‘Stijgende inflatie is een trend’

De financiële crisis jaagt schrik aan. Koersval op de beurs, dalende rente, angst voor inflatie. Wat is de grootste zorg voor de man aan het roer bij ABP, tweede pensioenfonds ter wereld?

Directievoorzitter Dick Sluimers van de Algemene Pensioengroep, de uitvoeringsorganisatie van pensioenfonds ABP. Foto Roger Cremers Nederland, Schiphol, 07-03-2008 Dick Sluimers, voorzitter directieraad van de Stichting Pensioenfonds ABP. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Dick Sluimers is ervan geschrokken. Duizenden werknemers van de Amerikaanse zakenbank Bear Stearns zagen hun aandelen in hun werkgever van de ene op de andere dag vrijwel waardeloos worden. Tonnen, soms miljoenen dollars. Weg.

Voor velen waren die aandelen hun pensioenvoorziening. „Van 160 dollar voor een aandeel vorig jaar naar 60 dollar vorige week vrijdag naar 2 dollar afgelopen maandag. Dat is een hard gelag.”

In de weeën op Wall Street komen de hoofdlijnen van Sluimers’ dagelijks werk samen: beleggen en pensioenen. Het gesprek vindt plaats in zijn hoekkamer van een kantoorgebouw op Schiphol, een van de vestigingen die pensioengigant ABP de afgelopen tien jaar heeft geopend. Heerlen is hoofdkantoor.

Sluimers (1953) is de baas van de uitvoeringsorganisatie van ABP, het pensioenfonds voor meer dan een miljoen leraren en ambtenaren. Met 217 miljard euro beleggingen (stand 31 december) is ABP na een Japanner ook het grootste pensioenfonds ter wereld. Op de mondiale aandelenmarkten heeft ABP ruim 80 miljard euro belegd.

Wat is nu uw grootste zorg?

„Inflatie. De Europese inflatie ligt al boven 3 procent, de Amerikaanse boven de 4, de Aziatische boven de 6 procent. Stijgende prijzen van landbouwproducten, energie en ook loonstijgingen.”

De dalende aandelen zijn in verhouding beheersbare problemen?

„Op dit moment is dat duidelijk niet het geval. En ik begrijp heel goed dat voor de Amerikaanse centrale bank de beteugeling van de langetermijninflatie nu geen topprioriteit heeft. Hun banken moeten verder, dat is helder.”

Een half jaar geleden schreef u nog in het voorwoord voor een ABP-gedenkboek dat geringe pensioenkennis uw grootste zorg is.

„Dat blijft een grote zorg, dat zoveel mensen niet weten hoe hun pensioenproduct in elkaar zit.”

Maar?

„We zien momenteel de inflatie wereldwijd oplopen. Inflatie is een probleem omdat wij de pensioenen willen blijven verhogen met de loonstijgingen.”

Dan zullen uw zorgen de laatste dagen zijn toegenomen. Het geld dat de centrale banken nu in het bankensysteem pompen gaat een keer tot extra inflatie leiden.

„Het is nu een dubbele zorg geworden. Op korte termijn speelt de houdbaarheid van het financiële systeem een belangrijke rol. Een bank als Bear Stearns valt niet zomaar om. Maar de beleidsinstrumenten die nu worden gebruikt zijn niet zonder consequenties. De kans dat dit bijdraagt aan inflatieverwachtingen op langere termijn is duidelijk reëel. Mijn zorgen worden er niet minder op. Je moet er niet aan denken, zoals IMF-chef Strauss-Kahn onlangs aangaf, dat wij, net als in de jaren zeventig, weer de kant op gaan van een stagflatie-economie: stagnerende reële economische groei, bij hardnekkige inflatie. Dan wordt het razend moeilijk om rendement te boeken als belegger, terwijl de pensioenverplichtingen maar oplopen. De verleiding is groot om in de huidige omstandigheden naar de korte termijn te kijken: bank gered. Maar wij zijn een langetermijnbelegger. Wij beleggen niet op termijn van dertig uur maar van dertig jaar. De trend is belangrijker dan de actualiteit van de dag. Mijn vrees is dat de stijgende inflatie zo’n trend is. Daar komt bij dat vergrijzing geen exclusief Nederlands fenomeen is, het is Europees, zelfs mondiaal. Andere landen in het eurogebied hebben hun vergrijzingskosten niet zo goed gefinancierd als Nederland. Dat kan ook een bron van inflatie worden. Met alle negatieve consequenties voor onze pensioenen van dien.”

Is de financiële positie van ABP door de koersval al dusdanig verslechterd dat u dat bij De Nederlandsche Bank moet melden?

