Mijn winkel is een dorpsplein

Agnes Eising is eigenaar van Aggiez’ biologische bloemenwinkel.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Foto Mieke Meesen Meesen, Mieke

Agnes Eising (34) van Aggiez’ bloemenwinkel in Den Haag verzorgt workshops voor Ikea in Delft: bloemencursussen voor leden van de Ikea-family. Boeketten maken met Pasen, bijvoorbeeld. Dat is bijzonder, want Agnes Eising (Aggiez betekent ‘van Agnes’) werkte tot vier jaar geleden bij Ikea in Delft. Maar dan als leidinggevend manager van de keukenafdeling, die toen net werd gereorganiseerd. Ze kreeg een burn-out. Nu heeft ze een bloemenwinkel met biologische bloemen, handgemaakte accessoires uit verre landen en wisselende exposities van schilderijen, foto’s en beelden. Overal staan kaarsen. Ook ‘mindstyle magazine’ Happinez is te koop bij Aggiez. Een boeket wordt ter plekke gemaakt op gevoel: wat past het beste bij deze persoonlijkheid. Achterin de winkel staat een leunstoel voor wie even wil blijven praten.

Een hele ommezwaai voor een afgestudeerd juriste met een afdeling van vijfentwintig man onder zich.

„Ja, dat is zo. Maar nu ik terugkijk op hoe de dingen zijn gelopen vind ik het minder gek dan het lijkt. Ik ben opgegroeid in een dorp. Een dorpje, moet ik zeggen: er wonen driehonderd mensen. In dat dorp was ik een van de weinigen die ging studeren. Ik had als enig kind ook de boerderij over kunnen nemen, maar dat wilde ik niet. Dus was het: als jij niet op de boerderij komt maar gaat studeren, kies dan in elk geval een studie waar je werk mee vindt. Geen kunstgeschiedenis bijvoorbeeld. Ik was het daar ook mee eens. Ik dacht: bedrijfskunde, dat is echt iets voor mij. Maar toen ik daar eenmaal in de collegebanken zat en die studenten zag van wie sommigen meteen al een pak droegen en een attachékoffer bij zich hadden, dacht ik: als dit later mijn collega’s moeten worden... Tegelijk vond ik dat ik het studeren niet op kon geven: daar had ik voor gekozen. Maar overstappen kon wel. Zo kwam ik bij rechten terecht – en daar ben ik blijven hangen. Ik ben een studie ingerold waar ik nooit met overtuiging voor heb gekozen.”

Had u wel nagedacht over het soort werk dat u na uw studie wilde doen?

„Werk was voor mij: zelfstandigheid in combinatie met een bedrijf. Zeg maar zoals op de boerderij, maar dan op mijn eigen manier. Dus toen bedrijfskunde niet door was gegaan en het rechten was geworden, dacht ik: notarieel recht, dan word ik notaris en heb ik toch een bedrijf. Maar op het notariskantoor waar ik stage liep kreeg ik weer dat gevoel van: oh nee. Een notaris is iemand die hoog op een eenzame berg staat. En ik wil niet hoog op een eenzame berg staan. Uiteindelijk ben ik afgestudeerd in sociaal-economisch recht.”

U zocht een bedrijf waar de mensen zichzelf zijn en jij tegen elkaar zeggen?

„Ja. En dat vond ik ook, letterlijk. De werkgever waar je jij tegen zegt, stond in de advertentie voor ‘managementtrainee’ bij Ikea. Dat zinnetje was de reden waarom ik solliciteerde. En het was inderdaad leuk werk. Ik werd leidinggevende op de kinderafdeling. En daarna op de keukenafdeling. Ik ging toen van vijf mensen onder me naar vijfentwintig mensen onder me.”

En die afdeling moest u reorganiseren?

„Ja, het moest daar anders worden. Dat komt: het hele bedrijf is eigenlijk cash and carry, behalve de keukenafdeling. Daar stel je op de afdeling je keuken samen en vervolgens bestel je die. En ze wilden de keukenafdeling beter binnen het cash and carry-concept laten passen. Dat mensen niet pas op de afdeling, maar al thuis achter de computer hun keuken samenstellen en die in de winkel dan meteen meenemen. In zo’n verandering moet je het personeel meekrijgen. Die moeten de voordelen ervan inzien. Je kunt niet zeggen: gisteren deden we het zo en vandaag doen we het anders – zo werkt het niet. Mensen moeten zich prettig voelen in hun werk. Dus wilde ik ze laten meedenken: hoe kunnen we dit nou het beste inpassen. Maar voor dat meedenken was niet genoeg tijd. Althans niet op de manier die mij voor ogen stond. Ik ging elke dag met een onvoldaan gevoel naar huis.”

