Waarom zitten mensen graag vooruit in de trein?

‘Kan ik met u van plek ruilen? Ik word zo misselijk van achteruit rijden.’ Jules van de Ven uit Den Haag hoort het vaker in de trein. Praten reizigers het zichzelf aan dat ze vooruit moeten zitten?

Het is geen verbeelding, zegt Lex Wertheim, hoogleraar toegepaste cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht. „Sommige treinreizigers hebben een vorm van bewegingsziekte, vergelijkbaar met zee-, wagen- en vliegziekte.”

De precieze oorzaak van bewegingsziekte is niet bekend. Vaststaat dat het iets te maken heeft met het evenwichtsorgaan in het bot achter de oren, dat registreert of je stilstaat of versnelt.

Draaien met je hoofd wordt in het evenwichtsorgaan gesignaleerd door ‘halfcirkelvormige kanaaltjes’ met vloeistof. Er blijft wat vloeistof achter dat tegen een vlies (copula) drukt; zo weet je dat je hoofd beweegt. Een vergelijkbaar effect geeft een draaimolen. Na de rit staat de vloeistof in de kanaaltjes niet direct stil, maar jijzelf wel. Voor je gevoel beweeg je nog even door.

Een rechtlijnige versnelling, als je voor- of achteruit loopt, wordt vastgesteld in kleine holtes, de otolieten. Het gruis dat in deze holtes zit, rust op zenuwcellen. Bij versnelling blijft wat gruis achter, net als zand op een bord dat je een zet geeft. De zenuwcellen buigen licht en zo weet je dat je versnelt.

Maar als je met een constante snelheid voortbeweegt, zoals in de trein, doet het evenwichtsorgaan niets. Dan vertellen andere factoren of je beweegt: het gezichtvermogen, de propriocepsis (het spiergevoel dat reageert op druk en trek) en cognitieve verwachtingspatronen over hoe wij denken te bewegen. „Deze onderdelen moeten het met elkaar eens zijn”, zegt Bas Bloem, neuroloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Als ze in verwarring raken, treedt bewegingsziekte op.”

Kortom: als je achteruit zit in een rijdende trein, verwacht je vooruit te rijden, denkt je evenwichtsysteem dat je stilstaat, en op je netvlies zie je de wereld buiten naar achteren voorbij flitsen; genoeg om groen van te worden.