Verscheurd tussen punk en skinhead, goed en kwaad

Skin. Regie: Hanro Smitsman. Met: Robert de Hoog, John Buijsman, Sylvia Poorta, Vincent Vianen. ***

Skin is weer eens een telefilm die wel overeind blijft in de bioscoop. Regisseur Hanro Smitsman concentreerde zich op een kwetsbare jongen in 1979 die klem zit tussen zijn vader en zijn moeder, tussen punk en skinheads, tussen blank en zwart, tussen goed en kwaad. Deze Frankie, subliem gespeeld door Robert de Hoog, leren we kennen als een kaalkop met een hakenkruistatoeage, die de politiecel in wordt gegooid en daarbij een agent op zijn gezicht mept. De volgende stap in het verhaal brengt ons terug naar enkele maanden daarvoor, toen hij nog een bos rood haar had en zijn vader hielp in de wasserij. Zo schakelt de hele film heen en weer tussen heden en verleden, een structuurkeuze die heel goed bij de inhoud past.

Frankie wordt namelijk ook heen en weer geslingerd tussen verschillende werelden. Een daarvan wordt vertegenwoordigd door zijn vader, ook erg goed gespeeld door John Buijsman, die een concentratiekamp heeft overleefd en met zijn gedachten nooit helemaal bij zijn kleine gezin is. Dat ergert Frankie wel, maar hij kan ermee leven omdat zijn moeder het ook kan. Maar als zijn moeder ernstig ziek wordt en zijn vader ook op dit moment geen ruggengraat toont, breekt er iets bij Frankie. Zijn haren gaan eraf, zijn punkvrienden verruilt hij voor skinheads en als hij met zijn motor door de stad rijdt, is het met een verbetenheid die angstig maakt.

Zo zet Smitsman zijn film op het goede spoor. Hij gebruikt af en toe opzichtige, om niet te zeggen goedkope montagetrucjes om de spanning te verhogen – het onderbreken en weer opnemen van een enkele beweging – maar spannend is Skin zeker.

    • Bas Blokker