WODC: effect wetten is meestal middelmatig

Het effect van wetten in Nederland is over het algemeen „middelmatig”. Vooral als het gedrag van burgers veranderd moet worden, of als wetten erg ambitieuze doelstellingen hebben, blijven de resultaten vaak achter bij de verwachtingen.

Dat concludeert het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie in een onderzoek dat gisteren naar de Kamer is gestuurd.

Het WODC onderzocht alle wetgevingsevaluaties tussen 1998 en 2005. Daarvan boden er 59 voldoende materiaal voor een analyse. De onderzoekers bekeken of de beoogde doelen van de betreffende wetgeving bereikt werden.

Wetten hebben middelmatig succes, schrijven de onderzoekers in het rapport Wet en werkelijkheid. Er zijn bijvoorbeeld „ontwikkelingen in de gewenste richting”. Bij een andere wet zijn „drie van de zeven subdoelen gerealiseerd”. Als alleen het gedrag van uitvoerende instellingen met een wet wordt beïnvloed, zijn de resultaten van wetgeving beter.

40 procent van de wetgeving was uitsluitend op uitvoerende instellingen gericht. In 43 procent worden overheden én particulieren aangesproken. 17 procent van de wetgeving richtte zich uitsluitend op particulieren.

Het is door de grote verschillen in de manier waarop wetsevaluaties worden opgesteld moeilijk te achterhalen waarom wetten succesvol zijn of niet, schrijven de onderzoekers.

In Nederland waren er in 2007 1.800 wetten van kracht. Dat aantal groeit. Wetten worden de laatste jaren algemener van aard, en laten meer ruimte voor de individuele afweging van betrokkenen.