‘Galerie heeft nooit kassa’

€454.637 De veiling van Chinese hedendaagse kunst bij Sotheby’s in New York verliep goed. Zhang Xiaogang viel tegen. Zijn ‘Green Army Uniform’ was geraamd op zeker 1,5 miljoen dollar. De opbrengst was 713.000 dollar (454.637 euro)

Op de kunstbeurs Tefaf, die afgelopen zondag werd afgeloten, hingen naast de kunstwerken geen prijskaartjes. Dat is een gewoonte in de kunstsector, die lezer Louis Frumeau niet bevalt: „Ik erger me er altijd aan als ik een kunstzaak bezoek, dat men de prijzen niet weet, en je na aandringen een prijs uiteindelijk hoort, aflezend van een boekje.” Hij vraagt zich af of kunsthandelaren en galeriehouders niet net zoals supermarkten en groentemannen de prijs duidelijk zichtbaar moeten vermelden.

Allereerst, de prijskaartjes ontbreken niet altijd. In sommige kunsthandels hangt naast de schilderijen gewoon een kaartje met gegevens waaronder de vraagprijs. Op beurzen zijn kunstwerken soms ook voorzien van een prijs. „Dan krijg je in vier, vijf dagen zoveel mensen in je stand, dat je die niet allemaal apart kunt informeren”, zegt Gianni van galerie 2x2projects. Maar in de regel moeten klanten de prijslijst opvragen. Waarom eigenlijk?

Omdat een prijskaartje het beeld verstoort, zegt Gianni: „Een informatiekaartje veroorzaakt visuele ruis. Je kunt dan niet meer zuiver kijken naar het kunstobject aan de muur of op de grond.” Klanten raadplegen de aanvullende – financiële – informatie dan ook vooraf of na afloop van de rondgang door de galerie.

Het is ook commercieel handiger om de kunst en het geld te scheiden, zegt Arjo Klamer, hoogleraar kunst economie aan de Erasmusuniversiteit: „Zonder prijskaartjes behoudt de kunst zijn magie. Om dezelfde reden zie je in een galerie zelden een kassa.” Economisch gezien is een kunstwerk namelijk een luxeartikel als een juweel of een dure auto. „De prijs doet er niet toe in het gesprek over het kunstwerk, totdat er moet worden afgerekend natuurlijk.”

Dan begint ook het spel van onderhandelen, want de vraagprijs is zelden de verkoopprijs. „Als op de Tefaf een schilderij voor een miljoen wordt aangeboden, dan kan het heel goed weggaan voor 7,5 ton”, zegt directeur Jop Ubbens van veilinghuis Christie’s Amsterdam. „Van een kunstwerk dat niet meteen wordt verkocht kan de vraagprijs in de loop van de beurs steeds verder dalen. De prijsvorming van kunstwerken op beurzen en in kunsthandels is daardoor weinig transparant.”

Dat was ook precies wat textielmiljonair Loek Brons ergerde, toen hij jaren geleden kunst begon te verzamelen. „Verkopers die alleen op fluistertoon prijzen willen noemen, daar moest ik weinig van hebben”, zei Brons in 2002 in deze krant. Toen Brons zelf in kunst ging handelen, deed hij dat anders: „Van het begin af aan heb ik zelf prijskaarten met informatie bij mijn schilderijen gehangen.”

Wat Brons deed – inmiddels is hij gestopt – is wettelijk niet verplicht. Dat leert de navraag bij de Consumentenautoriteit en bij het onderzoeksbureau EIM. In het ‘Besluit prijsaanduiding goederen’ uit 2003, dat voortkomt uit de veel oudere Prijzenwet, staat onder meer: „Een verkoper biedt een product [...] slechts te koop aan indien het voorzien is van een aanduiding van de verkoopprijs en de prijs per meeteenheid.”

Uitgezonderd zijn echter ‘Antiquiteiten’ en „Producten die als individueel werkstuk door een kunstenaar zijn ontworpen of voor een belangrijk deel als individueel werkstuk door een kunstenaar zijn vervaardigd.” Dat is omdat de prijs van een kunstwerk door onderhandeling tot stand komt, zegt Klamer: „Kunstwerken zijn nu eenmaal unieke producten.”

Vragen over de kunstmarkt naar kunstmarkt@nrc.nl

    • Karel Berkhout