Tragedie hoeft geen splijtzwam te worden

China richt ten onrechte zijn pijlen op de Dalai Lama. Juist hij biedt een vreedzame uitweg uit de crisis, meent Timothy Garton Ash.

Tekening Riber Hansson Hansson, Riber

We kampen met ten minste drie problemen bij onze reactie op de huidige tragedie voor de Tibetanen. We weten onvoldoende wat er werkelijk gebeurt, want de Chinese overheid verhindert uit alle macht dat we daarachter komen door journalisten te verjagen, de gebruikelijke censuur op het internet nog eens aan te scherpen en ons leugens te vertellen. We voelen ons niet bij machte het drama dat zich ontrolt te voorkomen. En we moeten ons medeleven met de Tibetanen afzetten tegen ons belang bij een heilzame ontwikkeling in China. Toegeeflijkheid tegen Peking uit politiek en commercieel kortetermijnbejag is verwerpelijk; een poging onze hulp aan de Tibetanen zo in te kleden dat ze de ontwikkeling in China niet belemmert is dat niet. Dat is staatsmanschap – en ook een kwestie van ethiek.

Tot zover de goede reden om op de onderdrukking van de boeddhistische monniken in Tibet niet zo te reageren als we op de onderdrukking van de boeddhistische monniken in Birma hebben gedaan. Nee, we moeten niet heel China economische sancties opleggen zoals we dat bij Birma doen. Ook moeten we niet de Olympische Spelen van Peking boycotten. Er staat te veel op het spel.

Misschien is het zinvol de VN op te roepen om waarnemers naar Tibet te sturen, al zal China daar zeker een veto over uitspreken. Van even groot belang is het om de Chinese overheid te houden aan haar belofte – die ze op het ogenblik breekt – buitenlandse journalisten toe te staan zich in de aanloop naar Olympische Spelen in heel China vrij te bewegen. (Dus als er geen verslaggevers naar Tibet mogen, kan dit alleen maar betekenen dat Tibet geen deel van China is.)

Toch weten we dat dit alles de Chinezen niet zal beletten gewapenderhand in te grijpen: de klop op de deur om 4 uur ’s nachts, de bekende machinerie van een politiestaat. Tibetanen worden al gearresteerd als ze een afbeelding van de Dalai Lama bezitten. En daar wringt nu juist de schoen. Want de verbannen 72-jarige geestelijk en politiek leider van de Tibetanen blijft de enige zichtbare sleutel tot een vreedzame oplossing. Uit alle verhalen van reizigers in die contreien blijkt dat hij nog altijd de liefde en trouw van het merendeel van zijn volk geniet. Tegelijkertijd biedt hij de Chinese leiders een begaanbare weg naar een autonomie voor Tibet à la Hongkong, zonder volledige onafhankelijkheid. Als zij een rationele afweging van hun eigenbelang op lange termijn zouden maken, zouden ze die weg opgaan.

Maar dat doen ze niet. Met de dubbelhartigheid die repressieve regimes kenmerkt, zeggen de communistische leiders van China dat hij een onbeduidend, feodaal relikwie is, maar ze raken niet over hem uitgepraat. Ze zetten hem steevast weg als ‘splijtzwam’, dat wil zeggen iemand die Tibet van het vaderland wil afsplitsen door naar onafhankelijkheid te streven. Deze week ging de anders zo gematigde Chinese premier Wen Jiabao tekeer over het ‘incident’ in Tibet dat „met voorbedachten rade was georganiseerd, beraamd en uitgelokt door de Dalai-kliek”. Dit bewees naar zijn zeggen dat „de beweringen van de Dalai-kliek dat ze niet naar onafhankelijkheid maar naar een vreedzame dialoog streeft, niets anders dan leugens zijn”.

Met deze uitspraak dat zwart wit is keren we terug naar de ergste stalinistische demagogie, want ze is niet alleen in strijd met de waarheid maar gaat er lijnrecht tegenin.

