Irak alleen bevrijd in ogen van asielzoekers

Met Irak is het een beetje als met al die al dan niet vermeende gerechtelijke dwalingen. Bijna dagelijks wordt er weer een bediscussieerd op televisie: de Deventer moordzaak, diverse van moord beschuldigde ziekenverzorgsters, de verdwijning van Natalee Holloway en sinds gisteravond bij Pauw en Witteman weer de Eper incestzaak uit 1994. Niemand weet zeker wat er gebeurd is, behalve de direct betrokkenen en een handvol verbeten voor- en tegenstanders van bepaalde justitiële beslissingen.

Als kijker denk je na verloop van tijd dat er wel genoeg over is gezegd, maar aan de andere kant is het natuurlijk niet te tolereren wanneer op basis van falend recherchewerk onschuldigen zijn veroordeeld of daders vrijuit gaan. Het moet besproken en bekeken worden, met frisse tegenzin.

Omdat gisteren precies vijf jaar geleden de Amerikanen en de Britten Irak binnenvielen, wordt de hele week de balans opgemaakt. Ik herinner me van toen vooral een glashelder en aannemelijk betoog van de Israëlische militair historicus Martin van Creveld. In opmerkelijk Nederlands voorspelde hij dat de op handen zijnde invasie per definitie moest uitlopen op chaos en dat die langer zou voortduren dan de Vietnamoorlog. De Amerikanen onderschatten, zo beweerde Van Creveld, de complexiteit van de Iraakse werkelijkheid en zelfs met grote aantallen bezettingstroepen was niet te vermijden dat het land zou uiteenvallen in elkaar fel bestrijdende facties, een ideale broedhaard voor Al-Qaeda. Uiteindelijk zou in strategisch opzicht Iran het meest profiteren van het wegvallen van de Saddam-dictatuur.

Zelden heeft een politiek analist zo gedetailleerd gelijk gekregen. Het onbegrip van president Bush en zijn regering voor de politieke en maatschappelijke verhoudingen tussen Eufraat en Tigris wordt vrij breed bekritiseerd, nog afgezien van de soliditeit van de argumenten die de inval rechtvaardigden. Was het laatste probleem maandag het onderwerp van een eigen documentaire van Tegenlicht (VPRO), woensdag werd de onmacht en kortzichtigheid van de bezetter anderhalf uur geanalyseerd in de Amerikaanse documentaire No End in Sight van Charles Ferguson. Typisch een film die past in de rubriek VPRO’s Import: gedegen werk dat grotendeels al bekende inzichten op het gebied van de buitenlandse politiek verder uitspit en onderbouwt. Er kijken niet veel mensen naar dit versmade uithoekje van de programmering. Ik begrijp dat wel, want ik heb er ook niet altijd het geduld voor.

Ook de deskundigen in de prestigieuze round-up gisteren onder leiding van Twan Huys, getiteld Irak 5 jaar later (NPS/VARA/NOS), waren het eens over de uitzichtloosheid van de situatie in Irak. Nova-verslaggever Tom Kleijn meldde live uit Bagdad dat er van maandag tot donderdag alweer 101 doden waren gevallen. Maar de in de studio aanwezige Iraakse vluchtelingen waren grotendeels zeer verheugd over de Amerikaanse interventie. Onder Saddam Hussein was het slechter dan nu en vooral de shi’itische en Koerdische sprekers voelden zich echt bevrijd. Maarten van Rossem mocht dat soort uitspraken dan als onzin aanmerken, een sterker argument tegen hun positieve grondhouding leverde het feit dat op één uitzondering na geen enkele Irakese asielzoeker ook maar overwoog om terug te keren. En ik denk dan stiekem: laat maar zitten, Irak, een wespennest dat in ieder geval niet gebaat lijkt bij het zenden van eindeloze hoeveelheden buitenlandse troepen.

Zoals de eerste speelfilms over Vietnam vooral het lot van de Amerikaanse oorlogsveteranen betroffen, zo was een andere aflevering van VPRO’s Import gisteren het meest overtuigend, omdat die ging over de nasleep aan het thuisfront. When I Came Home van Dan Lohaus is spannende cinéma vérité over een dakloze Irak-veteraan in New York met posttraumatische stress-stoornis. Honderd procent arbeidsongeschikt woont hij in zijn auto en verdrinkt in de bureaucratie. Als je niet eens je eigen oorlogshelden kunt voeden, hoe kun je dan een kruitvat van 26 miljoen Irakezen bezetten en pacificeren?

    • Hans Beerekamp