Vrijer werd het in de regio niet

Irak moest een inspirerend voorbeeld van vrijheid worden voor de regio.

De oorlog, die nu het zesde jaar ingaat, leidde enkel tot wat democratische gebaren.

Een Iraakse vrouw tussen Amerikaanse militairen in Diyala. Foto AFP An Iraqi woman stands amid a throng of US soldiers from 3rd Squadron 2nd Stryker Cavalry Regiment as they prepare to set off on patrol after finding a cache of weapons buried in a nearby farm in the restive Diyala province, northeast of Baghdad, on March 20, 2008. The US-led war on Iraq that toppled the brutal regime of dictator Saddam Hussein entered its sixth year today with millions of Iraqis still battling daily chaos and rampant bloodshed. AFP PHOTO/DAVID FURST AFP

Saddam Hussein en zijn Irak waren in de ogen van de Amerikaanse regering in de eerste plaats een bedreiging voor de wereldvrede die moest worden weggeruimd. Maar een secundair voordeel van de oorlog was volgens herhaalde verklaringen uit Washington dat democratie kon worden geïnstalleerd in het hartland van de onderdrukking, en dat die zou uitwaaieren over het hele Midden-Oosten.

„Een nieuw regime in Irak zou dienen als spectaculair en inspirerend voorbeeld van vrijheid voor andere landen in de regio”, zei president Bush drie weken voor het begin van de oorlog. „Een bevrijd Irak kan de macht van vrijheid aantonen om die belangrijke regio te veranderen, door hoop en vooruitgang te brengen in het leven van miljoenen.”

Vijf jaar later is Irak een verzameling van elkaar bestrijdende lokale despootjes geworden met een democratisch gekozen regering die in haar sektarische onenigheid is vastgelopen. De Midden-Oosterse leiders, die de invasie met angst en beven aanzagen, maakten aanvankelijk wat democratische gebaren. Egypte kreeg in 2005 presidentsverkiezingen in plaats van een referendum en president Mubarak kreeg een tegenkandidaat. Maar op veel plaatsen neemt de repressie weer toe, zonder dat er aanmaningen uit de VS volgen. Mubaraks tegenkandidaat, Ayman Nour, zit een gevangenisstraf van vijf jaar uit wegens fraude.

Door de opkomst van moslimfundamentalistische bewegingen (die meer ruimte kregen door de democratisering), en de behoefte aan Arabische bondgenoten tegen het nú als gevaar beschouwde Iran, is democratie in het Midden-Oosten voor Washington allang weer naar de tweede of lagere plaats verschoven. President Mubarak kan straffeloos bijna alle kandidaten van de fundamentalistische Moslimbroederschap uitsluiten van deelneming aan de komende lokale verkiezingen. Hij is samen met de koningen van Saoedi-Arabië en Jordanië een ‘gematigde’ sunnitische bondgenoot tegen het het shi’itische Iran, waar een soortgelijke uitsluiting van verkiezingskandidaten vorige week wél scherpe westerse kritiek ontmoette.

Bijna overal in de Midden-Oosterse wereld neemt de druk toe op de media, inclusief bloggers die internet als wapen hebben ontdekt. In Irak zelf worden journalisten vermoord door milities die het met hun berichtgeving oneens zijn – tegen de 200 sinds 2003 volgens Iraakse tellingen; elders gaan journalisten de cel in.

In Jordanië werden deze week vijf journalisten van prominente kranten tot drie maanden gevangenis veroordeeld wegens hun berichtgeving. Egypte nam vorig jaar het voortouw door vijf hoofdredacteuren van kranten naar de gevangenis met dwangarbeid te sturen wegens belediging van de president en dergelijke vergrijpen. In Saoedi-Arabië werd de bekendste politieke blogger, Fouad Farhan, in december opgepakt omdat zijn blogs over politieke gevangenen de autoriteiten niet bevielen. Een Tunesische komiek die wegens drugsbezit tot een jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, was volgens mensenrechtengroepen door de politie vals beschuldigd wegens zijn satirische imitatie van de Tunesische president Ben Ali.

De Arabische leiders proberen nu greep te krijgen op de Arabische satellietzenders, een in gewicht groeiende sector die de burgers een andere werkelijkheid aanbiedt dan hun overheid doorgaans doet. De ‘satellietrevolutie’ heeft de heersers hun alleenrecht op de propaganda afgenomen en de burgers weer een stem gegeven, is de theorie van de prominente Marokkaanse sociologe en schrijfster Fatima Mernissi. Maar vorige maand namen de Arabische landen op instigatie van Egypte en Saoedi-Arabië een serie regels aan waaraan de zenders zich moeten houden op straffe van intrekking van hun vergunning. Zo mogen Arabische leiders niet worden beledigd en mag de openbare orde niet worden beschadigd. De Internationale Federatie van Journalisten sprak van „een rampzalige ontwikkeling”. Maar westerse regeringen hebben tot dusverre niet gereageerd.