Wereld hongert naar Ruslands metalen

Rusland wordt niet alleen rijk van gas en olie. Ook van zijn schat aan overige grondstoffen. Al lijkt op de wereldmarkten het hoogste punt van de prijzen nu gepasseerd.

Takke-takke-takke-tak. Het dikke blok lood van 60 bij 60 centimeter glijdt over de stalen wieltjes van de elektrisch bestuurde brug naar de metaalwals om er aan de andere kant als een meterslange plaat uit te komen. Een arbeider duwt hem met een grote tang terug door de wals en weer is de plaat platter en langer. „Zo gaat het een aantal keer door, totdat we de gewenste dikte hebben bereikt”, zegt commercieel directeur Aleksandr Toegarev van metaalfabriek MZOTSM (Moskouse Fabriek voor Verwerking van Non-ferro Metalen).

Aan het eind van de productielijn snijden twee stoere arbeiders de inmiddels zes meter lange plaat in tien stukken, die ze in een bak leggen. Dan klinkt een belletje en komt een kraan in beweging, bestuurd door een vrouw van het worstelaartype, die de bak op een karretje hijst.

De MZOTSM, een naamloze vennootschap met 250 man personeel, bestaat al sinds 1889. Het bedrijf is een unicum in Moskou, want alle andere metaalfabrieken in de Russische hoofdstad zijn al jaren geleden gesloten. De fabriek produceert zink, berylliumbrons, koper, cadmium, tin en lood. „Wij verwerken zo’n 100 ton metalen per maand”, zegt Toegarev in een van de fabriekshallen. „Als je dat vergelijkt met andere non-ferrometaalfabrieken is dat niet veel. Maar toch produceren we voor het hele land en voor het buitenland. Ons zink gaat zelfs naar Nederland, waar het voor dakbedekking wordt gebruikt. De vraag naar onze producten is de laatste jaren enorm gegroeid. We kunnen nog maar net aan alle verzoeken van onze klanten voldoen.”

De MZOTSM-fabriek is een van de vele metaalfabrieken in Rusland die het goed gaat. Dat is niet zo vreemd. Want behalve reus onder de mondiale gas- en olieproducenten is Rusland een van ’s werelds grote producenten van non-ferrometalen als zink, aluminium, nikkel, koper, brons, lood en tin, naast staal. En naar al deze producten hongert de wereld, China het meest, en hongeren beleggers en speculanten. Prijsrecords sneuvelen op de wereldmarkten bijna ononderbroken, al lijkt voor de meeste grondstoffen het hoogste punt nu voorbij. Metalen zijn het derde exportproduct van Rusland en leveren net als de reusachtige export van gas en olie het land rijkdom op.

Vervolg Rusland: pagina 16

Kremlin wikt en beschikt over metalenschat Rusland

Als het aan het Moskouse gemeentebestuur ligt, wordt de fabriek binnenkort overgebracht naar een buitenwijk van Moskou. Het is geen geringe operatie, volgens Toegarev, al stelt het de directie wel in staat om het grotendeels verouderde machinepark te moderniseren. „Als je voor het buitenland produceert, moet je goede machines hebben. Want de kwaliteit van de producten moet goed zijn. We hebben nu vooral betere machines nodig voor de afwerking, zoals het in stukken snijden van berylliumbronsplaten. In de Sovjet-Unie draaide alles om de hoeveelheid die je produceerde, omdat de vraag zo enorm was. Anders dan nu waren we toen niet bezig met kwaliteit.”

Westerse bedrijven zien in Rusland in toenemende mate aantrekkelijke partners opstaan. De onafgebroken groei van de Russische economie – sinds 1999 met gemiddeld 6 procent per jaar – en de door Poetin gecreëerde zweem van stabiliteit hebben sindsdien dan ook veel buitenlandse investeerders naar het oosten gelokt. In ruil voor een verleidelijk uitzicht op gouden bergen bieden ze het land van de grote belofte hun investeringskapitaal en industriële technieken aan, die de Russen goed kunnen gebruiken. Ook helpen westerse bedrijven hun Russische partners met het opzetten van ‘schonere’ productiemethodes, waardoor ze minder schade toebrengen aan het milieu. Dat laatste maakt Russische bedrijven voor het onder ‘toezicht’ van milieuorganisaties staande Westen nog aantrekkelijker om zaken mee te doen.

