Minderwaardig

In het voorjaar van 1978 haalde PSV zijn eerste internationale prijs binnen. Met een Brabants getint elftal won de club uit Eindhoven de UEFA Cup. De herinneringen aan Willy van der Kuijlen en Jan van Beveren leven voort. Tweebenige schutters als Willy en duikers als Lange Jan zag je nergens anders. Ze hadden iets provinciaals, die PSV’ers, maar ook iets sympathieks. In het voorjaar van 1988 haalde PSV zijn grootste internationale prijs binnen. Met een randstedelijk getint elftal won de club uit Eindhoven de Europa Cup I. Randstedelijk, want zo hoopte de club zich te verlossen van het, naar men zei, Brabantse minderwaardigheidsgevoel. In de kwartfinale werd een elegante tegenstander het ziekenhuis in geschopt (Jean Tigana van Bordeaux); in de halve finale werd met veel verdedigen en geluk Real Madrid’s droomelftal verslagen; de finale met Benfica was tergend saai.

Zo maakte PSV veel reclame voor Philips, dat zich voorbereidde op de komst van de Europese Unie, en weinig voor het spel. En nu, dertig jaar na de gewonnen UEFA Cup en twintig na de gewonnen Europa Cup I, is PSV de enige Nederlandse club die de komende lente iets kan klaarspelen in Europa. Dat is fijn voor Brabant en fijn voor Philips – en afgelopen woensdag hebben we gezien hoe fijn dat is voor het spel. Na afloop hadden deskundigen het over een gebrek aan kwaliteit bij de kemphanen PSV en Ajax. Volgens hen ontbrak het de spelers aan vernuft om de vijandelijke defensies te slechten. Dat kan zijn.

Het meest opvallende aan de tergend saaie 0-0 was de houding van PSV. Misschien was de vorm er niet, of was er een te sterke wens om de vier punten voorsprong op Ajax te behouden en zo de kansen op het kampioenschap te vergroten. Maar zelfs in een elftal dat onderhevig is aan defensieve opdrachten zie je altijd wel een speler impulsief een voorwaartse actie ondernemen. Eenvoudig omdat voetballen een spel is voor mensen die iets met een bal wíllen. Aan die nooit geheel te beteugelen ondernemingslust, dat eergevoel, de drang iets te laten zien, ontleent het spel zijn charme.

Niemand ondernam iets bij PSV, en het merkwaardige was: niemand maakte zich daar zorgen over. De coach niet, de spelers niet, het publiek niet. Een publiek met liefde voor het spel zou geschreeuwd hebben om de wandelende reclame voor het voetbal, bankzitter Ismaïl Aissati. Men volstond met te juichen voor de 0-0, want die was gunstig. De ooit haast aandoenlijke club van Willy en Lange Jan heeft zich op een merkwaardige manier ontwikkeld. Tot de club met het meeste succes van Nederland, en met de minste eer. Het heeft iets minderwaardigs, nog steeds.