Lachen om Wilders

De twintigste aflevering van de interactieve maandagserie Ik krijg altijd gelijk ging over het gebruik van humor. Een goede grap op het juiste moment voor de juiste doelgroep, kan ervoor zorgen dat mensen je aardiger gaan vinden en er daardoor minder moeite mee hebben je gelijk te geven, zo betoogden we. Ook zelfspot kan uiterst doeltreffend zijn, mits je voldoende geloofwaardig bent.

Een bezoeker van de website vroeg zich af welk soort humor je zou kunnen gebruiken om Geert Wilders te bestrijden – door zijn aanhangers bij hem weg te jagen – en welke cabaretier het meest geschikt zou zijn om deze humor uit te dragen. Hans Teeuwen? Herman Finkers? Wie het ook zou zijn, hij zou niet de fout mogen maken om te veel te relativeren, aldus onze bezoeker: „Relativeren lijkt bij Wilders-aanhangers altijd averechts te werken. Zij menen dat het vijf voor twaalf is, dat Nederland in levensgevaar is en dat anderen dat zwaar onderschatten.”

Dat laatste klopt ongetwijfeld. Maar, ervan uitgaande dat Wilders bestreden zou moeten worden en humor hiervoor het juiste instrument zou zijn, waarom zou het dan een cabaretier moeten zijn die het voortouw neemt? Waarom niet de collega’s van Wilders in de Tweede Kamer?

Daar ligt natuurlijk een probleem: partijen selecteren hun kandidaat-Kamerleden niet op komisch talent want politiek is een serieuze zaak. Toch? Ik moet ineens denken aan Gerrit Zalm, die als minister een aangenomen Kamermotie afdeed met de woorden ‘we voeren hem niet uit’ – hij brulde de woorden door de zaal, iedereen moest er hartelijk om lachen en ging, naar goed parlementair gebruik, over tot de orde van de dag.

Humor werkt dus, zelfs in de Tweede Kamer, en misschien zou het ook in dit geval kunnen werken. Maar dan zouden er om te beginnen Kamerleden moeten opstaan die zichzelf en hun vak wat minder serieus nemen.

Take Ligteringen

Reageren kan op nrcnext.nl/ikkrijgaltijdgelijk

Maandag 31 maart deel 21 van deze serie.

    • Take Ligteringen