Blair op kop in Europese voorverkiezingen

Nicolas Sarkozy legt volgende week een staatsbezoek af aan Groot-Brittannië. Een uitgelezen kans om zijn nieuwe presidentiële ernst te demonstreren op Windsor Castle. De Franse kiezers dwongen hun ‘hyperprésident’ bij de gemeenteraadsverkiezingen tot een soberder staatsmanlijkheid. De stug-Schotse premier Brown is geen fan, maar hem wacht - als het aan Sarkozy ligt - over een jaar een nog grotere bezoeking: een stoet limousines met EU-vlaggetjes die Europa’s eerste president Tony Blair Downing Street binnenrijden.

Browns nachtmerrie is natuurlijk anekdotisch vergeleken bij de dood in Irak van 175 Britse en 4.000 Amerikaanse militairen, plus alle tienduizenden Irakezen die het leven lieten in de bevrijding die uitliep op een burgeroorlog. Vijf jaar nadat de ‘coalition of the willing’ Saddam Husseins rijk oprolde, is George W. Bush de enige direct verantwoordelijke die de operatie nog steeds een succes noemt. In een stijlzuivere toespraak beoefende hij deze week weer zijn favoriete genre: wat rond is als een lonkend vierkant beschrijven.

Tony Blair kijkt wel uit om ‘Irak’ te bejubelen. Hij profileert zich liever als klimaatactivist op wereldschaal en bemiddelaar tussen Israël en de Palestijnen. Met lezingen en bankadvieswerk brengt hij brood op de plank, genoeg voor een Londens herenhuis, sjieker dan zijn vroegere ambtswoning. En hij was zodanig geïnteresseerd in de baan van ‘President van Europa’ dat hij in zijn beste vakantie-Frans mooie dingen zei over Europese eenheid toen Sarkozy hem in januari ten overstaan van zijn eigen UMP-partij nog eens aanprees voor de nieuwe Europese baan.

De benoeming van een eerste Mr Europe kan wachten tot dit najaar. Maar de keuze vraagt geducht politiek debat, ook in Nederland. Als het herziene Verdrag van Lissabon (vroeger aangeduid als Europese Grondwet) dit jaar door alle aangesloten landen wordt geratificeerd, kan de nieuwe president, officieel ‘Voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders’ begin 2009 aantreden. Over zijn taakomschrijving wordt in het Europese circuit nog druk geroezemoesd. Moet het een agendabeheerder en bruggenbouwer zijn of een staatsman die Europa een gezicht en een stem geeft?

Het is niet zo verrassend dat Sarkozy zijn vriend Blair naar voren schuift. De Franse voorkeur voor een herkenbare figuur met ervaring, entree en charisma is in lijn met de staatsinrichting van De Gaulle. Oud-president en voortrekker van de Europese bijna-Grondwet Giscard d’Estaing zei vorige maand in Hamburg: „Europa moet zijn George Washington zoeken en uitvinden. (…) Een onopvallende uitvoerder kiezen zou meer dan een gemiste kans zijn, het zou de mooie unie-droom zwaar verwonden”.

Een meerderheid van de burgers in vijf grote EU-landen vindt ook dat de nieuwe ‘president’ van Europa een bekende figuur met internationaal aanzien moet zijn. In Duitsland vindt, volgens dezelfde Financial Times-enquête, maar 45 procent dat, maar in Frankrijk, Italië en Spanje wil driekwart van de burgers een ‘leider’ die de EU belichaamt. Blair heeft ‘Irak’ tegen, maar hij wordt misschien gedreven door de wil zijn onvervulde belofte Groot-Brittannië echt Europa binnen te voeren alsnog waar te maken.

De landen die liever een consensuszoeker willen, zijn wars van solisten met presidentiële neigingen, zeker als die komen uit één van de grote landen. Volgens The Guardian zijn daarom „the small Benelux countries” ook tegen. Het is maar dat u het weet. Of worden alleen België en Luxemburg bedoeld? Niet waarschijnlijk. Voor de benoeming van een relatief onbekende vergadervoorzitter is de in het Verdrag vastgelegde procedure geknipt: de Raad van regeringsleiders benoemt hem voor tweeënhalf jaar. Noch het Europese noch de nationale parlementen hebben een goedkeuringsrecht.

Ingewijden weten dat de regeringsleiders alleen kijken naar een kandidaat uit de kring van huidige en recente presidenten en premiers. Met zo min mogelijk politisering. Maar de strijd over de grijze of de charismatische variant is nog niet gestreden. Uit het FT/Harris-onderzoek blijkt dat alleen Angela Merkel en Tony Blair een zekere mate van steun genieten buiten hun eigen land. Dat is niet zo verwonderlijk. Er is bijna geen Europa-wijde publieke opinie. Voorlopig moeten we het doen met de optelsom van nationale publieke sferen. Maar ook daarbinnen kan en moet er debat komen over de talrijke kwesties van gemeenschappelijk belang.

De vraag wat voor ‘president’ Europa krijgt en wie daar de beste eerste kandidaat voor is, is zo’n kwestie van groot gemeenschappelijk belang. De Tweede Kamer hield vorige week een Europa-debat naar aanleiding van een tien maanden oud WRR-rapport dat de schade van het referendum-Nee in kaart bracht. De kans is groot dat u over dat Kamerdebat niets heeft gehoord. Dat is jammer, zoals het ook jammer was dat de Kamer, die een fatsoenlijk maar spaarzaam bezocht debat hield, de kans niet aangreep om eens flink het presidentschap op de agenda te zetten.

Velen in Nederland en de rest van Europa volgen de Amerikaanse primaries ademloos, weten precies hoe Obama’s rede over ras in Amerika is ontvangen. Maar hoe velen weten hier dat er een Mr Europe komt, laat staan wie kandidaat zijn? Terwijl de Verenigde Staten alle clichés over verkiezingen die te koop zijn voor de hoogste bieder logenstraffen, miljoenen burgers zijn betrokken bij het kiezen van politieke lijnen én de beste uitvoerder van die ideeën, zitten wij hier op onze handen en mokken wat over de Brusselse superstaat.

Ik ben er niet zo zeker van dat burgers van Letland, Slovenië, Portugal en Nederland niet warm te krijgen zijn voor een kandidaat, eventueel uit een groter land, die er blijk van geeft de geschiedenis van Europa te kennen en begrijpt dat de toekomst een verstandige mix moet zijn van nationale en Europese elementen. Laten we de keuze van een Europese president politiek maken door nationale voorverkiezingen te houden. Laten Tony Blair en wie zich verder melden maar campagne voeren. Ook op huiskamerbijeenkomsten in ‘the small Benelux countries’, de Iowa en New Hamsphire’s van de EU.

    • Marc Chavannes