Bonden en werkgevers willen eigenlijk hetzelfde

Het is een relatief rumoerig voorjaar, met stakingen en andere acties. Toch is menige cao tot wederzijdse tevredenheid afgesloten. Een loonsverhoging van 3,5 procent is de standaard.

Vorige maand begonnen de acties in de kleinmetaal met een bijeenkomst in het Maasgebouw van het Feyenoordstadion in Rotterdam. Foto Maarten Hartman Nederland, Rotterdam, 22-2-2008 Vakbondsaktie metaal CAO in Maasgebouw Feijenoordstadion.FNV, CNV, De Unie. De cao-onderhandelingen voor de Metaal & Techniek zijn mislukt. De voorstellen van de werkgevers zijn onacceptabel voor de bonden. De bonden roepen alle werknemers in de regio op om vrijdag 22 februari het werk neer te leggen en actie te voeren voor de 100 euro bruto. Jan Meeder ,FNV, vertelt over de situatie in zijn regio: 'Vorige week hebben we een grote kadervergadering gehad, er waren 80 mensen uit 30 verschillende bedrijven. Zij hebben 2500 stakingsoproepen meegenomen om die in de bedrijven neer te leggen. De bereidheid om voor die 100 euro bruto in actie te komen, stijgt per dag. Ik verwacht een hoge opkomst bij onze regio. Wij organiseren een regionale stakingsdag op 22 februari. We roepen alle werknemers in de Metaal&Techniek(kleinmetaal) op om vrijdag 22 februari 2008 het werk neer te leggen.' Oproep Kom vrijdag 22 februari 2008 massaal naar Maasgebouw (naast het Feyenoord Stadion) Van Zandvlietplein 1 Rotterdam, vanaf 07.00 uur kun je je inschrijven. Neem je ledenpas en burgerservice-nummer (voorheen sofi-nummer) mee! Na het inschrijven volgt er om 09.00 uur een programma met sprekers en muziek tot een uur of elf. Werknemers in eventuele middag- of nachtploegen kunnen terecht tot 15.00 uur. Foto Maarten Hartman Hartman, Maarten

De cao-onderhandelingen komen traag op gang dit jaar. Allerlei beroepsgroepen komen in actie om betere collectieve arbeidsovereenkomsten af te dwingen. Politieagenten staakten, in de kleinmetaal vinden sinds 22 februari stakingen plaats, leraren hebben een wilde staking in de planning, en ook in de zorgsector is het onrustig. „De sfeer wordt er niet beter op”, vat Wilna Wind, cao-coördinator van vakcentrale FNV het onderhandelingsseizoen tot nu toe samen. De actiebereidheid is groot, zegt zij: „We hebben de stakingskas al een paar keer open gedaan, we zijn niet bang dat opnieuw te doen.”

In Nederland wordt doorgaans zeer weinig gestaakt. Maar dat het dit voorjaar anders zou gaan, was te voorspellen: als het goed gaat met de economie en bedrijven winst maken, willen werknemers hun deel. Gevolg: stevige looneisen. En als er weinig werklozen zijn en veel vacatures, zoals nu, zijn werknemers niet zo bang hun baan kwijt te raken. Gevolg: stakingsbereidheid. Zoals Jan van Ours, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Tilburg, het verwoordt: „Als het vandaag mooi weer is en morgen misschien minder, wil je vandaag nog naar het strand.”

Het mooie weer is nu: de economie floreert nog en de krapte op de arbeidsmarkt houdt dit jaar aan. Bovendien willen werknemers inhalen wat ze eerder misliepen. Jules Theeuwes, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam: „Pas nu de vorige cao’s aflopen, krijgen werknemers de kans te profiteren.” Dat geldt in het bijzonder voor werknemers in de publieke sector.

De overheid loopt met de loonstijgingen traditioneel achter op de marktsector. Ondernemingen reageren relatief snel op een krapper wordende arbeidsmarkt en betalen sneller meer loon, omdat ze winst maken. De overheid kent dat mechanisme niet. „Ze krijgt wel meer belasting binnen, maar dat gaat naar andere zaken. Prachtwijken bijvoorbeeld”, zegt Theeuwes. Bovendien kunnen bedrijven flexibel onderhandelen, maar minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken „is met handen en voeten gebonden aan de ruimte die Financiën haar geeft”.

Niet vreemd dus dat de onrust juist in de publieke sector heerst dit voorjaar. Lopen de lonen in de publieke en marktsector structureel uit elkaar? Nee, wel is sprake van een vast patroon. Het is immers onmogelijk voor werkgevers in de publieke sector om helemaal niet mee te gaan met loonsverhogingen. „Als hun lonen bij economische groei structureel achterblijven, stemmen mensen met hun voeten en loopt de sector leeg”, aldus Van Ours. Positief voor de publieke sector is dat het in een laagconjunctuur veiliger is om bij de overheid in dienst te zijn: in de marktsector is het risico op baanverlies groter.

