Trillen, zweten en binnen 72 uur dood

De dodelijke paardenziekte ‘atypische myopathie’ breekt op steeds meer plaatsen uit.

In Utrecht weten ze nu waarom de dood zo snel komt.

Paarden die bij koud weer in de wei staan lopen kans op het dodelijke ‘atypische myopathie’. Foto Flip Franssen Nederland, Ooijpolder, 5-4-2007 26 Konikpaarden gaan op weg naar Letland om daar uitgezet te worden in natuurgebieden. De wilde paarden zijn in Nederland een succes. Stichting de Ark, die de dieren langs de oevers van de Waal beheerd laat overtollige dieren verplaatsen naar nieuwe gebieden. Oorspronkelijk een ras dat in Polen leeft, Przwalsky, en dus terug naar hun historische leefgebied. Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

De eenjarige arabier Karim lag voor dood in de wei. Met die mededeling belde de boer op naar Jasmijn Heere uit Maarssen, in de herfst van 2006. Haar paard stond toen bij hem in de wei. Twee van de vijf andere paarden die in hetzelfde weiland stonden waren een week eerder ziek geworden en al gestorven. Een derde paard was er slecht aan toe.

„De dierenarts heeft mijn paard aan een infuus gelegd”, vertelt Jasmijn. „We hebben hem daarna stukje voor stukje naar de stal laten lopen. Dat duurde heel lang, omdat hij uitgeput was en ziek van de pijn. De dierenarts constateerde dat hij stervende was. Ik heb besloten hem meteen in te laten slapen.”

Het paard bleek ‘atypische myopathie’ te hebben. Een ziekte die niet eerder in Nederland voorkwam, en mogelijk veroorzaakt wordt door een giftige schimmel in de wei. Dierenarts Cornélie Westermann heeft nu ontdekt waarom de paarden sterven: hun spieren kunnen geen vet meer verbranden. Ze promoveerde gisteren aan de Universiteit Utrecht.

Atypische myopathie, een vorm van spierbevangenheid, brak in de herfst van 2006 voor het eerst uit in Nederland en trof vermoedelijk tientallen paarden. De ziekte werd in 1939 voor het eerst beschreven, maar kwam zelden voor. In 1995 stierven er opeens meer dan honderd paarden in Duitsland aan. Atypische myopathie komt nu in tien Europese landen voor, altijd bij koud weer in de lente of de herfst, bij paarden die veel buiten staan. Negentig procent van de zieke paarden gaat dood, soms al binnen een dag. De paarden gaan trillen, zweten en zakken door hun benen. Hun urine wordt koffiekleurig.

Het was aanvankelijk een raadsel waar de paarden zo snel aan stierven, zegt dierenarts en onderzoeker Han van der Kolk. Hij is een van de promotoren van Westermann. „Ze hadden geen koorts en de ziekte leek niet besmettelijk.” Met een internationale groep collega’s brachten Van der Kolk en Westermann het achterliggende proces in kaart: een verstoorde vetverbranding, vergelijkbaar met de menselijke aangeboren stofwisselingsziekte MADD (multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie). Van der Kolk: „De spieren kampen met een energiecrisis.”  De groep onderzocht bloed, urine en spierweefsel van tien paarden met deze spierbevangenheid, waarvan negen de ziekte niet overleefden. Ter vergelijking werden twaalf gezonde paarden en drie met andersoortige myopathie onderzocht.

„In de urine en in het bloed van de zieke paarden vonden we overmatig veel korte vetzuren, en in de spiercellen zagen we minuscule vetdruppeltjes. Het vet werd niet volledig afgebroken. Daardoor konden de spieren er niet voldoende energie uit halen.” De enzymen die normaal gesproken de korte vetzuren afbreken, bleken zozeer aangetast dat ze niet meer werkten. Korte vetzuren hoopten zich daardoor op in spiercellen, waardoor de spieren verhardden.

Wat de enzymen aantast, is nog niet helder. Van der Kolk houdt het op een giftige stof uit een schimmel die bij lage temperaturen, net boven het vriespunt, in de wei groeit. „De ziekte MADD is bij mensen aangeboren, bij paarden werkt het anders omdat de uitbraken alle paardenrassen van alle leeftijden treffen.”

Wel lijkt het erop dat de giftige stof – als dat het is – het lichaam kan verlaten of zijn werking kan verliezen en de vetstofwisseling daarna weer op gang komt. „Als we de zieke paarden een tijd op een infuus met koolhydraten laten leven, overleven ze het mogelijk. Spierweefsel kan herstellen.”

Voorkomen is beter. Van der Kolk adviseert paardenhouders hun dieren vers hooi te geven en op stal te houden als de temperatuur tussen 0 en 8 graden Celsius blijft hangen, of er andere besmettingen zijn.

Zijn er nu besmettingen? Kijk op www.myopathieatypique.be

    • Carola Houtekamer