‘Als we écht mochten kiezen, kozen we de koning’

De koning van Bhutan heeft bepaald dat het volk klaar is voor nieuwe tijden: er komt een grondwet en een assemblee. Maandag gaat het land stemmen. ‘Wij zijn allemaal monarchisten.’

Ugyen Tsering gaat op huisbezoek tijdens zijn campagne voor een zetel in het nieuwe parlement van Bhutan. Maandag zijn er voor het eerst verkiezingen in de bergstaat. Foto Reuters Druk Phuensum Tshogpa, or Bhutan Peace and Prosperity Party candidate Ugyen Tsering enters the courtyard of a house to campaign at Thimpu, Bhutan, Monday, March 3, 2008. The March 24 national elections aimed at establishing democracy will upend a century-old system rooted in feudal monarchism. (AP Photo/Saurabh Das) Associated Press

In september 2001 werd Lyonpo Sonam Tobgye, opperrechter van Bhutan, ontboden bij de majesteit. Alle ministers waren er, en ook de koninklijke raadgevers. Koning Jigme Singye Wangchuck, de Vierde Koning, had een belangrijke boodschap. De tijd is gekomen, sprak hij, dat het land een geschreven grondwet krijgt, een grondwet waarin de beginselen van een democratische constitutionele monarchie zijn verankerd.

„Iedereen was aangedaan, ik ook”, herinnert Sonam Tobgye zich. „Een onzekere toekomst doemde plotseling op. Het schoot door me heen: zullen mijn kinderen, zal de hele toekomstige generatie van mijn volk dezelfde vreugde, voorspoed, vrede en stabiliteit kennen als wij hebben gekend onder leiding van onze wijze, onbaatzuchtige koningen.”

Zo bereidde koning Jigme Singye Wangchuck – die eind 2006 de troon overdroeg aan zijn zoon Jigme Khesar – zijn onderdanen aan de voet van de ondoordringbare Himalaya voor op nieuwe tijden. Bhutan (647.000 inwoners, van wie 65 procent in afgelegen valleien) is een ontwikkelingsland. De helft van het overheidsbudget wordt gevoed door buitenlandse donoren. Het leeuwendeel komt voor rekening van het grote buurland India in het zuiden. Bijna de helft van de volwassenen kan lezen noch schrijven. Ruim 20 procent leeft onder de armoedegrens (van minder dan één dollar per dag).

Maar Bhutan is ook een land dat in aanzien staat bij zijn donoren. Onder toeziend oog van de Vierde Koning is veel geïnvesteerd in (gratis) onderwijs en gezondheidszorg en zijn de afgelopen jaren „buitengewone prestaties” geleverd bij duurzame welvaartsverbetering, zegt Nicholas Rosellini, hoofd van het VN-ontwikkelingsfonds UNDP in Bhutan. „Weinig andere landen gaan zo planmatig en evenwichtig te werk. Je ziet op alle fronten een aanhoudende verbetering.” Bhutan wordt steeds onafhankelijker van donoren.

En nu komt daar, onder de nieuw aangetreden Vijfde Koning, een democratische omwenteling bovenop. De 35-jarige Karma, meubelmaker in de Bhutanese hoofdstad Thimpu, is gisteren op de bus gestapt. Twee dagen zal hij er over doen om zijn geboorteplaats Trashigang, in het verre oosten van het land, te bereiken. Maandag gaat hij daar zijn stem uitbrengen voor de Nationale Assemblee.

Karma is niet de enige die zo’n lange reis onderneemt. Je kunt alleen stemmen in de plaats waar je staat geregistreerd. Daarom is een ware volksverhuizing op gang gekomen van mensen die er net zo over denken als Karma. „Ik voel het als een verplichting”, zegt hij. „Het is de eerste keer dat we kunnen stemmen. Maar ik had liever gezien dat de koning zijn macht had behouden. Dat was beter voor het land geweest, denk ik.”

Twee partijen doen mee. KNO-arts Tobgyal Wangchuk (43) voert campagne in het kiesdistrict Noord-Thimpu. Hij is kandidaat namens de People’s Democratic Party (PDP) en hij heeft twee buttons op de revers van zijn gho (mantelgewaad) gespeld. Een toont de afbeelding van een galopperend paard, het logo van de PDP, en een het portret van de koning. „We zijn allemaal monarchisten”, zegt Wangchuk. Zijn vrienden, allemaal zakenmensen die hij kent vanaf de lagere school en die hem nu helpen campagne te voeren, knikken. „Als we echt zouden mogen kiezen, zouden we op de koning stemmen”, zegt een van hen.

Wangchuk klimt een houten trap op om een oude man te woord te staan die op de bovenverdieping woont. „Kijk naar mijn button. Dan weet je waar je op moet stemmen”, zegt hij met een lach. Maar de oude man grapt terug. „Ik ben een eerlijk mens. Ik kan je niet vertellen op wie ik ga stemmen. Ik zal kijken tot hoe ver mijn hand reikt als ik de stemknop moet indrukken”, zegt hij. „Goed dan. Als je maar gaat stemmen”, reageert Wangchuk.

Zo is Wangchuk al vanaf oktober bijna elke dag bezig. Het is belangrijk dat de mensen zijn gezicht zien, zegt hij. „Het draait vooral om personen. Onze partijprogramma’s verschillen niet zo veel. We beloven in grote lijnen hetzelfde”, zegt hij.

Hij belooft vooral praktische zaken. Zoals beter openbaar vervoer, meer politie, betere waterleiding, betere riolering en meer voorzieningen voor sport en recreatie. Zijn lokale tegenstrever van de Druk Phuensum Tshogpa (DPT, de Bhutaanse Partij van Harmonie), Ugyen Tsering, is even concreet. „In de dorpen zijn de mensen al heel lang gewend om hun lokale leiders te kiezen. Maar wij, landelijke politici, moeten het campagnevoeren nog leren”, zegt Tsering die in augustus aftrad als minster van Arbeid om campagne te mogen voeren.

„We moeten voorkomen dat de rijken alleen maar rijker worden en de armen armer. We moeten er voor zorgen dat ook de mensen in de landelijk gebieden er op vooruit gaan. Betere infrastructuur en betere voorzieningen zijn cruciaal.”

Uitgangspunt bij dat alles is de GNH, de Gross National Happiness, benadrukt Tsering. De Vierde Koning van Bhutan heeft de natie niet alleen het kostbare geschenk van volkssoevereiniteit gegeven. Hij was in de jaren zeventig, toen hij nog maar net was aangetreden, ook de bedenker van het Bruto Nationaal Geluk. Dat is het holistische concept dat welvaart niet louter kan worden gemeten in economische termen maar dat ook moet worden gekeken naar het geluk en het welzijn van de bevolking.

„Wij moeten de weg van GNH volgen. We moeten praktisch zijn en ons naar buiten openstellen, maar we moeten ook onze culturele eigenheid behouden en streven naar evenwichtige en duurzame ontwikkeling”, zegt Tsering. „Alleen zo kunnen we voorkomen dat we worden weggevaagd door de globalisering.”

Zo staat het ook in de nieuwe grondwet die is opgesteld onder leiding van opperrechter Sonam Tobgye. Artikel 9.2 stelt: ‘De staat zal zich inspannen de voorwaarden te scheppen om Bruto Nationaal Geluk na te streven’. In het verlengde daarvan ligt artikel 5 waarin staat dat het ‘ de fundamentele plicht van elke burger (is) bij te dragen aan de bescherming van het milieu, de instandhouding van de rijke biodiversiteit van Bhutan en het voorkomen van alle vormen van ecologische achteruitgang’.

„Ik denk dat we een stevig fundament hebben gelegd voor toekomstige stabiliteit en voorspoed in dit land”, zegt de opperrechter. Maar zelf gaat hij maandag niet stemmen. „Ik vind dat ik als hoogste rechter boven de partijen moet staan”, zegt hij. „In de grondwet wordt het recht om te stemmen gegarandeerd. Dat impliceert dat ik ook het recht heb om niet te stemmen. En dat mag u niet uitleggen als een daad van rebellie tegen de koning.”