Laia Fàbregas

Laia Fàbregas: Het meisje met de negen vingers

De twee Catalaanse zusjes Laura en Moira in Het meisje met de negen vingers groeien op in Spanje tijdens de dictatuur van Franco. En in een omgeving waar hun ouders ze willen beschermen door ze niet te informeren over nieuws en door niets voor de eeuwigheid vast te leggen. In het gezin worden geen foto’s gemaakt. Foto’s maak je maar in je gedachten, zeggen Pa en Ma. Onthoudt de plaatjes goed in je hoofd, dat is het meest eerlijke verhaal van je leven. Daar zit iets in. Je hebt tenslotte toch geen jeugdfoto’s nodig om te weten hoe je eigen jeugd er uitzag?

Het meisje met maar negen vingers in de succesvolle debuutroman van Laia Fàbregas is Laura, de oudste zuster. Eenmaal volwassen begint ze de beweegredenen van haar ouders in twijfel te trekken die resulteerden in haar fotoloze jeugd. En steeds meer krijgt ze sterk de behoefte haar jeugd naderhand toch nog in beelden te willen reconstrueren. Ook bij haar zusje heeft de nooit op de gevoelige plaat vastgelegde opvoeding z’n sporen nagelaten; zij is fotograaf geworden.

Het mysterie rond Laura’s missende vinger is de paradox in het verhaal. Laura heeft negen vingers. Ze mist er een, maar heeft geen fotografisch bewijs of dat altijd zo is geweest. Sterker nog; Laura verliest haar vingers alsof het autosleutels zijn. Op de meest onvoorstelbaar gruwelijke manieren worden haar vingers een voor een slachtoffer van haar onhandigheid en de allesoverheersende behoefte om te weten hoe het voelt om een vinger te verliezen. Eén vinger zaagt ze af. Ik voel, dus ik besta. (Of is het hier: ik heb steeds minder vingers, dus ik besta steeds minder?) Of het waar is, weten we niet. Ook hier zijn allemaal geen foto’s van.

Je kan je ouders een fotoloze jeugd kwalijk nemen. Maar je kan natuurlijk net zo goed een depressie krijgen, ondanks dat je op elke jeugdfoto lachend staat. Een foto is geen weergave van de werkelijkheid, net zo min als de werkelijkheid de werkelijkheid is. Net zo min als dat het tegenwoordig mogelijk is om door het leven te gaan zonder ooit op een foto te staan. Want wat is hier nu de werkelijkheid: dat je aan de lopende band je vingers verliest of dat je leeft zonder ooit eenmaal een fotografische afdruk van jezelf te zien?

Inventarisatie van een privacyloos bestaan anno 2008: op een gemiddeld feestje trekt iedereen 3,4 keer z’n mobiel om er op los te snapshotten. Op straat wordt je beeltenis (tijdelijk) vastgelegd bij de pinautomaat, in de supermarkt en in de tram. En dan zijn de minstens 23 straatbewakingscamera’s die je dagelijkse gang van zaken registreren nog niet eens meegeteld. Ook kun je nog per ongeluk meegefotografeerd worden door een toerist die op dat moment iets toeristisch digitaal vereeuwigt. Met zichzelf op de voorgrond natuurlijk: het bewijs. Ik sta op een foto, dus ik besta.

Viola Lindner

    • Viola Lindner