Omsingeld door Groningse studenten

Waar winden stedelingen zich over op? In Groningen betwisten bewoners en studenten elkaar de heerschappij in woonbuurten.

De Parkweg, waar het aantal studenten fors is toegenomen. „Het is met geen pen te beschrijven wat wij hier de afgelopen drie jaar hebben meegemaakt.” Foto Sake Elzinga Nederland - Groningen - 20-03-2008 Parkweg met grote overlast van studenten bewoning en parkeren van fietsen voor de deur. Foto: Sake Elzinga Studentenhuisvesting Elzinga, Sake

De studenten rukken op. Ze wonen niet meer alleen in de bekende buurten rond de binnenstad van Groningen. Ze wonen nu ook in de Rivierenbuurt. De fietsenmaker juicht hun komst toe. „Studenten kopen veel tweedehands fietsen.” De bloemist is minder blij. „Ze kopen geen bloemen.”

Bewoners van de Parkweg klagen over overlast en hebben een actiegroep opgericht. „Het is met geen pen te beschrijven wat wij hier de afgelopen drie jaar hebben meegemaakt”, zegt bewoner Kees Vermeer. In enkele jaren zijn vijf gezinnen in een huizenblok „omsingeld” door vijftig studenten. Sommige studenten zijn best aardig. „Ze groeten ons.”

Maar er zijn ook studenten die midden in de nacht luidruchtig buiten staan te telefoneren. In dronkenschap bonzen ze op voordeuren of vallen over een rij fietsen die met geraas omvalt. Ze dreunen met naaldhakken in het trappenhuis. Of ze barbecuen op de stoep. Toen Kees Vermeer protesteerde, vertelt hij, werden zakken as in zijn achtertuin gegooid. Oorzaak van de overlast is vaak alcoholmisbruik. „Ook meisjes hè. Die lopen tegenwoordig ook met drie kratten bier achterop de fiets.”

De Parkweg is een van de straten in Groningen waar het aantal studentenwoningen hard is gestegen. Oorzaak was het gemeentelijk besluit, drie jaar geleden, om de norm los te laten dat een wijk niet meer dan 9 procent kamerverhuurpanden mag tellen. Het besluit was bedoeld om de kamernood te lenigen. „Groningen is een studentenstad en dat willen we ook graag zo houden”, aldus een gemeentelijke notitie. „De studentenpopulatie bedraagt zo’n 13 procent van de totale bevolking [van 181.000 inwoners] en zorgt daarmee voor de nodige levendigheid zoals die hoort bij een grote stad. Daarnaast is deze groep van economisch belang voor de stad.”

De toename van het aantal kamerverhuurpanden leidde vorig jaar tot ophef. Sommige straten raakten zó vol, „dat bewoners zich in enkele straten niet meer thuis voelen”, aldus de gemeente.

We lopen vanmiddag door de Schildersbuurt, waar sommige straten vrijwel geheel door studenten lijken te zijn bevolkt. Eén van de overgebleven particulieren in de Jozef Israelsstraat is José Heesink, woordvoerder van de bewoners. „Wij houden van studenten”, zegt ze. „Het geeft de straat een levendig karakter.” Ze is van beroep mediator, dat komt goed van pas. „Er valt best met studenten te praten. Als je maar beseft dat je de contacten goed moet onderhouden, want de populatie rouleert natuurlijk.” Achter het raam van een huis aan de overkant loopt een student in pyjama. De meeste overlast ontstaat bij warm weer in de binnentuinen, vertelt ze. „Tijdens het warme voorjaar een jaar geleden was het hier soms niet uit te houden. We konden onze tuin vrijwel niet in. En als je er iets van zei, dan waren er zelfs studenten die vroegen: wat doen jullie hier nog?”

Om aan de klachten tegemoet te komen, besloot de gemeente een maximum in te stellen van 25 procent kamerverhuurpanden per straat. Een tijdelijke maatregel. „Op zichzelf kan ik daar wel inkomen”, zegt Finn van Leeuwen, gemeenteraadslid van Student en Stad, de politieke partij die opkomt voor studenten en jongeren. „We moeten voorkomen dat er getto’s ontstaan. De verhoudingen moeten niet scheef worden getrokken.”

Maar echt helpen doet zo’n quotum niet. „Je beperkt het probleem maar je lost het niet op.” Veel beter zou het zijn, denkt het raadslid, om de relatie tussen studenten en ‘stadjers’ te verbeteren. Niet met campagnes die clichés over bier drinkende studenten alleen maar versterken, zo stelt hij in reactie op posters van een actie Doe normaal ja!, maar door de aanstelling van bijvoorbeeld huurteams. En door afspraken te maken met studentenverenigingen, die de leden kunnen aanspreken op hun gedrag. „Als student maak je immers deel uit van een buurt”, vindt Van Leeuwen.

Over oplossingen op de langere termijn zijn de meningen in Groningen verdeeld. Hou bij het bepalen van de aantallen studenten rekening met de aard van de woningen, zegt Marcel Vehof, bewoner van de Parkweg. „Studenten komen nu terecht in wijken met gehorige panden. Dat is vragen om moeilijkheden. Dan worden bewoners en studenten tegen elkaar opgezet en krijg je verhalen in de media die stigmatiserend werken voor studenten.”

Spreid studenten over een groter deel van de stad, zegt bewoner Kees Vermeer. Investeer in relaties met studenten, zegt José Heesink.

De Groningse Ombudsman, mevrouw Willy Kol, oppert het aanwijzen van ‘campusstraten’ in Groningen. „Particulieren slagen er in sommige straten niet meer in hun huis te verkopen aan andere particulieren. Door van zo’n straat een studentenstraat te maken, sla je twee vliegen in één klap. De huizen worden weer verkoopbaar en je ontlast andere straten elders in de stad.”

Over één ding is vrijwel iedereen het eens: gemeente en woningcorporaties moeten haast maken met nieuwbouw voor studenten.

    • Arjen Schreuder