?

„Wij steunen geen politieke propaganda van welke aard dan ook en houden scherp in de gaten of er sprake is van censuur. Afgelopen februari werd het Servische weekblad Europa opgeheven, nadat daar vorig jaar een liberale hoofdredacteur was benoemd. Onze indruk is dat hier politieke druk achter zat. Het enige wat wij in deze situatie kunnen doen is contact houden met de hoofdredacteur en hem in zijn andere hoedanigheid als boekuitgever steunen. Alleen in Wit-Rusland, waar uitgevers en schrijvers nog altijd fysiek worden bedreigd en monddood gemaakt, geven we nog financiële steun aan tijdschriften. In de jaren negentig hebben we subsidie gegeven aan Eurozine, een netwerk van tijdschriften dat artikelen uit Oost en West online beschikbaar maakt (www.eurozine.com), oorspronkelijk een Oostenrijks initiatief, dat inmiddels op eigen benen staat. Verder steunen we de boekrecensies op de belangrijkste nieuwssite over Oost-Europa, Transitions Online (www.tol.cz).”

Hoe is het gesteld met de literaire kritiek in Oost-Europa? Bestaat het Engels-Slowaakse ‘Kritika a kontext’ nog, dat Samuel Abrahám in Bratislava heeft opgezet naar analogie van The New York Review of Books?

„Jazeker, dat bestaat en maakt deel uit van Eurozine. Abrahám heeft inmiddels ook een academie voor post-graduate studenten. Verder zorgt hij ervoor dat recensies van boeken die onder het communisme verboden waren en van andere belangrijke boeken uit de hele wereld door de jaren heen beschikbaar komen.

Maar in het algemeen is het beroerd gesteld met de literaire kritiek. Als er al recensies verschijnen, staan die veelal niet in kranten maar in nauwelijks gelezen literaire tijdschriften en vaak zijn ze ver beneden de maat.”

U ontwikkelt ook, samen met onder andere de Anne Frank Stichting, een project in Oekraïne om lesmateriaal over geschiedenis, tolerantie, vrijheid van meningsuiting, dat soort kwesties te verspreiden. Zoiets is in Nederland al een riskante klus waar in Amsterdam een wethouder op is gesneuveld. Hoe voorkomt u het verwijt van politieke beïnvloeding?

„We proberen zo objectief mogelijk te zijn en trekken een grens bij nationalisme. Propaganda daarvoor kunnen wij niet ondersteunen. Hetzelfde geldt voor antidemocratische uitingen.”

Is het niet vermoeiend om, veertig jaar nadat u uit Praag bent gevlucht en bijna twintig jaar na de omwenteling, nog altijd met uitingsvrijheid in Oost-Europa bezig te zijn?

„De situatie nu is niet te vergelijken met die van voor de omwenteling. Er is formeel vrijheid van meningsuiting, maar wat je ziet is dat men op vrij smerige manieren probeert elkaar de mond te snoeren, ongeveer op het niveau dat wij kennen van de meest obscure internetsites. Laster neemt de plaats in van debat. Dat gebeurt hier in Nederland ook wel, maar minder. In veel Oost-Europese landen is de rechtsstaat nog niet genoeg ontwikkeld om bescherming te bieden tegen hetze.”

Moeten Oost-Europese uitgevers en boekverkopers desondanks zo langzamerhand niet in staat worden geacht hun eigen boontjes te doppen?

„Uitingsvrijheid is in de meeste Oost-Europese landen weliswaar een recht, maar wat men zich in het Westen onvoldoende realiseert, is dat het vrije woord daar in alle betekenissen onbetaalbaar is en dus wel degelijk ondersteuning nodig heeft.”