„Wij geven geen tussentijdse informatie over de financiële positie van ABP. Eind 2007 was de verhouding tussen beleggingen en pensioenverplichtingen, de dekkingsgraad, 140 procent. Door de koersval van de aandelen is deze verhouding verslechterd, maar de gedaalde rente heeft nog meer invloed gehad. Om een indruk te geven: een koersdaling met 10 procent kost ABP 6 procent dekkingsgraad. Maar een daling van de rente met een vol procentpunt heeft een negatief effect van 16 procent.”

Menigeen pleit voor overheidsingrijpen en belastinggeld om de problemen aan te pakken. Goed idee?

„Op individueel niveau, voor Amerikaanse huiseigenaren, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Maar het moet niet zo zijn dat de centrale bank of de overheid de indruk geeft dat uiteindelijk iedereen toch wel wordt gered. De les die we helaas weer leren is: beter naar nieuwe financiële producten kijken. Door toezichthouders. Door beleggers. Door klanten. En dat betrek ik ook op pensioenen. Hoe transparant zijn deze producten? Weten de kopers van pensioenproducten wat zij kopen?”

U bent de aangewezen man om die vraag te beantwoorden.

„Pensioen is zeker niet eenvoudig. De deelnemers van ABP kunnen nu op de website zo uitrekenen hoe hun pensioen eruit zal zien.”

U zegt in wezen: met ons rekenmodel had de klant van een ‘woekerpolis’ direct gezien hoe hoog de kosten waren die eraan kleefden?

„Het collectieve pensioen van ABP is sowieso veel goedkoper dan een verzekeringspolis. Maar met een distributieketen ertussen, zoals bij verzekeraars, weet je ook niet als klant wat die tussenpersonen verdienen. We leven in een wereld waarin mensen meer zelf moeten regelen, meer keuzes hebben. Maar hebben zij ook het benodigde inzicht? Zelfs de dure bankiers op Wall Street wisten het blijkbaar niet goed genoeg.”

Van u wordt veel verwacht. De primaire taak is een waardevast pensioen geven. Gaat u dat waar maken?

„Dat is niet te garanderen. Dan zou onze financiële positie nog veel beter moeten zijn. Maar dat geld is er gewoon niet. Vandaar dat alle pensioenfondsen zeggen dat zij pensioenen alleen verhogen met loon- of prijsstijgingen als hun financiële positie dat toelaat. ABP had de afgelopen jaren de pensioenen maar gedeeltelijk verhoogd. Dat hebben we met ingang van dit jaar helemaal hersteld. Het fonds zit nu weer op zijn ambitieniveau, maar het is de vraag of dat altijd en eeuwig zo blijft. Met een oplopende inflatie naar 4 of 5 procent wordt het heel moeilijk.”

En aan de andere kant juint u als grote belegger in grondstoffen de prijzen van goud en olie op.

„Ik zie ABP tot veel in staat, maar niet dat een paar man bij ons op kantoor de olieprijs van onder de 30 dollar naar boven de 100 dollar sleuren. De energiebehoefte neemt toe bij een achterblijvend aanbod. Dat is weer zo’n trend.”

U was onlangs op een topconferentie in China van pensioenbeheerders en staatsinvesteringsfondsen. Zat u achter een bordje met getallen of met namen?

„Achter de reguliere bordjes. Maar in de zaal zat wel voor zo’n 4.000 miljard dollar belegd vermogen. Volgens verschillende aanwezigen was dit de grootste bijeenkomst in zijn soort. In de diverse presentaties zag je veel parallellen. Wij steken van oudsher veel tijd in het leren kennen van andere grote pensioenbeheerders. Nu zaten ook de sovereign wealth funds aan tafel.”

Moeten wij bang zijn voor die staatsfondsen?

„Voor ons zijn het interessante partners om mee te praten. Het zijn wel vergelijkbare clubs. Maar laat ik hun financiën relativeren. Het vermogen van deze sovereign wealth funds beloopt wereldwijd 2.000 tot 2.500 miljard dollar. Dat van de pensioenfondsen is mondiaal zo’n 25.000 miljard dollar. Het gaat dus om grote, maar geen dominante spelers. Zij ontwikkelen zich snel dankzij de onbalans in de wereld, waarin de Amerikanen verhoudingsgewijs heel weinig sparen en de opkomende markten juist hoge besparingen kennen.”

De spaarders gaan winnen?

„Volgens de socioloog Max Weber is spaarzaamheid de basis voor het succes van het kapitalisme. Dus ik moet dat beamen. Calvinistische soberheid en het kapitalisme gaan hand in hand. De spaarquote en de bevolkingsgroei zijn bepalend voor economische groei zeggen veel groeitheorieën. En dat is voor deze landen zeer kenmerkend.”

    • Menno Tamminga