Macht van vleeslobby

Onfrisse praktijken bij de keuring van vee en vlees kunnen gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Ook kan de positie van Nederland als exportland van vleesproducten ernstig worden geschaad. Bovendien is het welzijn van dieren in het geding, nog los van mogelijke consequenties voor mensen zoals dierenartsen die hun werk willen doen. Het is dan ook laakbaar dat op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) al een jaar bekend was dat er grote misstanden zijn in de vleessector, maar dat dit niet geleid heeft tot maatregelen.

Een rapport van de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) signaleerde toen „nietregelconform gedrag” bij de betrokken bedrijven. Deze hadden ,,een verminderde bereidheid tot naleving van de regelgeving”, schreef de voedselautoriteit. Oorzaak: het bedrijfsleven wilde niet genoeg betalen voor de keuringen. Gevolg: een ,,gebrek aan kwalitatief en kwantitatief toezicht”. Dit eufemistische taalgebruik kan niet verhullen dat sprake is van een niet gering schandaal. De lakse reactie van de verantwoordelijke minister is alarmerend. En de rol van de Tweede Kamer roept vraagtekens op.

Minister Verburg (LNV, CDA) heeft zich eerst verscholen achter de stelling dat zij geen kennis had van het rapport van de Voedsel en Warenautoriteit. Dat is een zwaktebod. Formeel blijft de minister verantwoordelijk. Het feit dat zij niet afdoende geïnformeerd was, valt haar des te meer aan te rekenen. Vervolgens heeft zij staatsraad Hoekstra (CDA) een onderzoek laten instellen. Die manoeuvre kan slechts bedoeld zijn om tijd te winnen en de conclusies van de Voedsel- en Warenautoriteit af te zwakken. Dat de minister een politiek verwante staatsraad inhuurde voor een second opinion is een vreemde figuur. Vertrouwt de minister haar eigen toezichthouder niet? De gedachte dringt zich op dat de minister opereert als de slager die zijn eigen vlees wil controleren.

Hoekstra concludeerde gisteren dat het beeld van de misstanden in de vleeskeuring in het rapport van de toezichthouder ‘herkenbaar’ is. Het beeld was volgens de staatsraad dus niet ‘getrouw’, zoals die minister had gevraagd. Verburg kondigde niettemin aan dat de controle strikter zal worden. Ze wil zich richten op „vijf à tien procent ‘cowboys’ die door hun slechte gedrag de hele sector veterinaire risico's en imagoschade bezorgen”.

Nog los van de gedachte dat Verburg bezig is met een schijnbeweging: het is te weinig en het is te laat. Zij ontkomt niet aan de helaasheid der dingen, om met de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst te spreken.

De Tweede Kamer moet nu zelf een onderzoek instellen naar de wijze waarop het toezicht in de vleessector wordt uitgeoefend. Daarvan moet ook de rol die de minister heeft gespeeld onderdeel uitmaken. De Kamer zal het eigen optreden tegen het licht moeten houden. Al was het maar om de indruk weg te nemen dat met name de fracties van CDA en VVD teveel oog hebben voor de belangen van de vleeslobby.