Instapdelict

Wat gebeurt er in Nederland als je als particulier wordt beroofd van je schilderijen? Niet veel. Gestolen kunst wordt in Nederland niet geregistreerd en de politie ontbeert kennis. Een persoonlijk relaas.

H. van Gessel, Haven

Maandag 7 januari om half zeven ‘s avonds werd mijn vader bij een gewelddadige overval beroofd van zes van zijn geliefde schilderijen. Het betrof een zelfportret, een stilleven en een landschap van Kees Verwey, een havengezicht van G.A. Delfgaauw, een werkje van Adjasvili en een stilleven ‘met pot en tinnen lepel’ van de joodse schilder en elektrotechnicus C.A. Feldmann. De volgende dag belde hij mij en vertelde dat er „iets vervelends” was gebeurd, en nee, ik hoefde niet langs te komen, maar het leek hem gezellig om samen te eten.

Onderkoeld vertelde mijn vader het verhaal. Hoe er, de avond ervoor, werd aangebeld, en hij de deur open had gedaan. Dat een jongen de weg vroeg naar het Amsterdams Medisch Centrum AMC, dat hij al onraad voelde, maar dat het te laat was om nog de deur dicht te doen. Dat er opeens nog een man was, met een bivakmuts en een slagersmes, dat ze binnendrongen, hem op de grond werkten, vastbonden, en een doek over zijn hoofd legden. Dat hij ze geld bood, maar dat ze dat weigerden.

Daarna bleef één van de mannen bij hem terwijl de ander zijn bankpassen meenam om zijn rekening leeg te trekken. Onder bedreiging van het mes had hij de pincode gegeven. Terwijl de ene man weg was om te pinnen bewaakte de andere man mijn vader. Er ontspon zich een gesprek. Uit het proces verbaal: „Dader één begon een gesprek met mij te voeren. Ik hoorde dat hij zei dat hij in een klein huis woonde en een kutbestaan had. Ze waren straatarm. Ik hoorde dat hij vroeg wat voor werk ik deed. Ik zei dat ik tot vorig jaar rechter was. Naar mijn idee schrok de dader hier van. Ik hoorde dat hij zei: ‘Als de politie me pakt, wordt het vijf jaar.’”

Toen de tweede man terugkwam, rommelden ze wat in de woonkamer. Daarna sloten ze mijn vader op in de wc door de deur aan de buitenkant te barricaderen. Dat was een angstig moment. Een paar dagen opgesloten zitten was geen prettige gedachte. Want hij wist niet wanneer de werkster zou komen, die houdt haar eigen schema aan. Dus zocht hij een voorwerp om de deur te forceren. Met de zwanenhals van het fonteintje lukte het om een gat in de deur te slaan. Meteen belde hij 112. De politie was binnen vijf minuten ter plaatse.

De politie deed dezelfde avond een buurtonderzoek. Dat houdt in: aanbellen bij de buren in de straat om te vragen of iemand iets verdachts heeft gezien. Zo’n onderzoek is in de buurt van mijn vader gauw klaar. Het is een rustige buurt, met veel kantoren. De mensen die er wonen zijn op vakantie. Niemand had iets gezien.

Dinsdag werd een technisch sporenonderzoek gedaan. Er werden vingerafdrukken afgenomen, er werd gezocht naar genetisch materiaal. Al met al zijn er weinig sporen. Als ik ‘s middags langskom, gapen de lege muren me aan. Een atelierstuk van Kees Verwey staat, losgesneden van de nylon draden waaraan het was bevestigd, op de grond. Blijkbaar was het te groot om mee te nemen. Over de oppervlakken die de daders mogelijk hebben beroerd ligt een zwart poeder: het metaalgruis, waarmee vingerafdrukken zichtbaar worden gemaakt.

