Stapelbare autootjes

‘Wij hebben de stedelijke mobiliteit heruitgevonden”, zegt Bill Mitchell bescheiden. Als hoogleraar architectuur aan het Massachusetts Institute of Technology leidt hij het team dat de City Car heeft ontworpen. De City Car is een revolutionair voertuig dat het ruimtebeslag en de vervuiling door automobielen in grote steden moet decimeren.

Het meest in het oog lopende kenmerk van de City Car is de manier waarop een hele rij van deze autootjes in elkaar past, net als winkelwagentjes. Verder doet hij denken aan de driewielige tweetaktauto’s van het merk Messerschmitt uit de jaren zestig: kort en laag, voor breder dan achter. Maar volgens betrokken ingenieurs is het een heuse computer op wielen.

Het idee is ontstaan in 2003, toen Mitchell een multidisciplinair team om zich heen verzamelde met onder andere architecten, industrieel ontwerpers, ingenieurs en programmeurs. Eén project was het in het wiel opbergen van zoveel mogelijk functies van een normale auto. Het wiel van de City Car kan sturen, aandrijven en remmen. De bestuurder bedient met een stuurwiel (of een pookje) een centrale computer die op zijn beurt bepaalt wat elk wiel moet doen. De aandrijving is elektrisch, dus de auto is stil en stoot geen verbrandingsgassen uit.

De ‘stapelbaarheid’ weerspiegelt gedachten over de rol van de auto in de stad van de toekomst. Mitchell en zijn team denken aan een systeem van huurauto’s die op veel plaatsen in de stad klaarstaan. Met een veeg van de creditcard kan de zakenman of de toerist er eentje meenemen, om die op de plaats van bestemming weer achterin zo’n rij te parkeren. (Oudere Nederlanders denken nu aan het mislukte witte fietsenplan en witkarrenplan, ook uit de jaren zestig.) Bij het stallen klappen bij een vroeg ontwerp de stoelen weg en vouwt het front omhoog, zodat de achterkant van de ene City Car in de cabine van de andere past. Bij de laatste versie, de Bit Car van ontwerper Franco Vairani, kantelt de hele cabine, waarbij het voertuig korter en hoger wordt. Er kunnen er acht staan op de plaats waar nu slechts één Amerikaanse auto past.

Na vijf jaar onderzoek staat een model van de City Car nu tentoongesteld op de campus van het MIT. Het plan is om dit voorjaar een prototype te bouwen. Mitchell hoopt op massaproductie binnen vier jaar.

De vraag is of zijn team multidisciplinair genoeg is geweest, want er zijn nog wat onzekerheden. Het is goed voor de stad als iedereen in kleine elektrische autootjes rijdt, maar hoe zorg je dat het publiek ervoor kiest? En het is handig als je zomaar een City Car kunt pakken, maar houden mensen ’m netjes? Misschien heeft Luud ‘Witkar’ Schimmelpennink nog wat adviezen.

Herbert Blankesteijn

Dit is een wekelijkse rubriek over technologie.