‘Die boekenberg bedwing je niet’

Toneelschrijver Alan Bennett schreef een novelle over de Britse koningin die een gevaarlijke ontdekking doet: de bibliobus achter het paleis. ‘Lezen leidt tot introspectie en verbeelding; niet handig voor een koningin.’

Alan Bennett: ‘Lezen is een spier die je kunt ontwikkelen’ Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 14-03-2008 Alan Bennett, auteur en toneelschrijver PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

‘Wat zou er gebeuren als de koningin een gretige lezer werd, vroeg ik me af. Op zichzelf is dat al een prikkelende gedachte; ik weet niet hoe het met de Oranjes is gesteld, maar de Britse koninklijke familie staat niet bepaald bekend om haar culturele belangstelling. Het interesseert ze gewoon helemaal niets. Trouwens, alles wat neigt naar een leven midden in de samenleving, wijzen ze af. Ze gaan allemaal studeren, maar het zou niet in ze opkomen om arts of advocaat te worden.”

De Britse schrijver Alan Bennett schreef De ongewone lezer, waarvan onlangs de Nederlandse vertaling verscheen. De novelle gaat over de Britse koningin die achter haar wegrennende hondjes aanloopt, en achter het paleis op een bibliobus stuit. Na het lenen van een paar boeken raakt ze verslaafd aan lezen en ontregelt zo ernstig de monarchie. Zwaaien vanuit de koets doet ze voortaan met een boek op schoot. De ongewone lezer is een studie naar wat boeken lezen betekent, en het geeft een beeld van een ontlezende samenleving. Daarnaast is het een oergeestige satire over het Britse hof en de regering, in de geest van de tv-serie Yes, Prime Minister.

Is het moeilijk om een zittende monarch als hoofdpersoon te hebben?

„Nee, het is juist gemakkelijk om dialogen te schrijven voor de koningin. Ze heeft zo’n duidelijke verheven rol dat je haar alleen maar iets alledaags in de mond hoeft te leggen en het wordt vanzelf geestig. Verder heb ik eigenlijk evenveel vrijheid als bij een volkomen fictief personage. Deze koningin heeft zich ten doel gesteld om er voor alle onderdanen te zijn, dus alle eventuele voorkeuren zijn er lang geleden uitgestreken, en daarmee haar menselijkheid. Ze is een witte vlek. Wat dat betreft zou het moeilijker zijn om dialogen voor bijvoorbeeld jullie koninginnen, Wilhelmina of Juliana, te schrijven: in Britse ogen zijn die al zo menselijk.”

Het hof en de regering zetten zich in om de koningin van het lezen af te houden. Wat is er zo bedreigend aan haar leesverslaving?

„Het lezen wordt een probleem voor het hof zodra het de koningin afleidt van haar ceremoniële leven. Hoe meer ze leest, des te meer gaat ze haar werk verwaarlozen. Het hof en de politiek zijn bang, want dat is bedreigend. Ze moet er voor iedereen zijn, en lezen is een egoïstische bezigheid. Je doet het in je eentje. Bovendien geeft ze door te lezen blijk van een voorkeur, iets dat ze leuker vindt dan andere bezigheden. Dat kan niet, want de koningin moet voor iedereen even aantrekkelijk zijn. Verder leidt het lezen tot introspectie en verbeelding; ook niet handig voor een koningin. Door het lezen begint ze de kleurloosheid van haar eigen ceremoniële leven in te zien, en ze begint het te haten.”

Hoe begon uw eigen leesverslaving? Vergelijkbaar met de koningin?

„Veel van de boeken die de koningin begint te lezen in De ongewone lezer, zijn de boeken waarmee ikzelf ook begon. Het eerste boek dat mij echt greep was ook Nancy Mitfords The Pursuit of Love. Het ene boek leidt naar het andere, zo leest bijna iedereen: alles door elkaar. Maar ik heb ook een kennis die een lijstje heeft met alle meesterwerken van de wereldliteratuur erop. Dat lijstje werkt hij netjes af, tot aan zijn dood. Maar ja, zo haal je het plezier eraf. Dan wordt het een taak. Het beste is om als beginner boeken te lezen die net boven je macht liggen. Lezen is een spier die je kunt ontwikkelen. Dat zie je ook bij de koningin.”

Kan lezen gevaarlijk zijn?