De helft van die westerse investeringen wordt in de metaalindustrie gestoken en dan vooral in non-ferrometalen, zoals ze bij MZOTSM worden verwerkt. In 2007 bedroegen de directe buitenlandse investeringen in de sector ruim 40 miljard euro. „Buitenlandse investeringen in de metaalbedrijven nemen jaarlijks met zo’n 10 à 15 procent toe”, zegt Aleksandr Romanov, hoofdredacteur van het invloedrijke vakblad MC (Metaalvoorziening en -afzet) en voorzitter van de Russische Bond van Metaal en Staal Leveranciers. „Onder meer dankzij die investeringen is de Russische metaalproductie de afgelopen negen jaar enorm gegroeid.”

In een tweede fabriekshal van MZOTSM worden lange, dunne platen berylliumbrons, die om spoelen zijn gewikkeld, door heteluchtovens getrokken om ze op te rekken, net zolang tot ze zo dun zijn als folie. „Die folie wordt gebruikt in de elektronica-industrie voor geleiders en contacten”, zegt directeur Toegarev. Hij loopt de trap op naar een bovenverdieping waar de smeltovens staan. Arbeiders met beroete gezichten leggen bronzen broden op een gloeiend vuur. Hier wordt gewerkt zoals op de heldenaffiches uit de dagen van de Sovjet-Unie, die nog altijd de gevel van de fabrieksloodsen sieren. In de hoeken staan verroeste brandblussers.

„Pas op dat je niet smerig wordt”, waarschuwt hij. In een tweede oven stroomt het vloeibaar metaal uit de ketel, waar het met het beryllium is vermengd en in dikke platen wordt gegoten. „Iedere dikte vereist een andere snelheid”, zegt Toegarev, terwijl hij zijn arbeiders begroet.

De metaalproductie – vorig jaar goed voor bijna eenvijfde van de totale Russische productie – groeit sinds 1999 harder dan de Russische economie in haar geheel en volgens het tijdschrift MC verdubbelde die vorig jaar zelfs (groei: 102 procent). „De productie vindt grotendeels plaats in grote bedrijven in het zuiden van Europees Rusland en in de Oeral”, zegt Romanov. „Maar sinds een jaar neemt ook de productie in Siberië toe.”

De absolute omvang van de Russische metaalindustrie (ferro en non-ferro) kan Romanov niet geven. „De metaalindustrie in Rusland is een gesloten industrie”, zegt hij. „Daarom bestaat er geen openbare informatie over de totale productie. Wij kunnen alleen maar de groeipercentages per bedrijf verzamelen om een beeld van de groei te krijgen.”

Wel kan hij melden dat Rusland 45 procent van zijn staal uitvoert. Bij de export van plaatstaal is Rusland volgens hem wereldleider. Ook de aanwezigheid van Russische non-ferrometalen (aluminium, nikkel, koper, zink, brons, lood, tin) op de wereldmarkt is niet gering. Romanov: „Van de totale non-ferroproductie wordt 80 procent geëxporteerd.”

De Russische metaalbedrijven maakten hun eerste grote winsten in de periode 2003-2004, toen de mondiale metaalprijzen hun eerste recordhoogtes bereikten. Met die winsten breidden ze hun investeringen uit. Ook kochten ze in het buitenland metaalfabrieken op en namen daarmee hun smeltovens (non-ferro) en leveranciers van ijzererts en cokes (ferro) over. Op die manier slaagden ze erin hun omzet verder te verhogen, aangezien ze nu de kosten van de grondstoffen konden beheersen.

