Zoiets verzin je niet

Volgens literatuurrecensent Michaël Zeeman in de Volkskrant was het bijzonder toepasselijk dat hij is heengegaan op Aswoensdag, de grootste Nederlandstalige schrijver van dit moment, onze enige kandidaat voor de Nobelprijs, Hugo Claus, de dichter van de onsterfelijke regels ‘Als dan het koperen keteltje vol as van wat ik was wordt leeggeschud over het geduldig gras, mijn lief, sta daar dan niet voor schut en veeg de rimmel van je wangen.’

Het is bijna te mooi om waar te zijn. Helaas is het ook niet zo. Aswoensdag is de dag na Vastenavond. Dat was dit jaar op 6 februari. Maar dat Claus, de gesel der Papen, de Goede Week heeft uitgekozen om te verscheiden, is al mooi genoeg.

Hij was een groots fabulator, in dat opzicht zelfs nog schaamtelozer dan Michaël Zeeman. In elk interview dat hij gaf was hij in een ander jaar en in een andere stad geboren. De ene keer was hij zoon van Poolse immigranten, dan weer was hij te vondeling gelegd onder het Lam Gods in de Sint- Baafskathedraal in Gent. Zijn verzamelde interviews dragen dan ook de toepasselijke titel Groepsportret. Er zijn woensdag honderden Clausen gestorven.

Het is ook heel aardig van Claus dat hij met zijn dood heeft gewacht totdat België een nieuwe regering had. En zo komt alles nog mooier bij elkaar dan Zeeman vermoedde: de man die zichzelf telkens weer verzon heeft definitief het land verlaten dat een postmodern en surrealistisch verzinsel is op het moment dat het de meest fictieve regering ooit krijgt.

En dat in de week die de climax is van het kerkelijk jaar, het telkens terugkerende stolhoofdstuk van de weergaloze cyclische roman die de katholieke liturgie is, een meesterwerk van surrealistische fictie.

Op diezelfde dag dat Claus euthanasie genoot, werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over ethische kwesties als euthanasie en abortus. De gemoederen liepen hoog op tussen de liberalen en de christenen. Er blijken in ons land politieke partijen te bestaan die de fictie serieus nemen en hun beleid erop baseren. Als het aan hun zou liggen, had hun grootste vijand nog geleefd.

Zoiets verzin je toch niet?

Ilja Leonard Pfeijffer

    • Ilja Leonard Pfeijffer