Achterbaks

illustratie anki posthumus Posthumus, Anki

Op de opiniepagina van de Volkskrant trof ik een tekst aan van een zekere Rein Zunderdorp over het rapport-Dijsselbloem. Zoals gebruikelijk stond onderaan het artikel vermeld de achtergrond van waaruit de auteur zijn bijdrage had geschreven. ‘Rein Zunderdorp’, zo stond er, ‘is oud-leraar en is voorzitter van het Humanistisch Verbond’.

Het bewuste artikel is in feite één lange ontkenning van de conclusies van het rapport. Het is niet waar dat de overheid haar kerntaak, het zeker stellen van deugdelijk onderwijs, heeft verwaarloosd, het is ook niet waar dat bewindspersonen onsamenhangend en slecht voorbereid vernieuwingsbeleid door het parlement loodsten, het is ook niet waar dat ze daarbij gebruik maakten van misleiding en oneigenlijke machtsmiddelen, kortom het is allemaal niet waar.

Hoe komt de voorzitter van het Humanistisch Verbond ertoe dit alles zo anders te zien? Zou hij er de Kamerverslagen op hebben nagelezen? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk want die laten juist op een ontluisterende wijze zien hoe elke inhoudelijke discussie door Wallage en Netelenbos met politieke dreigementen werd gesmoord. Waarom dan die behoefte bij de voorzitter van het Humanistisch Verbond om publiekelijk recht te praten wat evident krom is? De reden daarvoor is dat achter de Zunderdorp van het Humanistisch Verbond een heel andere Zunderdorp schuilgaat.

De loopbaan van Rein Zunderdorp heeft zich steeds afgespeeld in het voetspoor van Jacques Wallage. Zij studeerden samen sociologie in Groningen, werden lid van de PvdA en stortten zich beiden in de plaatselijke politiek. Toen Wallage er wethouder van onderwijs werd, volgde Zunderdorp hem op als fractieleider, toen Wallage naar Den Haag vertrok volgde Zunderdorp hem op als wethouder onderwijs. Vervolgens, in 1992, benoemde staatssecretaris Wallage hem tot voorzitter van het procesmanagement Basisvorming.

Toen in 1996 iedereen duidelijk was dat scholen zich niets aantrokken van de eisen van de Basisvorming en een medewerker van deze krant hem voorhield dat in Breda leraren openlijk weigerden hun leerlingen de toetsen voor te leggen was zijn reactie: “Ik ken geen andere scholen die het weigeren.” Ook toen al was het niet waar wat iedereen zag.

Vervolgens, als voorzitter van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs, werd Zunderdorp verantwoordelijk voor de invoering van het studiehuis. Zijn opdracht tot een onderzoek naar het functioneren daarvan resulteerde in het befaamde rapport Imelman. Imelman: “Voorzitter Rein Zunderdorp liet al snel weten dat de onderzoeksgegevens niet met hun ideeën strookten. Daarom zou het rapport in een diepe la te ruste worden gelegd. Ons verhaal was te kritisch.” Dat hij Imelman zou hebben verzocht om het rapport niet te publiceren, kon Zunderdorp zich later niet herinneren, maar wel voorstellen. Zunderdorp: “Als je door derden voor een onderzoek wordt gevraagd, ligt het niet voor de hand om het vervolgens zelf nog eens uit te geven.”

Deze achterbakse wijze van handelen, dit onder de pet houden van cruciale informatie, was kenmerkend voor de methoden die werden gehanteerd bij de vernieuwingsoperaties. Het doel heiligde de middelen. Niemand mocht weten dat onderzoek uitwees dat leraren en scholen zich met het studiehuis geen raad wisten. Toen het rapport Imelman later in de publiciteit kwam, voelden Kamerleden zich dan ook terecht misleid.

Door zich nu te verschuilen achter zijn hoedanigheid van voorzitter van het Humanistisch Verbond maakt Zunderdorp zich ook nu weer schuldig aan vals spel. Je kunt overigens moeilijk anders verwachten van iemand die jaren lang niet anders gewend is geweest. Fijn, zo’n voorzitter.

Leo Prick

lgm.prick@worldonline.nl