Universiteit met den Bijbel ... en de Koran

God is verdwenen uit Jorwerd, maar niet uit de Amsterdamse Zuidas.

Aan de Vrije Universiteit worden zowel Bijbel als Koran met diepe ernst bestudeerd.

Koran, Illustratie Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Een college wetenschapsleer aan de Vrije Universiteit. Thema: ‘bidden en mediteren in diverse tradities’. Docente Annewieke Vroom vraagt een moslimstudente of zij de salaat, haar gebed, in de les zou willen doen. De studente aarzelt. Kunnen we dat niet aan één van de mannen vragen? Ja, zegt de docente, dat zouden we kunnen doen.

Ze krijgt de pauze om erover na te denken. Ze wil. Maar: ze heeft hier geen gebedsmatje. Vroom legt haar shawl op de grond. Dan begint de studente staand haar gebed, daarna volgt het buigen, knielen en met het voorhoofd de grond aanraken. Ze bidt in het Arabisch.

Meer dan dertig studenten, christelijk, moslim, humanist of van alles tegelijk, staan er omheen. Vroom later: „Er gebeurde wat in het lokaal. Je voelde een soort collectieve eerbied. Dat is religie. En over de vraag wat je daarmee als wetenschapper doet, ging die dag de discussie.”

De VU? Dat was toch een opleidingsinstituut voor gereformeerde predikanten? Opgericht door Abraham Kuyper? Jazeker. Maar anno 2008 is de theologische faculteit van de VU in de woorden van moslimstudente Saloua el-Bouk „een veelkleurige mozaïek”. Oud-decaan Martien Brinkman spreekt van „een ruiker met veel verschillende bloemen, die toch een organische eenheid vormt”.

Na het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland die een eigen theologische universiteit (PThU) opzette (zie kader), moest de theologische faculteit van de VU op zoek naar een nieuwe markt. Achteraf gezien was het ontstaan van de PThU een blessing in disguise, zegt Brinkman. Het vormde een nieuw begin.

Door de opheffing van de theologische faculteit aan de Universiteit van Amsterdam was de opleiding van de doopsgezinden dakloos geworden. Brinkman nodigde hen uit hun seminarie naar de VU over te brengen. Ook wist hij de pinksterkerken, baptisten en evangelicalen die op zoek waren naar een meer academische setting voor hun theologische opleidingen, aan de VU te verbinden. En de Hersteld Hervormde Kerk, orthodoxe hervormden die niet met de PKN wilden meedoen, kwam zich in 2004 spontaan bij de VU aanmelden.

Toen vanuit de overheid werd aangedrongen op een Nederlandse academische opleiding voor de islam, greep de Vrije Universiteit haar kans. In 2005 kwamen de ministers Van der Hoeven (Onderwijs) en Verdonk (Vreemdelingenzaken) en staatssecretaris Rutte (Onderwijs) praten over de vestiging van een islamopleiding. Ook die past helemaal bij de VU, aldus de toenmalige voorzitter van het College van Bestuur, Wim Noomen. Want Abraham Kuyper schreef al: „Als kwekeling kan ieder tot haar [de VU] komen al ware hij mohammedaan of jood.”

Het grootste deel van de theologiestudenten is echter nog altijd protestant. In een collegezaal op de dertiende verdieping buigen vier orthodox-hervormde masterstudenten zich drie uur lang over de praktische betekenis van het zesde gebod, ‘gij zult niet doden’. De vier zijn in de laatste fase van hun studie, ze bereiden zich voor op het leven in de pastorie. Niek Donselaar, Alfred van de Weg en Rinie van Reenen leiden al elke zondag kerkdiensten, Robert Boogaard nog niet. Hij geeft godsdienstles op een reformatorische middelbare school.

Docent Reinier van Kooten begint zijn werkcollege met de lezing van een psalm en een kort gebed. Vervolgens schetst hij de dilemma’s waarvoor de aanstaande predikanten in hun pastorale praktijk kunnen komen te staan: abortus, euthanasie, suïcide, transplantatie van organen en andere vormen van donorschap. „Wees voorzichtig met het uitspreken van oordelen”, vat hij samen, „tenzij je het zeker weet uit het Woord van God, mag je nooit tegen een ander zeggen dat iets niet mag.”

Met het oog op de toekomstige beroepspraktijk schetst Van Kooten óók het belang van een goede begeleiding van families die met ernstige ziekte of een overlijden worden geconfronteerd. „Zorg dat je een vangnet voor de familie kunt zijn. Houd niet alleen je theologische literatuur bij, maar lees ook de berichten in de krant over medische ontwikkelingen.”

Een verdieping lager dan de hersteld hervormden wordt een werkcollege ‘Islam in de Europese cultuur’ gegeven. Met een ‘salam aleikum’ begroeten de studenten elkaar. Fatih Okumus leidt de werkgroep over de sharia, de islamitische leefregels. Eerst geeft Saloua el-Bouk een presentatie over de tijdstippen van de vijf dagelijkse gebeden in de islam en over de vraag onder welke omstandigheden bepaalde gebeden mogen worden samengevoegd.