De schilderijen die zijn gestolen ken ik al lang. Ik kan moeilijk verkroppen dat ik ze nooit meer zal zien. Dat een stelletje gajes mijn vader belaagt om een paar schilderijen en ermee weg zal komen. Mijn vader had niet de indruk dat zijn belagers kunstkenners waren. Maar omdat ze ervoor kozen die schilderijen mee te nemen – en het tafelzilver en een nieuwe camera lieten liggen – moeten ze het idee hebben gehad ze ergens te kunnen slijten.

Ik probeer te achterhalen wat de

dieven met hun buit zouden kunnen doen. Veel opties hebben ze niet, leert een rondgang langs experts in gestolen kunst. „Kunstwerken uit deze ‘klasse’ gaan in de eerste paar dagen na een diefstal razend snel en herhaaldelijk van hand tot hand”, zegt Ton Cremers van het Museum Security Network. „De doorsnee handelaar zal zich er – in deze fase – niet aan branden. En je kunt als koper nooit volhouden dat je te goeder trouw bent als je van iemand die niets van kunst weet een Kees Verwey koopt. Handelaren weten dat. Maar zodra je een werk op een rommelmarkt koopt heb je wél schone handen. Kijk maar, zegt zo’n handelaar dan, het werd voor iedereen zichtbaar aangeboden. Ik heb het netjes gekocht en ben te goeder trouw.” Cremers adviseert om rommelmarkten af te lopen, en zo snel mogelijk foto’s van de schilderijen rond te sturen en te plaatsen op sites als www.gestolenkunst.nl, een particulier initiatief.

Ton Cremers was veertien jaar lang hoofd beveiliging van het Rijksmuseum en is nu zelfstandig veiligheidsadviseur voor de erfgoedsector. In de afgelopen zeven jaar adviseerde hij zo’n 250 musea en slaagde hij er in een grote kunstcollectie terug te vinden. Hij zegt: „De gespecialiseerde kunstdief die met verstand van zaken goederen rooft is een sprookje. Het zijn gewoon ordinaire dieven. Ze kennen helers die laten weten dat er bepaalde objecten zijn die ze willen kopen. Soms zijn dat fietsen, soms klokken, en soms schilderijen. Voor het soort schilderijen dat bij je vader is gestolen is een markt. Bedenk wel: een dief heeft geen inkoopprijs. Als je een schilderij dat drieduizend euro waard is voor duizend kan verkopen, is dat makkelijk verdiend.”

In de dagen die volgen spreek ik veel mensen. Eén van hen is Victorine Stille, directeur van het Art Loss Register, afdeling Amsterdam. Het Art Loss Register (ALR) is een van oorsprong Engelse, commerciële organisatie waar particulieren, musea en verzekeringsmaatschappijen gestolen kunst kunnen laten registreren. Medewerkers van het ALR pluizen de database met 180 duizend objecten uit, aan de hand van catalogi van grote beurzen en sommige veilingen, maar ook in opdracht van particulieren en verzekeringsmaatschappijen. Veilinghuizen Christie’s en Sotheby’s zijn grootaandeelhouders van het ALR. Betaling van 500 euro geeft recht op dertig zoekacties per jaar in het register. In Nederland maken slechts vijf kunsthandelaren gebruik van het systeem.

Victorine Stille zegt: „Overschat de boeven niet! Deze mensen zijn in staat om rechtstreeks het Amsterdamse Spiegelkwartier in te lopen om te proberen de buit te verkopen. Zorg dat je zoveel mogelijk mensen op de uitkijk hebt staan.” Dus maak ik flyers en breng ze rond bij kunsthandelaren in het Spiegelkwartier. De handelaren kennen het probleem. Ze kennen ook de geringe prioriteit die de politie doorgaans aan kunstdiefstal toekent. Een handelaar die zijn naam niet in de krant wil zegt dat ik alle veilingen af moet lopen: „Er komt een dag dat er ergens op een veiling eentje hangt. Want ze kunnen nergens anders heen.” Ook raadt hij aan op internet te zoeken op veilingsites als Marktplaats, Speurders, en eBay. „Die sites zijn een verzamelplaats voor kunstcriminaliteit.”

