Irak kreeg wél wetten, maar geen ziekenhuisbedden

Rajiv Chandrasekaran: Imperial Life in the Emerald City. Inside Iraq's Green Zone. Vintage, 368 blz. € 15,99 Rajiv Chandrasekaran beschrijft in Imperial Life in the Emerald City (Vintage,€15,–) exact hoe de VS ‘utopisch experiment Irak’ liet ontsporen, aldus Maartje Somers. Zie pagina 6

Rajiv Chandrasekaran: Imperial Life in the Emerald City. Inside Iraq's Green Zone. Vintage, 368 blz. € 15,99

Emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis John Agresto arriveerde in 2003 in Irak met een veren kussen en een groots plan. Hij zou Iraakse universiteiten niet zomaar wat oplappen, nee, hij zou een compleet nieuw universitair systeem op poten zetten, met onder meer een schitterende kunstfaculteit en collegezalen met razendsnelle internetverbindingen.

Agresto had geen ervaring met oorlog, post-conflictsituaties of wederopbouw. Maar hij was wel een trouw Republikein die zich sterk had gemaakt voor christelijke waarden in het Amerikaanse hoger onderwijs. De professor had het niet nodig gevonden zich in te lezen voordat hij naar Bagdad afreisde, wat heet, hij las geen enkel boek over Irak. ,,Ik wilde hier met een zo open mogelijke geest arriveren,” zei hij. „Ik wilde de dingen liever uit de eerste hand leren dan door het filter van een auteur.”

Tientallen van dit soort mini-biografietjes staan er in Imperial Life in the Emerald City van Rajiv Chandrasekaran, waarin deze verslaggever van The Washington Post precies optekent wat er in het eerste jaar na de inval in Irak gebeurde, toen de Coalition Provisional Authority onder leiding van Paul Bremer de wederopbouw van het land ter hand nam. Het boek, Chandrasekarans eerste en een schoolvoorbeeld van klassieke reportage, is in de VS uitbundig geprezen en in Engeland won hij er de Samuel Johnson Prize mee, een prestigieuze prijs voor non-fictie.

Biedt Chandrasekaran een originele analyse van de Irak-oorlog? Geeft hij nieuwe informatie? Nee, helemaal niet. Wat zijn boek juist onthullend maakt, is het feit dat hij niets meer en niets minder doet dan heel precies de Amerikaanse methode van wederopbouw beschrijven. Die wordt in het boek door een van de betrokkenen achteraf getypeerd als: aan het front grondig iets gaan doen aan het probleem van een slechte adem.

De fouten die de VS onder Bremer in Irak maakten, zijn bekend: de ‘de-Baathificatie’, die grote groepen hun baan kostte en een enorme woede wekte, het gebrek aan voldoende donaties om werkelijk iets te kunnen uitrichten, en het falen om zelfs de elementairste zaken zoals water en energievoorziening weer op poten te krijgen.

Wat dit in de praktijk betekende, lezen we hier. Blauwdrukken en een enorme ambitie verhinderden mannen als Agresto de meest acute problemen te zien, laat staan op te lossen – in Agresto’s geval de leeggeplunderde universiteiten van tafels en stoelen voorzien. Verkeerschaos in Bagdad? Een naar Bagdad afgereisde jurist uit Maryland laat een commissie maanden de verkeerswet van Maryland vertalen, en zorgvuldig integreren met de bestaande Iraakse verkeerswetten. Aan de situatie buiten gebeurt niets.

De Iraakse publieke instellingen, stelt Chandrasekaran, behoorden ooit tot de beste in de Arabische wereld, maar raakten onder Saddam compleet in verval. Oplappen met behulp van de Irakezen was volgens hem in veel gevallen de effectiefste oplossing geweest, maar Amerikanen kozen meestal voor de tabula rasa. Wat er bestond moest verdwijnen, nieuwe, naar Amerikaans model opgezette ziekenhuizen, scholen en effectenbeurzen moesten de modernste instituties van de Arabische wereld worden. En dus werd er maanden gesleuteld aan een nieuwe farmaciewet, terwijl de ziekenhuizen geen bedden hadden. De markt, die door de nieuwe wet vrij spel kreeg, zou alles vanzelf oplossen.

De Britse filosoof John Gray heeft het Irak-avontuur getypeerd als een ontspoord utopisch experiment. Wie wil weten wat deze termen werkelijk betekenen, leze Chandrasekaran. De vervanging van expertise door ideologie en het negeren van de zichtbare werkelijkheid maken dit verhaal over de Iraakse ‘wederopbouw’ tot een aaneenschakeling van bittere en schrijnende grotesken.

De fatale combinatie van ideologische verblinding en can do-mentaliteit die Amerikaanse inmenging in het buitenland vaker heeft gekenmerkt, is door Graham Greene onsterfelijk gemaakt in de persoon van Alden Pyle uit de roman The Quiet American. Chandrasekarans stoet van stekeblinde Alden Pyles laat zien dat het in Bagdad erger was dan Graham Greene ooit kon verzinnen. Imperial life in the Emerald City biedt noodzakelijke ontnuchtering bij hoogdravende internationale ambitie.

    • Maartje Somers