Ze mocht niet dood, maar ging het toch

De rechter verbood artsen Chantal Sébire te helpen haar leven te beëindigen. Twee dagen later overleed ze.

De Franse regering blijft tegen hulp bij zelfdoding.

Toen Vincent Humbert – volledig verlamd na een auto-ongeluk – in 2003 aan president Jacques Chirac vroeg of hij mocht sterven, volgde in Frankrijk een fel debat over het recht op euthanasie. In 2005 resulteerde dat in een versoepeling van de wetgeving.

Actieve hulp bij zelfdoding bleef ook in de nieuwe wet verboden. Maar een patiënt kreeg wel het recht om een behandeling te staken en artsen mogen sindsdien met pijnstillers het lijden verlichten, ook als daardoor de dood sneller intreedt. „Het toestaan om te sterven is niet hetzelfde als iemand doden”, legde toenmalig minister van Volksgezondheid, Philippe Douste-Blazy, uit.

Chantal Sébire (52) legde zich niet neer bij het verbod op euthanasie en probeerde het via de rechter af te dwingen. Maar de rechter verbood artsen om de vrouw, die leed aan een zeldzame vorm van kanker in het gezicht, te helpen bij het sterven. Daags na dit voor haar teleurstellende vonnis overleed zij.

En weer debatteert Frankrijk over de vraag of hulp bij zelfdoding wettelijk moet worden toegestaan. „Hypocriet”, noemt Gilles Antonowicz, de raadsman van Sébire, het Franse systeem. Antonowicz is vicevoorzitter van de belangenvereniging ADMD die strijdt voor het recht op een waardige dood.

Begin deze maand vroeg Sébire hem om hulp. „Mijn cliënte rest in Frankrijk niets anders dan de gifbeker”, zei Antonowicz in een telefoongesprek, nog voordat zijn cliënte overleed. „Die gifbekert kan ze nemen, en dan moet ze wachten op de dood, dat kan zes dagen duren, maar misschien ook wel tien.”

Het is sneller gegaan, maar of ze van haar einde „een feest, omringd door familie en vrienden” heeft kunnen maken, zoals ze graag wilde, is de vraag. De politie onderzoekt de wijze waarop ze aan haar einde kwam.

Bernard Kouchner, minister van Buitenlandse Zaken maar ook arts, gaf deze week steun aan Sébire. Een jaar geleden pleitte hij voor een maatschappelijke discussie over verruiming van de euthanasiewetgeving.

Maar hij lijkt een uitzondering. Volgens premier François Fillon raakt euthanasie aan de grenzen van de wetgeving. „We moeten erkennen dat de samenleving niet op alle vragen een antwoord heeft.”

Ook minister van Justitie Rachida Dati voelt niets voor versoepeling. Het systeem is gebaseerd op „het recht op leven”, aldus Dati. En dat is iets waaraan niet mag worden gemorreld. Ook president Nicolas Sarkozy hield vol dat actieve euthanasie niet per wet kan worden toegestaan.

Dagblad Le Monde waarschuwt voor te snelle conclusies. Volgens de krant biedt de wet die in 2005 van kracht werd „voor de meeste gevallen aan het einde van een leven een goed antwoord”. Het zou niet goed zijn, aldus de commentator, „onder druk van emoties nieuwe wetten te maken”.

Opmerkelijk is dat de krant in het commentaar ook zegt dat de wet uit 2005 voortdurend „wordt ontdoken door patiënten en ziekenhuispersoneel”. Voorstanders zien daarin juist een reden om de wet te verruimen.

Toen Vincent Humbert in 2003 overleed, maakte het ziekenhuis waarin hij stierf bekend dat dit was gebeurd met hulp van de behandelend artsen. „We hadden kunnen zeggen dat er een complicatie optrad. We weten heel goed te liegen, dat doen we regelmatig”, zei arts Frédéric Chaussoy destijds. Eerlijkheid vond hij in dit geval beter dan „de gebruikelijke hypocrisie” in acht nemen.

Sébire had in het buitenland hulp kunnen vragen. Maar dat zou niet eenvoudig zijn geweest. In Nederland, België, Luxemburg en Zwitserland is euthanasie onder strikte voorwaarden toegestaan. Er moet wel een vertrouwensband zijn tussen arts en patiënt. En in Zwitserland mag de arts de benodigde medicamenten aanbieden, maar niet toedienen.

Pete Hoebeke van het universitair ziekenhuis in het Belgische Gent had Chantal Sébire toch hulp aangeboden. Niet om van België „het thanatorium van Europa” te maken, maar uit medemenselijkheid.

    • Paul Luttikhuis