Op de brug van de

Prinsengracht zie ik een aftands autootje rijden met op de achterbank wat schilderijen. De bestuurder is een man met een baard. Ik zie rare dingen, denk ik, maar schrijf het kenteken toch op, en geef het door aan de politie.

Mijn vader heeft alle vertrouwen in het overvalteam van het bureau aan de Van Leyenberghlaan in Amsterdam. Zij doen, zegt hij, hun uiterste best om de daders op te sporen en de gestolen kunstwerken te traceren. Hoe gaat zoiets in zijn werk? Ik bel het nummer dat de politie mijn vader heeft gegeven en krijg een rechercheur van het overvalteam aan de lijn. Het onderzoek is in volle gang, maar nee, echt vooruitgang wordt er niet geboekt. Ik vraag of hij weet wat de daders met die gestolen schilderijen gaan doen. „Nauwelijks”, zegt hij. „We hebben geen kunstexpertise in huis.”

„Je kan pikken wat je wilt”, zegt Lida Dijkstra van www.gestolenkunst.nl. „Er wordt toch niks mee gedaan.” Dijkstra is zelf kunstenaar en begon vijf jaar geleden met haar site toen er in haar omgeving – Noord-Holland – opeens veel kunst werd gestolen. De site is openbaar; het enige criterium voor vermelding op haar site is dat er een proces verbaal is opgemaakt. Regelmatig ontvangt ze anonieme tips met informatie over gestolen kunst die tot teruggave leiden, bijvoorbeeld vorig jaar na de diefstal van beelden uit de tuin van het Singer Museum in Laren. Dijkstra wordt om haar expertise ook door politiemensen gebeld. Vorig jaar schreef ze een brief aan de Raad van Hoofdcommissarissen met suggesties over een op te zetten database voor gestolen kunst. Dijkstra: „Ik zou daar graag een coördinerende rol in spelen.”

Een week later ga ik langs bij het overvalteam. Er is geen nieuws. Het sporenonderzoek heeft geen mogelijke verdachten opgeleverd. Wel informeert de politie bij pandjeshuizen en handelaren naar gestolen goederen. „Er wordt wel eens wat teruggevonden”, zegt een rechercheur van het team. „Veel is het niet. Het probleem is dat gestolen kunst geen andere behandeling krijgt dan andere gestolen spullen. Dvd-recorders, juwelen, computers, of kunst – in de huidige opzet is het allemaal één pot nat.” De rechercheur werkt al dertig jaar bij de politie. Alle mogelijke sporen zijn nagelopen, zegt hij. De schilderijen van mijn vader zijn aangemeld bij de dienst Nationale Recherche Informatie (NRI). Zelfs het kenteken van het aftandse autootje is nagetrokken. Het bleek van een keurige familie te zijn. Hij is somber over de zaak. „We moeten het hebben van een gelukje.”

In veel andere landen

worden gestolen kunstobjecten in een centrale database geregistreerd. In Nederland niet. Ooit was er bij de Centrale Recherche Inlichtingendienst (CRI), de voorloper van de dienst NRI, zo’n register dat door een kunstminnende rechercheur werd bijgehouden. Maar de rechercheur vertrok en het register werd overgedaan aan het Art Loss Register. Toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg (in 2001) en later Medy van der Laan (in 2005) zegden toe een nieuw register op te zetten. Maar dat is er nog steeds niet. Waarom niet? Als geïnteresseerde leek denk je al gauw: kwestie van copy & paste van de registers in andere landen.

