En zielig zullen ze blijven

Er is te weinig geluisterd naar de vrouwen van Srebrenica, aldus ‘oral history’-deskundige Selma Leydesdorff in een dikke studie. Maar hoe goed luisterde zijzelf?

Bosnische vrouwen in 2005 in Potocari bij de begrafenis van een familielid, vermoord door Bosnische Serviërs na vertrek uit Srebrenica Foto Damir Sagolj/Reuters Bosnian Muslim women cry as they gather around a foundation stone for a memorial centre in Potocari, in the wartime U.N. protected enclave of Srebrenica July 11, 2001. Thousands of Bosnian Muslims returned to the site of the Srebrenica massacre to launch a memorial on the sixth anniversary of what is seen as the worst Europe's war crime since the World War Two. DS/CRB REUTERS

Selma Leydesdorff: De leegte achter ons gelaten. Een geschiedenis van de vrouwen van Srebrenica. Prometheus, 414 blz. €19,95

Een boek van oral history-deskundige Selma Leydesdorff over de vrouwen van Srebrenica gaat, zou je denken, over de verhalen van die vrouwen. In de zomer van 1995 raakten ze hun mannen en zonen kwijt – zo’n zevenduizend Bosnische moslims uit Srebrenica werden gedood door Bosnische Serviërs. Leydesdorff interviewde bijna vijftig vrouwen, ze deed zes jaar onderzoek en nu is er De leegte achter ons gelaten. Een geschiedenis van de vrouwen van Srebrenica.

De verhalen van de vrouwen staan er wel in, maar het boek gaat vooral over Nederland en Srebrenica. Volgens Selma Leydesdorff is Nederland geobsedeerd door de Dutchbat-militairen die Srebrenica hadden moeten beschermen. Nederland wil per se dat die onschuldig zijn. Voor de slachtoffers en de nabestaanden was daarentegen bijna geen aandacht, vindt Leydesdorff. Er werd weinig over hen geschreven, er werd ‘niet naar hen geluisterd.’

Vele bladzijden lang, tussen de verhalen van de vrouwen door, brengt Leydesdorff die boodschap. Ze noemt wel ‘incidentele’ journalistieke verhalen en ze heeft het over een boek met ooggetuigenverslagen uit 1999 – Srebrenica, het verhaal van de overlevenden (red. Haridza Hen) – maar dat had ‘weinig impact in een wereld die niet wil luisteren.’ Haar belangrijkste bewijs: het NIOD, dat de massamoord jarenlang onderzocht voor de Nederlandse regering, heeft bijna geen nabestaanden gehoord.

Niemand kan bepalen wanneer er genoeg is geluisterd naar mensen die verdriet hebben. Er is ook niets mis met het idee van Leydesdorff om dertien jaar na de massamoord deze vrouwen hun verhalen te laten vertellen, die soms mooi en bijzonder zijn. Maar als er de afgelopen jaren één bloedbad is geweest waarvan de slachtoffers veel aandacht hebben gekregen, vooral in Nederland, dan is het Srebrenica.

Was er dan, in de ogen van Leydesdorff, iets mis met al die publicaties? Of valt het resultaat ervan haar tegen? Ze beschrijft de armoede waarin de vrouwen vaak nog leven, ze noemt de verveling, de trauma’s. Ze vindt dat de Nederlandse regering zich de ellende van de vrouwen meer had moeten aantrekken. Maar die houdt informatie achter en is bang om schuld te bekennen, want dat zou nabestaanden recht geven op compensatie.

Leydesdorff is niet de eerste die dat zegt, en misschien heeft ze gelijk. Maar het is niet alleen Nederland dat het niet goed heeft gedaan in de ogen van Leydesdorff. Ook in Bosnië worden de vrouwen niet echt belangrijk gevonden. De rechters van het Joegoslavië-tribunaal waren op zoek naar juridisch bewijs en dat is iets heel anders, vindt Leydesdorff, dan de verhalen die de vrouwen graag willen vertellen: over hun leven vroeger, over de Bosnische Serviërs bij wie ze in de klas zaten en die opeens dieven en moordenaars waren geworden. En dus hebben de rechters niet naar de vrouwen geluisterd.

Dat gebeurde juist heel vaak wel. De Portugese rechter in de zaak tegen de Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstic, de belangrijkste veroordeelde tot nu toe voor het bloedbad in Srebrenica, was vol begrip voor slachtoffers en nabestaanden. Hij liet hen uitvoerig vertellen en gaf hun vaak een ‘boodschap’ mee voor hun verdere leven. Hij wilde niet alleen rechtspreken, zei hij over zijn werk in het tribunaal, hij wilde ook verzoenen.

Maar voor Leydesdorff doet niemand het goed genoeg. Het gaat haar om niets minder dan ‘de waarheid’. De weduwen van Srebrenica willen dat hun waarheid wordt gehoord, ze willen de waarheid weten over het bloedbad in een gebied dat door de VN was uitgeroepen tot beschermd gebied, ze willen weten waar de lichamen zijn van hun mannen en zoons.

