Treurig lustrum

Vijf jaar nadat president Bush de aanval op Irak opende, weet zijn mogelijke opvolger nog steeds niet het fijne van het land. De Republikeinse kandidaat McCain is deze week in het Midden-Oosten. In Jordanië sprak hij woensdag tot tweemaal toe zijn zorgen uit over de samenwerking tussen Iran en Al-Qaeda. „Het is algemeen bekend dat Al-Qaeda naar Iran gaat, daar training krijgt en vanuit Iran weer terugkeert naar Irak”, aldus McCain.

Gemeengoed? Wat er ook over de groeiende rol van Iran in Irak kan worden gezegd, nou net niet dat het extremistische en sunnitische Al-Qaeda wordt geleid door shi’itisch Iran. Senator Lieberman, die de presidentskandidaat vergezelde, moest er aan te pas komen om McCain te corrigeren. „Sorry. De Iraniërs trainen extremisten, niet Al-Qaeda”, zei McCain.

Deze verwarring is exemplarisch voor vijf jaar ‘Irak’, waarin de meeste doelstellingen van 2003 niet zijn gehaald. En dat is geen reden voor berusting. Hoewel de bondgenoten indertijd verdeeld waren, was er onder prominente Europese intellectuelen in 2003 immers een zekere geestdrift te bespeuren voor de op handen zijnde oorlog. Een gruwelijke dictator, die zijn eigen burgers met gifgas te lijf was gegaan, leek redelijk efficiënt te kunnen worden opgeruimd. Pas toen shock and awe geen vrede bracht, rees twijfel. Een burgerlijke samenleving liet zich kennelijk niet gewapenderhand afdwingen.

De goede bedoelingen van toen zijn in de loop van de chaotische vijf jaar mede daarom naar de achtergrond verdwenen. Begrijpelijk. De verwachtingen waren in 2003 te hoog gespannen. Maar die conclusie moet niet leiden tot louter teleurgestelde afstandelijkheid. Gedane zaken nemen geen keer.

Toch is Irak uit het zicht van de publieke meningsvorming aan het raken. De toekomst van Irak is politiek steeds minder een thema. Nog even en het cynische ‘hek eromheen’ of ‘laten ze elkaar maar afmaken’ weerklinkt, zoals in de jaren negentig ook wel werd gehoord over de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië.

Cynisme is ook om rationele redenen onverstandig. Irak blijft een brandende kwestie, niet alleen voor de geallieerden van 2003 maar ook voor de landen die toen om goede redenen niét deelnamen aan operatie Iraqi Freedom. Wie er na november ook president van de VS wordt, de nieuwe Amerikaanse regering zal de lasten van Irak willen delen. Washington kan en wil het niet meer. Irak wordt dan binnen afzienbare termijn ook weer een Europese zaak. Nederland kan zich daar tegen die tijd niet aan onttrekken.

Alleen al daarom kan het kabinet-Balkenende het zich niet veroorloven om de eigen politieke steun voor de oorlog te blijven taboeïseren. Het verbod dat de coalitie heeft uitgevaardigd op een parlementair onderzoek is niet alleen vanuit democratisch oogpunt potsierlijk maar ook politiek onhoudbaar. Of het kabinet-Balkenende het leuk vindt of niet, het krijgt Irak een keer op zijn bord. Met zijn koudwatervrees bewijst het kabinet alleen maar dat Nederland nog in een vooroorlogse toestand verkeert en wil blijven verkeren.