Zo eenvoudig ligt het niet. Ik bel met de dienst NRI in Zoetermeer. Martin Finkelnberg is belast met het onderzoek naar hoe een nieuwe database eruit moet zien. Maar hij wil niet praten en stuurt me door naar de woordvoerder van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD), Ed Kraszewski. Die laat weten dat mijn vaders schilderijen zijn opgenomen in de Interpol database Stolen Works of Art, waarop 180 landen zijn aangesloten. Ook gaat de informatie binnenkort naar de Belgische collega’s omdat die daarom hebben gevraagd; zij nemen de informatie op in hun database. Bij navraag blijkt dat de Belgische Federale Politie tien dagen op de informatie moest wachten.

Het beoogde register is een samenwerking tussen de ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW). Ik bel met Wim van Weegen, woordvoerder op het ministerie van Justitie. De database, zegt hij, wordt op dit moment gebouwd in opdracht van het KLPD. Hoe die eruit gaat zien, wordt bepaald door het KLPD onder verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW. Er is contact met de Fransen over koppeling aan hun systeem. Justitie is betrokken vanwege de rechtshandhaving. Meer kan hij niet vertellen.

Twee weken later zit het onderzoek van het overvalteam op een dood spoor. Ik krijg de tactisch coördinator van het team aan de lijn. Bij wijze van laatste strohalm is besloten de zaak aan te brengen bij het televisieprogramma Opsporing Verzocht. Besloten wordt de overval zo realistisch mogelijk na te bootsen. Als stand-in van mijn vader wordt Joop ingezet, de gepensioneerde technisch onderhoudsmonteur van het bureau Van Leyenberghlaan. Mijn vader is geen vaste kijker van het programma. Als de televisiecrew komt draaien, maakt hij zich uit de voeten. „Misschien levert het iets op”, zegt hij. Maar hij voelt niet de behoefte de reconstructie van de overval mee te maken.

De crew pakt stevig door. Ook projectleider Marcel van Zwieten van het overvalteam is bij het filmen. Van Zwieten heeft deze week – het is pas dinsdag – al twee overvallen op zijn bord gekregen: één in de Aldi, en één in de C1000. „We zien het steeds vaker als instapdelict”, zegt hij. „Vroeger pleegden beginnelingen eerst eens een inbraakje, nu beginnen ze met een gewapende overval.”

Tijdens de scène waarin de boeven Joop het huis in duwen en bedreigen met een mes verschijnt op de stoep opeens een woest uitziende man met een snoeizaag in de hand. Het blijkt de tuinman van de overburen te zijn. Hij had gehoord dat meneer Scheltema eerder was overvallen, en hoorde nu iets raars. Toen hij twee mannen met een bivakmuts zag, besloot hij in te grijpen. „Voor hetzelfde geld”, zegt de cameraman, „had hij uitgehaald met die zaag.”

Na de uitzending komen er zeven tips binnen. De meeste niet heel serieus. De dader zou iemand van de Thuiszorg kunnen zijn. Of: heeft de politie wel gecheckt of er gepind is met die bankpassen? „Ja, we zijn toch niet achterlijk”, zegt de technisch coördinator. Eén tip is van iemand die meende de ‘Meibloesem’ van Verwey op een veiling te hebben zien hangen. Navraag leert dat het er wel op leek, maar het niet was.

Eind februari stelde D66 kamervragen naar de gang van zaken rond het register voor gestolen kunst. Maar bij het Ministerie van OCW zijn ze er nog allerminst uit, zegt een woordvoerder desgevraagd. „Wij hebben eerst de markt onderzocht. Dat resulteerde in het rapport Schone Kunsten, eind vorig jaar. Nu gaan we kijken: wat moet er in zo’n database? Wordt hij openbaar, of juist niet? Wie krijgt welke verantwoordelijkheden, hoe wordt het gecoördineerd, wie krijgt er toegang?” Er is inmiddels overleg over de kwestie, weet hij toevallig. Hij beaamt: „Het heeft zeker een tijdsverloop gekend.” En: „Waar niets is, verliest zelfs de keizer zijn recht.”

Voor tips; bel met met de politie in Amsterdam: 020-5598668.