Ik kan in vrijheid verslag doen

‘Embedded’ journalisten kunnen niet onafhankelijk verslag doen, aldus Janet van Klink (nrc.next, 18 februari).

Ik ben anders vrij geweest in mijn onderwerpskeuze.

Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

De eerste twee weken van maart ben ik voor nrc.next en NRC Handelsblad voor de vierde maal embedded met de Nederlandse krijgsmacht door de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan getrokken. Het is haast een besmette term geworden: embedded journalism, het onder de hoede van Defensie meereizen met de militairen en daarvan verslag doen.

Op 18 februari schreef de studente politicologie Janet van Klink in nrc.next dat door embedded journalism „de norm wordt geschonden dat de media in een liberale democratie autonoom, onafhankelijk moeten zijn, en neutraal en objectief moeten berichten.” Andere critici, zoals verslaggever Arnold Karskens, verwijten ‘ingebedde’ journalisten dat zij maar één kant van de zaak te zien krijgen: de kant die Defensie wil tonen. Een embedded journalist is volgens hen niet onafhankelijk.

Daar zit wat in. Een goede journalist gaat zelfstandig te werk. En dat is een probleem als embed: doordat je als journalist verblijft in de kampementen van het Nederlandse leger in Uruzgan en voor je veiligheid afhankelijk bent van de militairen, komt je onafhankelijkheid in het geding.

Embedded meegaan is echter geen luxe: het is voor mij een noodgedwongen keuze. De veiligheidssituatie in Uruzgan is nog altijd zo belabberd dat het voor journalisten in veel gevallen levensgevaarlijk is om er zelf op uit te trekken. Slechts een paar Nederlandse journalisten hebben dit aangedurfd, waaronder Karskens. Ik heb veel respect voor hun moed en doorzettingsvermogen. Maar zelfs zij zijn gebonden aan restricties. Door de onveilige situatie kunnen zij niet overal heen. Bovendien reist een journalist als Karskens ook niet alleen, maar met een club ingehuurde beveiligers. Journalisten zijn vaak afhankelijk van de bescherming door de Afghaanse veiligheidsdiensten of overheidsinstellingen. Dat komt de onafhankelijkheid niet ten goede.

Wordt er in Uruzgan dan slechte journalistiek bedreven? Nee. Ik heb in relatieve vrijheid mijn werk kunnen doen. Ik ben vrij geweest in mijn onderwerpskeuze. Als ik had aangegeven in plaats van naar Chora naar een ander district te willen reizen, dan had Defensie dat verzoek ingewilligd. Ook de Afghaanse kant van de zaak heb ik mogen ervaren. Tijdens mijn reis naar Chora heb ik met veel dorpsoudsten, stammenleiders, non-gouvernementele organisaties gesproken, alsook met Afghaanse politie, overheidsfunctionarissen en legercommandanten. In alle vrijheid, en zonder tussenkomst van Defensie.

Bovendien is embedded journalism nuttig. De reis heeft mij in staat gesteld achtergrondinformatie te verkrijgen en contacten te leggen, waar ik terug op de redactie in Rotterdam mijn voordeel mee kan doen.

Dan de „symbiose tussen leger en media” waar Van Klink in haar opiniestuk over schrijft. Die symbiose ontstaat inderdaad. Het is moeilijk om op Kamp Holland kritisch te schrijven over militairen en dan ’s avonds weer gezellig aan te schuiven aan de eettafel. Maar die inmenging is niet schadelijk: ik neem eenvoudigweg mijn aantekeningen mee terug naar Nederland en schrijf pas na terugkomst – omringd door kritische collega’s, en in afwezigheid van militaire uniformen – mijn stukken.

Dat alles neemt niet weg dat Defensie de teugels wel wat meer mag laten vieren. Het is betuttelend om op Kamp Holland met een kinderachtig perspasje om de nek te moeten rondlopen. Ook is het vervelend om mijn artikelen door Defensie te laten screenen op passages die de troepen mogelijk in gevaar brengen. De Amerikanen pakken dat beter aan: op vertrouwen. Als een embed daar operationele informatie prijsgeeft, is hij de volgende keer gewoon niet meer welkom.

Hoe dan ook, de volgende keer zou ik zo weer embedded meegaan.

Jaus Müller schrijft als redacteur van NRC Handelsblad en nrc.next over Defensie.

    • Jaus Müller