‘Burgerlijk huwelijk is prostitutie’

Het hernieuwde verzet van de orthodoxe staatskerk tegen aantasting van het kerkelijk huwelijk kan de scheiding van kerk en staat in Griekenland een stap dichterbij brengen.

„Elke echtelijke relatie die niet voortkomt uit orthodoxe inzegening van het huwelijk is prostitutie.” Tot deze slotsom kwam de Synode van de Grieks-orthodoxe kerk in haar veroordeling van een wetsontwerp dat voorziet in registratie en erkenning van „vrije samenleving”, zoals die in de meeste andere Europese landen al is geregeld.

De uitspraak heeft verbijstering gewekt, mede door de gretigheid waarmee de kerkelijke bezwaren werden opgerakeld tegen het burgerlijk huwelijk, dat al vijfentwintig jaar geleden onder een socialistische regering is ingevoerd.

Grieken kunnen sindsdien kiezen tussen beide mogelijkheden. Zo’n negentig procent prefereert nog altijd kerkelijke inzegening, die automatisch in de burgerlijke stand wordt bijgeschreven. Aanvankelijk lag de (staats-)kerk radicaal dwars. Sommige priesters weigerden zelfs kinderen te dopen die uit een burgerlijk huwelijk waren geboren. Maar geleidelijk werden de scherpe kantjes van de kwestie geslepen.

„Prostitutie hoort bij de kerkelijke terminologie”, zo probeerde een priester op de televisie te vergoelijken. Maar die term werd zelfs in de jaren rond de invoering van het burgerlijk huwelijk niet gebruikt. Alom heerst verbazing over deze regressie van de Synode.

Die verbazing gaat vooral terug op het feit dat nog maar enkele weken geleden een nieuwe aartsbisschop aantrad, Hierónymos, die met zijn gematigde en tolerante uitspraken het tegendeel bleek te zijn van zijn „fundamentalistische” voorganger Christódoulos.

De nieuwe kerkvorst heeft er meteen nederig bijgezegd dat hij geen leidende rol vervult en een primus inter pares is met zijn medebisschoppen. Als voorzitter van de dertienkoppige Synode kan hij geen beslissingen doorvoeren of tegenhouden.

In deze – steeds wisselende – Synode zitten momenteel negen bisschoppen van de oude stempel met als woordvoerder Anthimos van Thessaloniki, die bij de recente aartsbisschoppelijke verkiezing in de Hiërarchie (alle 78 bisschoppen) smadelijk werd verslagen. De jongste stellingname van de Synode lijkt nu op een wraakactie en een waarschuwing aan Hierónymos dat hij zich aan de kerkelijke tradities moet houden.

Parallel aan de verwekte opschudding speelt nog een andere affaire. Het Verbond van Homoseksuelen in Griekenland bracht namelijk onder de aandacht dat er in de wet op het burgerlijk huwelijk van 1982 niet sprake is van ‘man en vrouw’, maar van ‘personen’.

Daarop kondigden twee lesbische vrouwen aan een burgerlijk huwelijk te willen sluiten. Zij vervoegden zich bij de (socialistische) burgemeester van hun woonplaats Kesarianí. Die verklaarde hun huwelijk graag te willen inhuldigen maar niet zonder voorafgaande vergunning van de minister van Justitie. Maar die doet er vooralsnog het zwijgen toe.

Tegelijkertijd eisen Griekse homo’s inspraak bij de behandeling van het ingediende wetsvoorstel over registratie van ‘vrije samenleving’, iets waar dezelfde minister van Justitie niet aan wil. Het Verbond overweegt nu zich te wenden tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Aartsbisschop Hierónymos betoonde zich, ongetwijfeld tot ergernis van de Synode, gematigder dan zijn voorganger. Deze had homo’s „defect” genoemd, Hierónymos sprak van „mensen met hun eigen problemen”. Op televisie zei een verontwaardigde priester: „Als we deze relaties erkennen, moeten we dat ook doen met paren van wie de één sadist en de ander masochist is.”

De ontsteltenis over de jongste uitspraak van het hoogste kerkelijk college zou kunnen leiden tot een kritischer opstelling van het publiek tegenover de staatskerk, waardoor die wat geïsoleerder zou komen te staan. Scheiding van kerk en staat, waarover volgens Hierónymos kan worden „nagedacht”, zou dan een stap dichterbij komen.

    • F.G. van Hasselt