De kastanje bij de pastorie

Over wederopstanding en verandering. Aflevering in een serie over bekende en onbekende bomen in Nederland.

De oude kastanje bij de voormalige pastorie in Oosterbeek. Foto Sake Elzinga Nederland - Oosterbeek - ( Gelderland) - 16-02-2008 Oosterbeek, oude kastanje bij pastorie. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Sophie was zes, Sophie ter Horst. Haar vader was advocaat in Oosterbeek. Er waren vijf kinderen en ze woonden in de voormalige pastorie bij het oeroude kerkje in het benedendorp. Verrukkelijk uitzicht over de weilanden aan de Rijn.

Op 17 september 1944 zaten ze ’s morgens aan de keukentafel toen er werd aangebeld door een Engelse officier. Hij vroeg of ze hier, in dit grote huis, een paar gewonden mochten behandelen. Intussen reed een colonne jeeps voorbij – parachutisten op weg naar de Rijnbrug in Arnhem.

Een paar gewonden, dat was op zondag. Op dinsdag waren het er al driehonderd, en er was één dokter bij, een knaap van 23, die de beschikking had over één tas met instrumenten en medicamenten.

Terwijl de kinderen dag en nacht in de kelder zaten, ging hun moeder onvermoeibaar rond met woorden van bemoediging en troost voor gewonden en stervenden. Tot de nacht van 25 op 26 september, toen de Engelsen – en de Polen – zich met zware verliezen terugtrokken over de rivier. In dat oude kerkje hadden ze min of meer hun laatste steunpunt.

Sophie herinnert zich niet het lawaai van de gevechtshandelingen, dat toch ontzettend moet zijn geweest. Wél de stilte van de ochtend daarna én dat ze geen kleur zag, alleen maar zwart-wit. In de tuin lagen 58 doden.

Dit was, je kunt niet anders zeggen, een plek van verschrikking en dood. Maar na de bevrijding , toen ze terugkwamen uit de evacuatie, ging haar moeder direct bezig om er weer een plek van leven en licht van te maken. Inspiratie en voldoening vond ze onder meer in deze tuin.

Twee enorme beuken waren in het geweld ten onder gegaan en de tamme kastanje had, als gevolg van een granaatinslag, aan de straatkant een wond van wel een meter breed. „Toen heeft mijn moeder”, zegt Sophie, „twee loten afgesneden en die met entwas aan weerszijden onder de schors gewurmd.” Ga je daar nu kijken, dan zie je dat daaruit twee schorsplaten zijn gegroeid die de wond bijna geheel afdekken.

Een reus van een boom. Wat een omvang, wat een karakter! „Het voorhuis is van 1750”, zegt Sophie, „en ik vermoed dat ze toen ook de kastanje geplant hebben, als vruchtboom.” En vrucht levert hij nog steeds, overvloedig.

„Mijn moeder”, zegt ze, „vertelde het verhaal van deze boom elk jaar met Pasen.”

„Voor haar symboliseerde hij de wederopstanding”, opper ik.

„Of de verandering”, zegt zij, „of de transformatie, hoe je het ook noemen wilt.”

Nu aarzel ik even. Eerder heeft ze me verteld dat haar moeder in 1992, 85 jaar oud, op de stoep werd aangereden door een auto en stervend juist onder deze boom terechtkwam. Was het toen niet toch weer verschrikking en dood?

„Maar daar zou mijn moeder het niet bij gelaten hebben”, zegt Sophie dan beslist. „Voor haar ging het nooit om de dood, altijd om het leven.”

In 1999 kreeg de boom zelf weer een klap. Bij de storm van dat jaar verloor hij een deel van zijn kroon. Hij kwam erbij te staan als dat oorlogsbeeld van Zadkine in Rotterdam. Maar Copijn heeft hem toen teruggenomen aan de straatkant, en aan de andere kant, daar en daar, allemaal jong hout – een boom op zoek naar nieuwe balans. Hij leeft, hij werkt. Onverwoestbaar.

Dan dwalen we nog wat door de tuin. Zo’n tuin is het: om wat te dwalen. Daar staat dit, daar groeit dat. En óók een teken van leven: de holletjes van woelmuizen.

Hier, wijst Sophie, zijn indertijd die 58 doden provisorisch begraven. Nu ligt er een vijvertje in de beschutting van een machtige, toch pas in 1948 geplante Libanon-ceder. In dat vijvertje een schelpvormig bassin, boven dat bassin een kunstwerk van Pieter Starreveld, een monument dat nog steeds door veteranen wordt bezocht.

Je ziet een vallende Pegasus. Pegasus was het embleem van de Eerste Britse Luchtlandingsdivisie. Vallend omdat de slag verloren werd. Maar in de spiegeling van het water zie je juist een opstijgende Pegasus.

Koos van Zomeren