Verfijnde retoriek bij Gardiner

Klassiek: English Baroque Soloists/Monteverdi Choir o.l.v. John Eliot Gardiner. J.S. Bach - Johannes Passion. Gehoord: 20/3 Concertgebouw, Amsterdam.

Al vóór gisteren was 2008 een bijzonder rijk passiejaar. De Matthäus bij het Concertgebouworkest onder Iván Fischer was origineel, integer en memorabel, die van Jos van Veldhoven werd in deze krant omschreven als ‘de roerendste ooit’. En daar werd gisteravond door John Eliot Gardiner dan nog een hoogst opmerkelijke Johannes Passion aan toegevoegd.

Door zijn project Bach Cantata Pilgrimage 2000 zijn Gardiner en zijn English Baroque Soloist en Monteverdi Choir Bach-specialisten geworden. Net als bij zijn cantateproject presenteerde Gardiner ook de Johannes Passion in ‘authentieke’ bezetting; met 21 musici en 21 koorleden waaruit – evangelist en Christus uitgezonderd – ook de solisten werden gerekruteerd. Dat betekende enerzijds dat het koor ook uit zangers van solistische allure moet bestaan, anderzijds dat je die kwaliteit ook in het karakter van de koorklank terughoorde – een gegeven dat slechts in enkele fugatische passages even tot een wankelig resultaat leidde.

Nadrukkelijk níet authentiek is Gardiners streven naar perfectie en maximaal retorisch raffinement. Voor Bach waren zijn passies – hoe tijdloos magistraal ook – in functie ‘gewoon’ gebruiksmuziek. Bij Gardiner is het pure kunstmuziek, en zijn de koralen geen eenvoudige, slepende gemeentezang, maar juist hoogtepunten van muzikale verfijning. Bijvoorbeeld in Durch dein Gefängnis, dat hier als scharnierpunt wordt ingezet. Meestal is de Johannes Passion kort voor, lang na de pauze. Gardiner zette de knip halverwege en herhaalde na de pauze het slotkoraal van voor de pauze, door het koor gebracht in afwisseling van kalm devote zinnen en flitsende, geëxalteerde uitroepen als persoonlijke reactie daarop.

De onversneden religieuze felheid van de Johannes Passion is, mede, waarom velen de Matthäus verkiezen. Al die hitsende oproepkoren werden door Gardiner nog eens extra scherp aangezet in schetsen van kraaiend, achterbaks, miespelend en plagend volk. In het Christus’ einde bezegelende Wir haben ein Gesetz bijvoorbeeld – grijs, griezelig onbuigzaam gezongen. Of juist met kermisachtig ordinaire opwinding, waar het volk erom loot wie er met Christus’ onderkleed vandoor gaat. Zo’n interpretatie in klinkend resultaat om te zetten, vereist een verregaand vergroeid zijn van dirigent, zangers en musici, en daarin schuilt ook de kracht van Gardiner en zijn ‘ Soloists’.

Mark Padmore, de meest felbegeerde evangelist van dit passiejaar, maakte vorige week bij het Concertgebouworkest diepe indruk met zijn kleurrijke toon. Gisteravond bewees hij zich opnieuw: fel, theatraal en betrokken, maar op een vertellende, niet docerende manier. Bariton Dietrich Henschel was een lijdzame, ingetogen Christus – passend bij de wijze waarop hij in deze evangelietekst wordt neergezet. Van de koorsolisten maakte sopraan Julia Doyle indruk met haar heldere, prettig onopgesmukte geluid.

    • Mischa Spel