China wil inflatie beteugelen

China wil nieuwe agentschappen opzetten die de inflatie moeten gaan beteugelen. Dit heeft de Chinese premier Wen Jiabao gisteren gezegd. Hoe deze agentschappen dit moeten gaan doen, maakte de premier niet bekend.

China bevroor eerder dit jaar de prijzen van onder meer levensmiddelen, olieproducten en het openbaar vervoer uit angst dat er sociale onrust zou uitbreken als deze producten en diensten nog duurder worden.

„Het is de kunst om iedere mogelijkheid te benutten om de marktvoorraden te vergroten en om een greep te krijgen op de organisatie van de markten van belangrijke producten als graan, olie, vlees en groente”, zei Wen in een verklaring die op de website van de overheid werd gepubliceerd. De premier werd eerder deze week voor vijf jaar herkozen tijdens de jaarlijkse zitting van het Nationale Volkscongres, China's niet-democratisch gekozen parlement.

De inflatie in China steeg in februari met 8,7 procent, het hoogste niveau in twaalf jaar. De stijging werd vooral veroorzaakt door een scherpe toename van de voedselprijzen (23,3 procent). Wen zei eerder deze week tijdens een persconferentie dat hij verwacht dat de inflatie dit jaar op 4,8 procent zal uitkomen, de doelstelling van de regering in Peking. In 2007 kwam de inflatie uit op 6,9 procent. De stijging van met name voedselprijzen heeft voor onrust gezorgd in het land waar gezinnen vaak de helft van hun inkomen spenderen vaan voedingsmiddelen. In de jaren tachtig en negentig zorgde een hoge inflatie voor grootschalige protesten, iets dat Peking wil voorkomen in het jaar dat de Olympische Spelen in het land worden gehouden.

De stijging van voedselprijzen en grondstofprijzen is wereldwijd een probleem. De stijging is deels te wijten aan de sterke economische groei in China waardoor de vraag naar voedsel, maar ook naar olie en gas, toeneemt. De economie in China groeit al vijf jaar met meer dan 10 procent.