Fiscus mag gestolen data toch gebruiken

De Belastingdienst mag de gegevens van Nederlanders met verzwegen Luxemburgse bankrekeningen gebruiken om navorderingsaanslagen op te leggen en eventueel boetes te heffen.

Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald. Over de termijn waarover de fiscus geld mag terugvorderen wil de Hoge Raad nog advies inwinnen bij het Europese Hof van Justitie. De fiscus vordert voor buitenlandse zaken tot twaalf jaar terug, terwijl bij binnenlandse terugvorderingen een termijn van vijf jaar geldt. Volgens de fiscus is een termijn van twaalf jaar voor het buitenland gerechtvaardigd, omdat onderzoek naar buitenlandse rekeningen meer tijd vergt.

De Fiscale Opsporingsdienst (FIOD) kreeg in de jaren negentig microfiches van de Belgische overheid met informatie over verzwegen Luxemburgse banktegoeden. De fiches waren ontvreemd bij de Kredietbank Luxemburg (KB-Lux). In 2001 begon de fiscus op basis van die gegevens een onderzoek naar verzwegen buitenlandse tegoeden. De fiscus benaderde KB-Lux-rekeninghouders en legde hun aanslagen op voor de verzwegen spaartegoeden. De veelal vermogende Nederlanders waren van mening dat de fiscus de bewijzen op een onrechtmatige manier had verkregen en spanden een procedure aan.

Luxemburg heeft, net als Liechtenstein, een strikt bankgeheim. Wel heft Luxemburg een zogenoemde bronbelasting over de tegoeden, die het overmaakt aan de Nederlandse fiscus, zonder bekend te maken wie hoeveel op Luxemburgse rekeningen heeft staan.

De KB-Lux-zaak is actueel nu de fiscus opnieuw gestolen informatie uit Liechtenstein krijgt toegespeeld van de Duitse regering. Het is nog niet duidelijk of er ook Nederlandse rekeninghouders betrokken zijn bij die zaak.