Voordeel in de marktsector is weer dat bedrijven zodra het goed gaat, gemakkelijker hogere lonen betalen. Dat wil echter niet zeggen dat de onderhandelingen in de marktsector nu van een leien dakje gaan. De negatieve voorspellingen die het Centraal Planbureau deze week deed over de dalende economische groei en hogere inflatie leggen vakbonden en werkgevers ieder op hun eigen manier uit. De werkgevers redeneren als Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaardenbeleid van werkgeversorganisatie AWVN: „Het gat tussen de stijging van de loonkosten en de groei van arbeidsproductiviteit is te groot. Kijk uit met vasthouden aan een loonstijging van 3,5 procent.” De loonsom per werknemer stijgt met 4 procent in 2008, terwijl de productiviteit maar met 1,5 procent toeneemt, verwacht het CPB.

De vakbonden gebruiken de verwachte hogere inflatie juist als reden om stevig vast te houden aan hun looneisen. Wind van FNV staat erop in alle sectoren 3,5 procent binnen te halen. Rienk van Splunder, cao-coördinator van CNV, maakt zich zorgen over de inflatie: „De koopkracht blijft pas op peil met een loonsverhoging van minimaal 3,75 procent.” De kleinere vakbond De Unie verhoogde zelfs de looneisen, maar dat ging de grote vakcentrales te ver.

Hoe werkgevers en werknemers hierover ook steggelen, arbeidseconomen verwachten niet dat lopende onderhandelingen zullen worden beïnvloed door de voorspelde lagere economische groei. De krapte op de arbeidsmarkt is nog leidend, denken zij. Met net 300.000 werklozen en meer dan 200.000 vacatures blijft de arbeidsmarkt gespannen. Ook volgend jaar blijft de werkloosheid laag, verwacht het CPB. Werknemers in de marktsector houden dus hun goede onderhandelingspositie, zegt Van Ours: „De bedrijven betalen die hogere salarissen toch wel. Ze moeten aan personeel komen, linksom of rechtsom.”

Het is dus niet vreemd dat enkele grote, reeds afgesloten cao’s 3,5 procent meer loon bevatten, én allerlei aanvullende voorwaarden of bonussen [zie kader: Succesvolle cao’s]. Zowel bedrijven als bonden willen investeren in opleidingen en flexibeler arbeidstijden. In veertig van de ongeveer honderd afgesloten cao’s komen de sociale partners aanvullende voorwaarden voor een grotere inzetbaarheid overeen.

De tegenstellingen tussen werkgevers en werknemers lijken dus mee te vallen, al wil dat er nog niet helemaal in bij beide partijen. CNV’er Van Splunder verwijt werkgevers de aanvullende voorwaarden „af te kopen” door gemakkelijk akkoord te gaan met een hoge loonstijging. Bovendien wil hij voorkomen dat bijvoorbeeld het afschaffen van seniorendagen winst oplevert voor bedrijven: „Die moeten omgezet worden naar een regeling waar werknemers iets aan hebben, bijvoorbeeld budget voor scholing.” Ook Wind wil meer dan alleen haar looneis binnenslepen en zet waar mogelijk in op extra scholing en het afschaffen van jeugdlonen. „Werknemers moeten op hun vakkennis worden beoordeeld in plaats van op leeftijd.”

Van der Steen van AWVN zegt op zijn beurt dat de vakbonden te veel over loon willen praten en meer zouden moeten kijken naar manieren om de arbeidsproductiviteit op te krikken. „De inzetbaarheid van werknemers vergroten en ze langer binnen het bedrijf houden, daar gaat het om. We willen een punt achter de leeftijdsdagen zetten, maar dat kan in ruil voor opleidingsdagen.”

Tot het cao-seizoen de komende weken vol losbarst wacht iedereen nog af wat de ander doet. Bepalend zal bijvoorbeeld zijn wat er in de kleinmetaal gebeurt. FNV Bondgenoten beloofde door te staken als de gesprekken dit weekeinde op niets uitdraaien. Nemen bonden in andere sectoren daar een voorbeeld aan? Daarmee moeten ze oppassen, denkt arbeidseconoom Theeuwes: „De publieke opinie is bepalend voor het effect van stakingen. En burgers kunnen niet veel hebben.”

Passie zonder status: Zaterdag &cetera pagina 14

    • Annemarie Kas