De Dalai Lama herhaalt telkens weer dat hij niet naar volledige onafhankelijkheid streeft. Er is momenteel geen mens op de wereld die openlijker, consequenter en ondubbelzinniger de vreedzame weg is toegedaan. Deze week heeft hij nog gedreigd om af te treden als politiek leider van de Tibetaanse regering in ballingschap als zijn aanhangers hun toevlucht tot geweld zouden nemen. Er is geen enkele aanwijzing dat hij tot de opstand in Tibet heeft aangezet. Integendeel, het feit dat de volkswoede is overgekookt tot straatprotesten – inclusief enig geweld tegen onschuldige Han-Chinezen en lokale moslims – doet vermoeden dat ten minste een aantal Tibetanen genoeg heeft van de vreedzame koers die hij hun al zo lang voorhoudt.

De Chinese leiders begrijpen dan ook niets van de bedoelingen van de Dalai Lama of stellen ze in elk geval verkeerd voor. (Om hoeveel werkelijk onbegrip en om hoeveel bewuste leugens het gaat, is een interessante vraag.) Waarschijnlijk onderschatten ze ook zijn macht. Zoals Stalin vroeg „hoeveel divisies de paus had”, vragen zij misschien wel „hoeveel divisies de Dalai Lama heeft”. In dat geval zijn ze even kortzichtig als Stalin was. Net als paus Johannes Paulus II valt de 14de Dalai Lama de genegenheid van niet alleen zijn eigen volk ten deel, maar ook van miljoenen over de hele wereld, een van de zuiverste vormen van ‘zachte macht’.

Van onze kant onderschatten wij vaak het politieke belang van symbolische handelingen als een ontmoeting met een verbannen of dissidente leider. Zelfbenoemde realisten doen dit lacherig af als symboolpolitiek en demonstreren daarmee hun eigen gebrek aan realisme. Want iedereen die een repressief bewind heeft meegemaakt – Zuid-Afrika onder de apartheid, Tsjecho-Slowakije onder het sovjetcommunisme, of Birma onder de generaals van nu – weet hoe enorm belangrijk voor het onderdrukte volk die daden van symbolische erkenning zijn, of ze nu Nelson Mandela, Václav Havel of Aung San Suu Kyi betreffen. Het is geen toeval dat de website van de Tibetaanse regering in ballingschap een liefdevolle opsomming geeft van alle „wereldleiders die Zijne Heiligheid de Dalai Lama heeft ontmoet”, onder wie de afgelopen jaren de premiers van Canada, Australië, Hongarije en België, de president van de Verenigde Staten en de Duitse kanselier Angela Merkel.

De Chinese autoriteiten kennen ook het belang van deze ontmoetingen; anders zouden ze die niet met zoveel moeite proberen te verhinderen. Zij zijn in dit verband de echte ‘splijtzwammen’, die proberen een verdeel-en-heerspolitiek te voeren tegenover vrije landen die naar hun economische gunsten dingen.

Dit was ongetwijfeld de reden, niet een bredere ethische of strategische zorg, dat de Britse premier aarzelde voordat hij, onder druk, toezegde de Tibetaanse leider te ontmoeten. Over één ding moeten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken tijdens hun komende informele bijeenkomst het dan ook absoluut eens worden: dat álle Europese regeringsleiders de Dalai Lama wanneer hij aanklopt als vanzelfsprékend zullen ontvangen. En hetzelfde zou moeten gelden voor elk ander vrij land, van Australië tot Brazilië.

Met het vastleggen van dit principe zouden we Peking drie belangrijke boodschappen sturen: dat democratieën niet zo gemakkelijk te splijten zijn; dat de Dalai Lama waarachtig de weg van vreedzaamheid en onderhandeling vertegenwoordigt (ja, belichaamt); en dat wij ten volle betrokken willen zijn bij het moderniserende China en deze zomer prachtige Olympische Spelen willen vieren.

Maar niet over de lijken van boeddhistische monniken.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford.

    • Timothy Garton Ash