Koploper in de Russische metaalindustrie is het Norilsk Nickel-concern, inmiddels de grootste producent ter wereld van nikkel en palladium, basisingrediënten voor de productie van roestvrij staal. Zijn succes heeft het bedrijf tot een interessante prooi gemaakt voor zowel de staat als voor gretige oligarchen. Zo zouden de jeugdige oligarch Oleg Deripaska, onder meer eigenaar van aluminiumconcern Rusal, en Alisjer Oesmanov, onder meer eigenaar van de Britse voetbalclub Arsenal en metaalreus Metalloinvest, al langere tijd een oogje op het bedrijf hebben. Beiden hebben goede banden met het Kremlin, maar zijn tevens elkaars felste tegenstanders.

Dat een Russische milieuorganisatie onlangs een rechtszaak tegen Norilsk Nickel aanspande, waarin 180 miljoen dollar (116 miljoen euro) boete werd geëist wegens milieuvervuiling, is daarbij in zekere zin extra verontrustend. Want vaak worden zulke rechtszaken door de staat aangegrepen om een bedrijf deels te over te nemen.

Door de fusie van de Russische aluminiumgiganten Rusal en Sual met het Zwitserse concern Glencore is Rusland al marktleider geworden op het gebied van aluminiumproductie. Die productie verslindt in de regel veel energie. De elektriciteit die benodigd is voor het smelten bedraagt zelfs eenderde van de productiekosten. En daar profiteert Rusland van. Want sinds de sluiting van smelterijen in Noord-Amerika en West-Europa zijn in Rusland nieuwe fabrieken opengegaan, die goedkoop produceren omdat Russische energie bijna niets kost.

Op het gebied van edelstenen telt Rusland eveneens mee. Staatsbedrijf Alrosa, geleid door minister van Financiën Aleksej Koedrin, levert 97 procent van de Russische productie van industriële diamant en een kwart van die van de hele wereld. En dan zijn er nog de goudmijnen in Siberië en het Verre Oosten, waar de productie nog vele malen kan worden vergroot. Van het Russische goud en zilver wordt 70 procent uitgevoerd.

De metaalbedrijven zijn vaak eigendom van de staat of van aan de staat gelieerde oligarchen. Het beeld dat de oligarchen minder macht zouden hebben dan een aantal jaar geleden, is dan ook een mythe. Zij zijn er nog steeds, al hebben ze hun absolute onafhankelijkheid grotendeels verloren en zijn ze tegenwoordig met handen en voeten aan de bureaus van hun belangenbehartigers in het Kremlin vastgeketend.

Als de overheid de metaalbedrijven al niet zelf leidt, houdt zij die nauwlettend in de gaten. De bedrijven merken het aan de belasting die ze moeten betalen, want die is evenredig aan de omvang van een bedrijf. Romanov: „Voor iedere productiesoort in Rusland bestaat een andere vorm van belasting. Aan de ene kant worden bedrijven daardoor in staat gesteld te groeien, maar anderzijds krijgen ze extra belasting opgelegd als ze te groot worden. Voor sommige bodemschatten is dat niet zo vreemd: olie is tenslotte eigendom van het hele land.”

De staatsbemoeienis met de metaalindustrie beschouwt Romanov als een positieve ontwikkeling. „Er bestaat op dit moment een gunstig evenwicht voor de ontwikkeling van onze branche. Zo beschermt de overheid de binnenlandse markt tegen oneerlijke concurrentie van buitenlandse toeleveranciers en ijvert ze er tegelijkertijd voor dat Russische metaalproducten op de internationale markt niet worden achtergesteld bij westerse metalen. Ook investeert de overheid de komende zeven jaar 50 miljard euro in de modernisering van de metaalindustrie en moedigt ze de onderlinge concurrentie aan.”

Voor de kleine MZOTSM is er dus voorlopig geen vuiltje aan de lucht. De vijf hectare grote fabriek is een monument in Moskou en blijft dat hopelijk. Als directeur Aleksandr Toegarev in de verpakkingshal op de houten kisten wijst waarin zijn producten klaarliggen om naar steden in het hele land en het buitenland te worden vervoerd, glimlacht hij en zegt: „Ja, ik werk hier al dertig jaar.” Dan gooit hij zijn zoveelste sigarettepeuk in een afvalbak, zet zijn leren pet recht en loopt tevreden naar de fabriekspoort.

    • Michel Krielaars