Schrijvers, houdt uw kinderlijk universum in stand

Eric de Kuyper: Het teruggevonden kind. SUN, 270 blz. € 21,90

Eric de Kuyper: Het teruggevonden kind. SUN, 270 blz. € 21,90

Marcel Proust is niet de meest gelezen schrijver van Frankrijk, maar over geen enkele andere auteur wordt zoveel geschreven. De Bibliothèque Nationale in Parijs bezit meer boeken over Proust dan over Napoleon. Het totale aantal wordt op 200.000 geschat, zo vermeldt Eric de Kuyper, die ook een verklaring geeft: door te schrijven over Proust ‘verantwoord je een beetje de grote investering die je hebt gedaan door dat monumentale werk te lezen’.

Dat is een verfrissend platvloerse verklaring, waar vast enige waarheid in zit, maar de voornaamste reden is toch dat je, zeker als je beroepshalve schrijft, een tekst met de diepgang en de reikwijdte van Op zoek naar de verloren tijd moeilijk onbeantwoord kunt laten. Je krijgt dan de neiging ‘terug te schrijven’.

Dat heeft ook De Kuyper ondervonden. Hij noemt zichzelf geen Proust-deskundige, maar nadat hem gevraagd was À La recherche du temps perdu te bewerken voor toneel en film, heeft hij de romancyclus vijf jaar lang gelezen en herlezen. Een kritiekloos bewonderaar is hij niet: ‘Sommige passages waren voor mij moeilijk te genieten’. De Kuyper (1942) laat zich ook niets gelegen liggen aan de geldende opvatting dat het werk weliswaar een van de allergrootste moderne romans is, maar dat de schepper ervan een onuitstaanbare neuroot was. ‘Misschien meer dan voor het werk voel ik een grote sympathie voor Marcel Proust als mens.’

Het teruggevonden kind valt uiteen in twee delen, getiteld ‘Flaneren met Proust’ en ‘Op zoek naar de kindertijd’, met een intermezzo dat bestaat uit korte fragmenten die ‘het slapen’ en ‘het flaneren’ als onderwerp hebben. In het eerste deel gaat De Kuyper op verkenning in het werk van Proust. Hoewel hij zich daarbij laat gidsen door de literatuurtheoretici Gérard Genette en Roland Barthes is zijn blik niet academisch; zo noemt hij de verteller van La recherche onbekommerd Marcel, terwijl deze strikt genomen naamloos blijft. Hij argumenteert dat La recherche wezenlijk niet over Marcels schrijversroeping gaat, niet over de (verloren) tijd en al helemaal niet over de ‘mémoire involontaire’ (de welbekende madeleine) – die motieven zijn voor Proust slechts aanleidingen tot schrijven, tot het botvieren van zijn schrijflust.

Deze schrijflust is nauw verbonden met een onbevredigdheid die iedere schrijver kent: de onmogelijkheid woorden te vinden voor wat je waarneemt. Proust was een waarheidszoeker, hij probeerde tot de kern van de dingen door te dringen – en zijn boek is de meesterlijke mislukking van die poging. Dit staat voor De Kuyper centraal in Prousts hele oeuvre: de onmacht essenties te vatten. Die komt in de eerste plaats tot uitdrukking in de stijl, die het absolute tegendeel van puntig is, maar ook in het feit dat Proust gedurende zijn hele leven kernscènes verwoed bleef herschrijven.

Het wezenlijke grijpen is dus een onmogelijke opgave, maar dat heeft wel als voordeel dat je het ad infinitum kunt blijven proberen. Zo komt uit de schrijversfrustratie op paradoxale wijze het schrijfgenot voort, dat De Kuyper in La recherche overvloedig aantreft. De grote lijn van zijn betoog is niet verrassend, maar hij zet alles ongedwongen en met aanstekelijk enthousiasme uiteen.

Ook in het tweede deel van Het teruggevonden kind, over de manier waarop de kinderjaren worden beschreven in autobiografieën en autobiografische romans, toont De Kuyper zich een bevlogen commentator van de wereldliteratuur. Cruciaal is volgens De Kuyper dat de schrijver besef heeft van de autonomie van de kindertijd. Weliswaar leeft het kind in de volwassen schrijver verder, maar als de schrijver zich onvoldoende bewust is van de breuk tussen kinderjaren en volwassenheid, kan hij onmogelijk recht doen aan het kinderlijk universum. Daarom hebben de grootste schrijvers niet altijd de beste autobiografieën over hun kinderjaren hebben geschreven: ‘zij vertonen een soort arrogant meesterschap’ en halen hun neus op voor de trivialiteiten die de kinderwereld uitmaken. Hoe dat kan aflopen ziet De Kuyper in A Portrait of the Artist as a Young Man van James Joyce: ‘betweterig, [...] een literaire circusact’.

    • Marco Kamphuis