Albanië vertroetelt de toerist

Hoe leven de mensen in Albanië, na een halve eeuw terreur? Toerisme zou ideaal zijn als de eeuwenoude gastvrijheid het niet bemoeilijkte om voor diensten te laten betalen. Een impressie.

Een kapperszaak in de straten van de hoofdstad Tirana. Foto Janine Prins Prins, Janine

Arm Albanië. Onlangs getroffen door een exploderend munitiedepot. De beelden op televisie van vuurwolken, overmacht en gewonden roepen herinneringen op aan de meest gastvrije mensen die we ruim een jaar geleden tijdens een reis door Europa tegengekomen zijn. Verrassend, omdat ieders leven nog zwaar getekend is door dictator Hoxha’s (1944-’85) perverse vorm van communisme, wat mensen er meestal niet vriendelijker op maakt. Zijn extreme wantrouwen tegen de buitenwereld nam behalve bewapening ook de vorm aan van een kleine miljoen bunkers, bijgenaamd ‘pillendozen’. Per stuk bevatten ze, naar verluidt, evenveel bouwmateriaal als voor een ruim appartement. Nu wonen de meeste mensen nog steeds armzalig, maar het land is wel open.

Zodra je Albanië binnenrijdt, zwaaien de vrouwen en bij iedere stop komen mannen met uitgestoken hand op je af: „Welkom in Albanië!” klinkt het meestal in het Italiaans. Iedere flat heeft immers de satellietschotel gericht op het buurland aan de overkant van het water. Maar de Albanezen zelf zijn nergens in Europa welkom, hoewel iedere familie wel iemand illegaal de grens over moet zien te krijgen om economisch te kunnen overleven. Ze zitten nog steeds een beetje opgesloten.

Het land vertoont derdewereldtoestanden dicht bij huis, compleet met stank, zwerfvuil, en extreem pronkerige auto’s die erg afsteken in de kapotte straten. Het dagelijks leven staat er bol van de gebrekkige publieke voorzieningen. Voor de bezoekende buitenstaander is het land desondanks intrigerend.

„This is Albania”, verzucht de ober die niet langer espresso kan leveren omdat de elektriciteit uitvalt en dit etablissement zich geen generator kan permitteren. Tijdens een avondlijk kappersbezoek blijft het licht gelukkig branden en kan zelfs de föhn eraan te pas komen, alleen, ik mag niet betalen. De kappersdochter mag haar school-Engels uitproberen op mij, een echte buitenlander. De wereld raakt toegankelijk voor de volgende generatie. Omhelzing is mijn deel in plaats van een klanttransactie.

Aan de voor toerisme bedoelde kust bij Dürres weer zo’n verrassing: gratis voor- en nagerecht. Hier is geen sprake van een tegenprestatie van onze kant behalve de klandizie. Is het omdat we als zeldzame buitenlandse gasten juist dit terras uitkiezen? Of spelen de nog nageleefde ongeschreven regels over gastvrijheid in de zogeheten kanun van de vijftiende-eeuwse nationale held Skanderbeg een rol? Het zijn diepgewortelde gebruiken die aan herziening toe zijn als dit land ooit iets aan buitenlands toerisme wil verdienen. En daar zijn de bossen, bergen en kuststreek in het zuiden uitermate geschikt voor. Gezocht: investeerders. Het gerucht gaat dat de omgeving van Dürres in handen is van Amerikaanse maffiaconnecties . Dat is best mogelijk in een land met oude ongeschreven regels.

In Tirana ontmoeten we schrijfster en uitgever Flutura Açka. Zij worstelt met de recente Albanese erfenis, terwijl ze geroutineerd op hoge hakken over de gaten in het wegdek springt. Het kost haar meer moeite om zich als zakenvrouw te handhaven in de onbetrouwbare lokale uitgeverswereld. Flutura spoort ons aan om Mimoza Hasekiu te bezoeken, op dat moment prefect van het ooit welvarende gewest Elbasan aan de oude Via Egnatia. De provinciehoofdstad is zo arm dat afgedankte stadbussen uit Utrecht er dienst doen, tot hun definitieve einde op weg naar ‘Kanaleneiland’. Hasekiu vertelt geamuseerd over kleine overwinningen in haar strijd om gezag tegenover traditionele mannen. Zij wil transparantie in plaats van handjeklap in een koffiehuis. Zij vermoedt dat vrouwen de sleutel in handen hebben van politieke vernieuwing in Albanië. In dat geval is nog een oude gewoonte aan herziening toe.

Meer over Albanië op het weblog Expeditie Europa: www.nrc.nl/ee

    • Janine Prins