Okumus maakt duidelijk hoe verschillende geloofsrichtingen daarvoor verschillende regels hebben geformuleerd. Vervolgens rondt Saloua af met de conclusie dat het combineren van gebeden een uitzondering moet blijven. Het is de bedoeling van de Koran dat de gebeden verdeeld worden over dag en nacht.

Dan is het de beurt aan Hamza Akkar. Hij geeft een toelichting op het begrip ‘hidjra’, de verplichte terugkeer van moslims naar islamitische landen. Hij zegt vooral naar tegenargumenten te hebben gezocht. Wat zijn islamitische landen? Landen die een islamitische leider hebben, wat sommigen zeggen? Of landen waar je de vrijheid hebt je geloof te belijden, zoals Nederland?

„Islamitische regels zijn gegeven in een bepaalde tijd en voor een bepaalde streek”, zegt hij. „Je moet die eerst goed bestuderen, pas dan kun je er conclusies uit trekken voor vandaag.” Hij vertelt tijdens een studiereis naar Marokko een moefti (wetsgeleerde) gevraagd te hebben naar de reikwijdte van fatwa’s, religieuze oordelen. „Die zei dat een moefti in Marokko geen uitspraak kan doen over Nederland, omdat hij de situatie daar niet goed kent.”

De theologische opleiding aan de VU is een planeet waaromheen nu een veelheid aan satellieten cirkelt, zegt Willem van Vlastuin. Hij is hersteld hervormd predikant in Katwijk, tevens docent aan het hersteld hervormd seminarie. „Een eigen, zelfstandige opleiding voor onze kerk hebben we nooit overwogen, want we willen dat onze studenten opgroeien in een academische omgeving. Het aanbod dat de Vrije Universiteit ons deed: een eigen seminarie verbonden met de theologische faculteit, maakt het mogelijk om onszelf te blijven zonder dat we op een eiland zitten.”

De opleiding van de hersteld hervormde studenten wordt nu voor 60 procent verzorgd door de theologische faculteit van de VU en voor 40 procent door vijf hersteld hervormde docenten die in dienst zijn van het seminarie. „Ook theologisch kunnen we goed uit de voeten met deze constructie”, aldus Van Vlastuin, „aangezien de VU haar aandacht de afgelopen jaren verlegde naar de ook voor ons belangrijke, klassieke theologische thema’s. Terwijl elders de aandacht juist verschoof naar meer algemene religiestudie.”

De herstructurering van de faculteit heeft haar geen windeieren gelegd, te meer daar het college van bestuur van de VU het theologisch onderzoek tot één van haar speerpunten maakte. Er is meer geld gekomen voor wetenschappelijk onderzoek, waardoor meer prominente wetenschappers konden worden aangetrokken. Oud-decaan Brinkman: „We hebben voor een aantal oudere hoogleraren nu een zogenaamde dakpanconstructie. Een paar jaar voor hun emeritaat is al een opvolger benoemd, die zich vast warm mag lopen en vooral onderzoek doet.” Vandaag wordt bekend dat één van die nieuwelingen, kerkhistoricus Wim Janse, per 1 september de nieuwe decaan wordt. Ook onder wetenschappers van andere universiteiten blijken de VU-vacatures populair.

De theologische faculteit verzorgt het basispakket voor alle studenten. Vakken als exegese, ethiek, dogmatiek, kerkgeschiedenis en filosofie worden aan gemengde groepen gegeven. Dat betekent dat hersteld hervormden zich met moslims en doopsgezinden over teksten van Augustinus buigen.

Annewieke Vroom, die filosofie doceert, vindt die onderlinge confrontatie spannend. „We proberen de studenten de instrumenten aan te reiken om met elkaar in gesprek te gaan. We bieden ze daarvoor een veilige ruimte. Op die manier gaat de drempel voor de onderlinge dialoog omlaag.” Ze toont een aantal papers die door een gemengde groep studenten zijn geschreven. „Misschien laat ik ze volgend jaar samen dialogen naar het voorbeeld van Plato schrijven, zodat ze hun standpunten tegenover elkaar kunnen stellen.”

Meestal zijn het de gelovige studenten die zich moeten verantwoorden voor hun opvattingen en hun gedrag, maar het omgekeerde komt op college ook voor. Vroom: „Ik nodig mensen met een duidelijke traditie ook uit kritische vragen te stellen aan wat soms vrijblijvende zoekers lijken: hoe gaan zij om met de grote vraag naar de zin van leven en sterven? Iedereen moet zijn eigen positie kunnen verwoorden én kritisch kunnen beschouwen. Dan komen er vragen op als: hoe doen jullie dat dan, alles maar zelf bedenken zonder houvast. Doe je dan alleen maar waar je zin in hebt? Soms vinden hersteld hervormden en moslims elkaar in de vragen die ze anderen stellen.”

Toch gaat die dialoog niet steeds vanzelf, vindt Hamza Akkar. „Met sommige christenen op de faculteit krijg je wel makkelijk contact, maar met die hele strenge groep is dat soms lastig. Die blijven steeds dicht bij elkaar, alsof ze houvast zoeken.”