En eindelijk kwam er iemand die echt naar hen luisterde: Selma Leydesdorff. Die wilde niet alleen over het bloedbad horen, maar over hun hele leven. Steeds maar weer schrijft Leydesdorff op hoe blij de vrouwen daarmee waren. ‘Als het goed ging, hervonden de vertellers een stukje van zichzelf en dat is een van de verklaringen waarom sommige geïnterviewden zich na afloop zo licht en blij voelden.’

Miezeriger

Dat kwam volgens Leydesdorff ook omdat ze vertelde over haar eigen joodse achtergrond. Zij had ‘meegevoel’. Ze moest soms huilen om de verhalen. En alsof die verhalen zelf nog niet erg genoeg zijn, schrijft Leydesdorff er steeds bij hoe erg ze zijn, waardoor je nauwelijks nog het idee hebt dat dat zo is. De vrouwen zijn verdrietig, ze treuren, hun bestaan is ‘leeg’, ze zijn ‘alleen, zo alleen’. En alles zit tegen. ‘Grab Potok is ontruimd, in die alles doordringende regen die vooral in Bosnië lijkt te vallen en alles nog miezeriger maakt.’

Uit de levensverhalen blijkt soms hoeveel ellende er al was voordat de oorlog begon. Een van de vrouwen vertelt dat ze van haar vader niet naar school mocht, ook al was haar familie rijk. ‘Ik moest op het vee passen, ploegen en het land bebouwen. Zo was het toen. Zo was het leven in het dorp en ik deed alles. Ik had een oudere broer, hij was het jongste kind. Tussen ons in stierven vijf kinderen.’

Er zijn ook vrouwen die vertellen over hun slechte huwelijk. ‘Hazreta, die ik in 2004 interviewde, heeft erg onder haar man geleden. Hij mishandelde haar. Net als de dood van haar tweelingbroer is het verlies van haar man een van de vele rampen die ze heeft meegemaakt, maar de ellende begon met haar huwelijk.’

Het verhaal dat Leydesdorff over de vrouwen wil vertellen heeft maar één kant: de vrouwen zijn zielig, en zielig zullen ze blijven. Als ze een man verliezen die hen mishandelde, dan treuren ze om de vader van hun kinderen – of zo’n man was net wat aardiger aan het worden, door de extreme omstandigheden van de oorlog. Als er vrouwen zijn die nu niet arm zijn, die niet in een vluchtelingenkamp wonen en die wél iets te doen hebben, dan is het commentaar van Leydesdorff: ‘Het wil niet zeggen dat hun leven ‘leuk’ is. Het zijn gezinnen zonder mannen, of gezinnen waarvan de man door de bossen is ontsnapt. Of er is bijvoorbeeld een zoon die toen 13 was en nu 23 of ouder. Spanningen zijn er genoeg.’ En de vrouwen die naar het buitenland vluchtten? Ze werden daar ‘weliswaar niet met de dood bedreigd’, maar ze kregen er wel te maken met ‘de problemen van een vreemde cultuur’.

Het is niet duidelijk of Leydesdorff voor dit boek ook Bosnische Serviërs heeft gesproken. Ze blijkt soms wel te weten hoe die dachten tijdens de oorlog. De Bosnische moslims, schrijft ze, gingen er niet vanuit dat hun vroegere buren en oude bekenden moordenaars zouden worden. ‘Men had samen op school gezeten. Maar juist daarom deden sommige Serven extra hun best om wreed te zijn.’ Hoe weet Leydesdorff dat? Hebben de vrouwen dat haar verteld? En hoe weten die dat dan?

Waardevol

De verhalen van de vrouwen zijn ‘niet neutraal’, aldus Leydesdorff. Maar dat maakt ze niet minder waardevol voor de geschiedschrijving. ‘Het individuele leed heeft een eigen geschiedenis en de herinnering daaraan kent andere momenten dan het algemene historische beeld. Omdat het om individuele verhalen gaat, zijn ze niet minder belangrijk. Het is schrijnend dat het lot van al die vrouwen die met kinderen, soms met beesten en meestal met weinig bagage en geen eten, heen en weer trokken en uiteindelijk in de stad belandden, in de historiografie niet vermeld wordt.’

Wat moet dan precies worden vermeld en wat niet? Leydesdorff citeert de vrouwen alsof ze zelf nauwelijks iets construeert: de verhalen zijn vaak verward, gebeurtenissen lopen door elkaar heen. De vrouwen fantaseren ook, zegt Leydesdorff tegen het eind van het boek. ‘Natuurlijk, er zijn Serven geweest die de ongeboren vrucht uit de buik van vrouwen haalden en vernietigden. Er is verkracht, gemoord en geslagen. Dat wil ik geloven, maar sommige verhalen zijn lichamelijk onmogelijk. Ze vinden hun oorsprong in schrik, ze berusten op wat in de geest steeds gruwelijker is geworden, en ik ben niet bereid sommige verhalen weer te geven.’

Soms zijn de verhalen van de vrouwen waardevol, en soms zijn ze gelogen. Dat leugens misschien óók betekenis hebben, doet er voor Leydesdorff niet toe. De leegte achter ons gelaten is de waarheid van Selma Leydesdorff over Srebrenica, gebaseerd op de verhalen van vrouwen – maar vooral ook op haar eigen ideeën over Nederland, over lafheid, wreedheid en de zieligheid van mensen.

    • Petra de Koning