Menschen

Sinds deze Boekenweek heeft het Nederlands er een woord bij; deze keer geen nieuw maar een oud dat gerenoveerd is. Mensch. Mensen die na 1934 lezen en schrijven hebben geleerd zullen misschien niet weten waar het vandaan komt. Zo werd de homo sapiens genoemd voor de nieuwe spelling van de minister van Onderwijs H.P. Marchant werd ingevoerd. Dat gaf toen een geweldig kabaal. Ik ben als mensch geboren, op mijn zevende in een mens veranderd en sinds vorige week ben ik weer een mensch. Zo worden degenen genoemd die nu ouder dan zestig, zeventig, tachtig zijn. Brontosaurussen, hoor je ook wel. Dat zijn voorwereldlijke dieren, uit een ei geboren.

Volgens de nu geldende maatstaven zijn menschen een soort mensen die het niet meer kunnen bijsloffen, achter een rollator lopen, misschien met een tomtom, op een schrijfmachine tikken, een inlegkruisje dragen en nog aan literatuur doen. Gekker kun je je het niet voorstellen. Boeken lezen! Van Stendhal, Elsschot, Hermans, Voltaire, om maar een paar menschen te noemen. Ouwe zinnenbakkers. Verkalkt taalgebruik. ‘Literatuur is een reliek uit een vervlogen tijd,’ schrijft Daniël Lechner, Bildungsfilosoof en senior docent Mediapedagogiek in Zwolle, in de Volkskrant. Ik citeer zijn mooiste zinnen. ‘Tegenwoordig hapt de taal naar lucht en durf op forums, blogs en inboxen van mobiele telefoons. Evenzo heeft de literaire elite niet langer het monopolie op de duiding van de mens en het leven. Die duiding vindt nu democratisch interactief en op veel verschillende plaatsen, door miljoenen gezamenlijk plaats.’

De taal hapt naar lucht. Mooi uitgedrukt. Weg met de gemeenplaatsen, de versleten wijsheden van generaties die hun tijd hebben gehad. Ik neem de proef op de som, iedere dag. Ik ben een digimensch, begonnen met WordPerfect 3.1, geëvolueerd tot Windows XP, en vroeger via IBM Globalnet, nu met een vodafone datacard hartstikke online. Ik ken de zegeningen van internet, email, google, de wikipedia en iedere dag kijk ik even naar wat de bloggers ervan terecht hebben gebracht. Geachte heer Lechner, dat valt niet altijd mee. Nergens kom je zoveel platheid, ondeskundigheid, verongelijktheid en krompraat tegen als onder de bloggers.

Iedere revolutionaire uitvinding heeft haar eigen profeten die er de definitieve dageraad van verwachten, en zwartkijkers die het laatste oordeel zien dagen. Toen de stoomtrein verscheen, dachten de boeren dat hun koeien geen melk meer zouden geven. Het vliegtuig heeft ons wel sneller gemaakt, maar beter of slechter? Daar zou ik geen antwoord op weten. Door de computer hebben we nieuwe vaardigheden geleerd, maar is het ‘democratisch interactief van de miljoenen’ ermee bevorderd? Vraag het eens aan de Nederlandse soldaten in Afghanistan, of steek je licht op bij de AIVD.

Internet gebruiken als een argument om de literatuur af te schaffen lijkt mij je reinste flauwekul. De taal verandert, literatuur verandert en dat is maar goed ook. Het alternatief is verstarring. Maar als je tegen de verstarring bent, hoeft dat nog niet te betekenen dat je je door internet op sleeptouw laat nemen. Cultuur, om het zo maar eens te noemen, bestaat niet alleen uit vernieuwing; ook uit besef van continuïteit. Die vind je o.a. in de literatuur. En wie niet helder schrijft, heeft niet helder gedacht, zei Johan Andreas Dèr Mouw (1863-1919). Nog altijd waar.

    • H.J.A. Hofland