Opstand in Tibet

Nieuwslezen

Tibet domineert het nieuws. Over wat voor land hebben we het eigenlijk? Carolijn Visser schreef er in 2003 Tibetaanse perzikenover. Visser ‘pelt geleidelijk aan de paradijselijke vrucht die Tibet heet af om de rauwe en rotte werkelijkheid te laten zien. Tibet blijkt een land van verboden, van verraad, van genadeloze onderdrukking en collaboratie.’ schreef Michel Krielaars (Boeken, 13.06.03).

In Lhasa: Streets with Memories (Columbia, 2006) is architectuur een metafoor voor overheersing. Tibet-specialist Barnett beschrijft hoe in Lhasa de middeleeuwse en religieus geïnspireerde cirkelvorm is weggevaagd door het rechthoekige plein van het Chinese socialisme, zoals het plein voor de Jongkar-tempel. Pelgrims lopen nog altijd in een ovaal over het plein, terwijl toeristen cappuccinodrinkend toekijken. Van westers Tibet-sentiment – Tibet als symbool van zuiverheid en – ongereptheid moet Barnett weinig hebben. De bedreiging van de Tibetaanse cultuur is volgens hem slechts ten dele Chinese opzet, ten dele ook het onvermijdelijk gevolg van de oprukkende Chinese consumptiemaatschappij. Maar in Temptations of the West: How to be Modern in India, Pakistan and Beyond (Picador, 2006, besproken in Boeken 11.08.06, in vertaling verschenen bij Atlas) laat de Indiase essayist Pankaj Mishra geen misverstand bestaan over terreur in Tibet. Sinds de Chinezen Tibet in de jaren vijftig binnenvielen stierven ongeveer één miljoen Tibetanen door marteling, executies en uithongering. Wat dit betekent, valt tenslotte na te lezen in Fire under the Snowvan de Tibetaanse monnik Palden Gyatso, slachtoffer van uithongering en marteling tijdens zijn 33 jaar in Chinese gevangenschap. De New York Times drukte op 11 april 1995 een artikel af waar Gyatso een korte versie geeft van wat hem overkwam. Het stuk is nog op de website van de NY Times terug te vinden.

(Sebastiaan Kort, Maartje Somers)

    • Sebastiaan Kort
    • Maartje Somers