„Er zijn zeker intellectuelen die te veel lezen. Ze lezen in plaats van leven. Maar voor de koningin ligt dat anders. Voor ze begon te lezen, had ze überhaupt geen leven. Ze leeft in een theater, ze is niet meer dan haar rol. Nee, ik denk niet dat dat erg is. Dit is het enige leven dat ze ooit heeft gehad, dus ze kan het toch niet vergelijken met iets anders.”

De koningin voelt zich aanvankelijk geïntimideerd door al die boeken. Ze is al bejaard, ze heeft het gevoel dat ze de verloren leestijd nooit meer kan inhalen. Herkent u dat gevoel?

„Zeker: ik ben zelf pas laat begonnen met lezen, zo rond mijn dertigste. Zodra je meer gaat lezen, loop je tegen die enorme boekenberg op die je nooit zult bedwingen. Boeken kun je trouwens toch nooit echt bedwingen. Inhalen, daar gaan trouwens veel van mijn toneelstukken over. Mensen die de achterstand tot de anderen nooit meer inhalen. Bij de koningin gaat het niet alleen om het inhalen van de leesachterstand: door de boeken die ze leest beseft ze wat ze in haar leven heeft gemist.”

Rondom lezen hangt ook veel snobisme. Wil je je handhaven in de lezende gemeenschap, dan moet je doen alsof je alles al gelezen hebt. Heeft de koningin daar ook last van?

„Nee, de koningin is zo ver boven alle andere mensen verheven, dat snobisme voor haar geen enkele zin heeft. Ze kan zich onmogelijk beter voordoen dan ze al is. Ik durf zelf wel te bekennen dat ik veel klassiekers niet heb gelezen: bijna geen Dickens of Jane Austen, en een goed deel van Shakespeare niet. Ik kan dat rustig zeggen, want in de intellectuele wereld doe ik toch niet echt mee. Ik schrijf drama, ik acteer, ik verschijn vaak op tv, ik lees op de radio Winnie-the-Pooh voor. Serieuze romanschrijvers vinden me silly. Mijn enige aanspraak op literaire faam is dat ik als jongen ooit vlees bezorgde bij een vrouw die later de schoonmoeder werd van T.S. Eliot.”

Uw boek gaat ook over ontlezing.

„Er wordt juist steeds meer gelezen. De uitleencijfers van bibliotheken zijn hoger dan ooit. Kijk naar Dickens, een tijd lang uit de mode, maar dankzij de tv-series die naar zijn romans zijn gemaakt, is hij weer helemaal terug. Hetzelfde geldt voor Jane Austen. Televisie zet een heleboel mensen aan het lezen. Er is echter één groep die wel gestopt is met lezen, en dat is de elite, vooral de politieke elite. Daarover schrijf ik in De ongewone lezer. Tony Blair heeft nog nooit een boek ingezien. Politici hebben er misschien ook geen tijd meer voor. Ze laten het liever door iemand anders doen, die ze dan brieft over de inhoud.

„Ik mag trouwens zelf ook niet zoveel meer lezen, want als ik te veel lees, schrijf ik minder. Om die reden lees ik ook geen boeken van leeftijdsgenoten. Dan ga ik mijzelf met ze vergelijken, dat werkt hoe dan ook ontmoedigend.’’

U schrijft met sympathie over de koningin, maar toen zij u in de ridderstand wilde verheffen heeft u geweigerd, tot twee keer toe. Waarom is dat?

„Ik heb niets tegen die mensen, ik noem mijzelf zelfs monarchist. Maar ik vond zo’n ridderorde niets voor mij. Het past niet bij me. Ik zou het gevoel hebben dat ik iedere dag een pak zou moeten aantrekken. Je bent dan iemand, dat schrijft niet lekker weg. Als je niet uitkijkt, word je boven een bepaalde leeftijd de hele tijd geëerd en door niemand meer gelezen. Ik heb al een soort oeuvreprijs gekregen, die weegt op me als een grafsteen. Het is toch alsof ze willen zeggen: hou maar op, het is wel mooi geweest”

Alan Bennett: The Uncommon Reader. Profile Books, 160 blz. € 20,– Uit het Engels vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema als ‘De ongewone lezer’, met een voorwoord van Pieter Steinz. Mouria, 144 blz. € 14,90

    • Wilfred Takken