Samen

Aan het eind van de middag loopt er over de stoep een donkere vorm van mij mee over straat. Er kruipt een evenbeeld langs de wand en een enorme platte kop beweegt mee wanneer ik ‘nee’ begin te schudden. Bij de ingang van galerie Monitor doemt een lang gerekte versie van mij op. Ik denk niet dat ik al mijn schaduwen kan dragen, ik schud ze van me af.

Binnen draait de film Job is My Danger van de kunstenaar Antonio Rovaldi (Parma, 1975). Er verschijnt een klein roeibootje op een meer. Het bootje vaart onbemand naar de kunstenaar, die onder een lichtblauwe parasol staat te wachten om naar zijn werk te gaan. Rovaldi is gekleed in een felgeel uniform en een rode bouwhelm en heeft een tas bij zich waar vast gereedschap in zit. Hij ziet er uit als iemand die technisch en belangrijk werk gaat verrichten.

Rovaldi plaatste enkele keramieken objecten in de galerie als een soort restvormen van zijn film. Ik zou ook kunnen zeggen: hij plaatste enkele schaduwen in de ruimte als aankondiging van zijn film. Aan de muur een fel verlichte bouwhelm met een enorme schaduw op de grond. En aan een spijker hangen vier veters, twee van keramiek en twee van schaduw.

Tijdens het kijken naar de film wordt mijn aandacht getrokken door twee vrouwen die in de voorruimte van de kleine galerie aan het werk zijn. Er klopt iets niet. Er is iets met het licht, denk ik. Ze zitten voorovergebogen aan een kleine tafel, tegenover elkaar. De schermen van hun laptops raken elkaar aan de bovenkant en het is alsof ze langzaam maar zeker versmelten totdat er een tweekoppig monster met twintig vingers driftig zit te typen.

Rovaldi beweegt zich ondertussen door een Alpenlandschap onder een strak blauwe lucht met ongefilterd licht. Een meer, hoog in de bergen, brengt hem naar een marmergroeve. Veel trage beelden van flakkerend licht op bleke wanden, schaduwen van het hoofd van de kunstenaar en wat opzichtige referenties aan de grot van Plato. De beelden zijn tijdelijk en licht van aard in vergelijking met de zwaarte van de steen die uit de bergen komt, en de zwaarte van de kunstgeschiedenis wanneer je denkt aan alle sculpturen die in de loop der eeuwen door beeldhouwers uit dit marmer zijn gemaakt.

Rovaldi is op zoek naar beelden maar probeert er tegelijkertijd aan te ontkomen. Hij laat zien wat de kunstenaar allemaal niet is. Hij kan niet op tegen de schoonheid van deze bergen.

Hij laat ook zien dat een kunstenaar zelden een geel uniform nodig zal hebben. Het enige wat hij doet is met een zaklantaarn beelden tevoorschijn toveren op de wand. Hij is een schaduwmaker. En dat is voldoende.

Ik richt me tot het tweekoppige monster en zie nu pas dat er iets aan ontbreekt: een schaduw.

Ze behoren niet tot het werk van Rovaldi maar functioneren wel als tegenbeeld. Zij maken duidelijk dat alles wat Rovaldi in deze ruimte maakte een projectie is, zowel inhoudelijk als vormtechnisch. Wanneer het licht hier uitgaat, en de vrouwen naar huis gaan, hangen er alleen nog een helm en twee veters aan de muur. Maar wanneer het zover is, sta ik niet in het donker. Ik sta niet alleen in de schaduw van de galerie maar ook in de schaduw van een marmergroeve en alle beelden die eruit zijn voortgekomen.

Mijn schaduwen en ik gaan samen naar huis.

    • Maria Barnas