En dat werd een burn-out?

„Er waren meer dingen. Ik was ook nog met een nieuwe studie begonnen, kunst en cultuurmanagement. Ik werkte vier dagen, ik studeerde een dag en tegelijk waren we bezig ons huis te verbouwen. Maar inderdaad, wat me uiteindelijk nekte was de frustratie: dat ik de dingen niet op mijn eigen manier kon doen. Ik was gestopt met bedrijfskunde, ik was geen notaris geworden en nu had ik toch een baan waarin ik me moest aanpassen en mezelf niet kon zijn.”

Hoe gaat dat, een burn-out?

„Het begint ermee dat je heel lang niks door hebt. Je hebt het druk, maar dat vind je normaal. Je vindt het normaal dat je denkt: ik moet vanavond naar vrienden, dan moet ik dus zorgen dat ik niet te laat thuis kom van mijn werk, oh maar dat kan niet want ik moet dit of dat nog doen, nou dan moeten we maar wat later naar die vrienden. Als je de hele tijd zo denkt raak je geestelijk steeds verder van jezelf verwijderd. Op een gegeven moment heb je letterlijk geen adem meer. En dan hoeft er maar iets te zijn of je barst in huilen uit.”

Toen wist u: dit is niet goed.

„Nou, eerlijk gezegd was ik er niet zo ongerust over. Ik dacht: een weekje vakantie en dan gaat het wel over. Pas toen ik terugkwam van die vakantie stortte ik in. Ik plofte op de bank en kon er niet meer af komen. Eén keer per dag boodschappen doen was het enige dat ik deed. En vaak was dat me al te veel. Ik durfde geen mensen meer te zien. Ik durfde niet meer auto te rijden. Er was iets geknapt.”

Voelde het als falen?

„Nee, ik zag het toch vooral als een samenloop van omstandigheden. En ik begreep dat ik nog steeds niet deed wat ik wilde.”

Omdat u niet goed wist wat u eigenlijk wilde?

„Ik wist het wel, maar niet duidelijk genoeg. Die duidelijkheid kwam toen pas. Ik had een reïntegratietraject gevolgd en was langzaam weer opgekrabbeld. Ik was ook weer gaan werken. Toen ging ik ter gelegenheid van mijn dertigste verjaardag met een vriendin met vakantie. Naar Thailand. En daar was alles zó anders. Ik dacht: wauw, hier beginnen de mensen gewoon een handeltje. Ze maken bloemenkettingen, proberen die te verkopen en gaat dat niet dan doen ze weer wat nieuws. En toen wist ik het opeens: een bloemenwinkel. Ik dacht: ik zit op mijn os. Ik heb een kans en nu zie ik hem opeens. Ons huis had een lege benedenruimte waarvan ik ter plekke tekeningen ging maken: zo gaat het er uitzien. Toen ik terugkwam ben ik als een gek van alles gaan uitzoeken: hoe koop je bloemen in, waar haal je accessoires vandaan, wat doe je als je kunstexposities wilt organiseren. Ik wist: dit is mijn lot. En als je je lot eenmaal hebt gevonden dan kom je ook de goede mensen tegen. Ik gaf me op bij een bloemenopleiding waar net in die maand een introductiecursus bleek te beginnen. Een vriendin van mij die grafisch ontwerper is zei dat ze de huisstijl wel wilde ontwerpen. En bij de natuurvoedingswinkel ontmoette ik een biologische bloemenkweker. Begin maart kwam ik terug van vakantie, eind mei ging de winkel open. Dat is nu bijna vier jaar geleden.”

En nu werkt u vast weer heel hard.

„Ja. Mensen komen nu ook van buiten de buurt naar de winkel. En er bellen steeds meer bedrijven, winkels en restaurants. Ik ben vijf dagen per week open, maar ik zou er zo zeven van kunnen maken. En dan personeel erbij nemen. Maar dat doe ik niet want dan word ik weer manager. En dat is niet waarom ik dit ben begonnen. Ik vind het heerlijk om alles zoveel mogelijk zelf te doen: de opdracht bespreken, de bloemen uitzoeken, het bloemstuk maken, het wegbrengen en dan de reactie zien.”

Alsof u thuis bent gekomen.

„Ja, een beetje wel. Een buurtwinkel is als een dorpsplein. En dan is het hier ook nog allemaal natuur.”

    • Gretha Pama