Smeulende puinhopen

Ik ben in Amsterdam als ik deze column schrijf. Via de kranten, radio en televisie blijven onheilstijdingen over de crisis die de financiële markten teistert binnenstromen. Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve, heeft afgelopen zondag in een spoedvergadering besloten om de rente met een kwart procent te verlagen, toegezegd om 20 banken financieel te hulp te zullen schieten in geval van nood en te helpen bij de overname van de investeringsbank Bear Stearns door JP Morgan Chase.

Terwijl de aandelen Bear Stearns een jaar geleden nog 170 dollar waard waren ging de arrogante investeringsbank afgelopen weekend voor 2 dollar per aandeel van de hand. Het totale bedrag dat JP Morgan voor de bank biedt is minder dan de waarde van het kantoorgebouw van Bear Stearns in Midtown Manhattan. De neergang van Bear Stearns begon afgelopen zomer toen het faillissement van twee hedgefondsen van Bear de eerste fase van de hypotheekcrisis inluidde.

Het is een klassiek voorbeeld van hoe liquiditeitsproblemen en verlies van vertrouwen razendsnel tot een crisis kunnen leiden waarbij een bank niet langer in staat is om aan zijn verplichtingen te voldoen. Dit geldt des te meer voor investeringsbanken omdat die meer afhankelijk zijn van kortetermijnfinanciering dan commerciële banken. Vorige week groeide de twijfel over de vraag of Bear Stearns wel aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen. Andere banken weigerden nog langer met Bear Stearns in zee te gaan omdat het huishoudboekje van de bank vol stond met complexe, aan hypotheken gerelateerde, financiële producten waarvan de waarde moeilijk te bepalen is.

Bear Stearns is altijd een van de belangrijkste promotors van riskante hypotheekproducten geweest en verdiende het daarom om, in het zog van de hypotheekcrisis, bankroet te gaan. Dat de Federal Reserve de investeringsbank niettemin te hulp schoot op vrijdag, en in het weekeinde hielp bij een ordelijke transitie naar JP Morgan Chase, komt voort uit angst dat de ineenstorting van een van de grootste investeringsbanken tot paniek zou leiden in de markten en grote schade zou aanrichten in de verdere economie.

De reddingsactie van de Federal Reserve leverde, behalve begrip, ook schampere reacties op. „Wall Street on Welfare” sneerde Washington Post-columnist E.J. Dionne. De fanatieke pleitbezorgers van de vrije markt en een minimum aan overheidsinterventie schromen niet – nu het vuur hun aan de schenen wordt gelegd – om hun hand op te houden bij diezelfde overheid. Op kosten van de Amerikaanse belastingbetaler worden de schatrijke zakenbankiers nu uit de brand geholpen.

De baas van Bear Stearns, Jimmy Cayne, was een paar jaar geleden nog de best betaalde Chief Executive Officers van Amerika. De publieke verontwaardiging over de exorbitante beloningen die hij opstreek, jaarlijks tientallen miljoenen dollars, wuifde Cayne geërgerd weg. „Ziek” werd hij ervan, zo zei hij. Het probleem was gewoon dat hij té goed was in zijn werk. Het resultaat is nu goed zichtbaar. Gulzig geworden door de gigantische bonussen heeft de top van Bear Stearns onverantwoorde risico’s genomen. De aandelenopties en bonussen voor het topmanagement hebben de speculatieve bubbels op de financiële markten aangewakkerd. Nu de bubbel is gebarsten staat New York te schudden op zijn kapitalistische grondvesten.

De voorzitter van de Federal Reserve, Ben Bernanke, heeft al met verschillende maatregelen geprobeerd om een economische recessie buiten de deur te houden en de rust op de kredietmarkten te hestellen. De officiële rente is deze week verder verlaagd naar 2,25 procent. Maar veel van de problemen waar Bernanke zich voor gesteld ziet zijn niet oplosbaar omdat ze buiten het bereik van de Federal Reserve liggen. Het is onwaarschijnlijk dat huizenkopers op huizen gaan bieden waarvan ze denken dat die verder in waarde zullen dalen, ongeacht hoeveel verder de centrale bank de rente verlaagt.

Banken die lijden onder de zich opstapelende verliezen op leningen zullen ervoor terugschrikken om geld te lenen aan minder kredietwaardige partijen, hoeveel geld de zullen centrale bank ook in het financiële systeem pompt. Bovendien zullen investeerders voorlopig nog wel nerveus blijven, zelfs nu de Federal Reserve heeft toegezegd om de 20 belangrijkste financiële instellingen te hulp te zullen schieten in geval van nood.

Als het pakket reddingsmaatregelen van deze week niet werkt dan zal de financiële crisis zich van Wall Street verspreiden naar de rest van de Amerikaanse economie. De paniek is tot nu toe beperkt gebleven tot mensen die goed zijn ingevoerd in de financiële wereld. Maar vorige maand nam onverwacht het aantal banen af. De crisis is in de fase aanbeland waarbij gewone mensen hun huizen verliezen, en straks mogelijk ook hun banen. Dat betekent dat de doorsnee Amerikaan nu mogelijk ook in paniek zal raken.

De dollar is de afgelopen weken ten opzichte van de euro 15 procent in waarde gedaald. De vertegenwoordiger van de Europese Centrale Bank bij het Internationaal Monetair Fonds in Washington, Onno Wijnholds, noemde twee jaar geleden een dollarkrach nog een „low probability but high risk-scenario” (De Chinese omsingeling, 24-2-2006). Wijnholds spreekt nu van „verhoogde waakzaamheid”. Mij bekruipt langzamerhand het gevoel dat als ik morgen terugkeer naar New York er nog slechts smeulende puinhopen resten van mijn geliefde stad.

Reageren kan op nrc.nl/mees (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie).