Samenstelling ‘expert groups’ EU snel onthuld

De samenstelling van adviserende groepen van de Europese Commissie is onevenwichtig, zegt een Brusselse ‘lobbywaakhond’ naar aanleiding van een eigen onderzoek.

Wilmer Heck

In 2020 moet 10 procent van de olie en diesel uit biobrandstoffen bestaan, zo stelde de Europese Commissie begin 2007 voor. De regeringsleiders gingen met de plannen akkoord, maar door wetenschappers en niet-gouvernementele organisaties werden ze vervolgens afgeserveerd. Voor de teelt van biogewassen zou het oerwoud moeten wijken, terwijl de afname in CO2-uitstoot beperkt zou blijven.

Een goed voorbeeld van hoe het gaat als het bedrijfsleven overmatige invloed heeft op Brusselse besluitvorming. Althans, zo menen maatschappelijke organisaties, verzameld in de Europese lobbywaakhond Alter EU. In het vandaag verschenen rapport ‘Secrecy and corporate dominance’ concluderen zij dat ruim 25 procent van de zogenaamde ‘expert groups’ in Brussel wordt gecontroleerd door industriebelangen. In 64 procent van de gevallen zou de industrie oververtegenwoordigd zijn.

„De experts die de Commissie over biobrandstoffen adviseerden waren vooral afkomstig uit de auto-industrie, de agrarische sector en de chemische industrie. Die hadden baat bij een succesverhaal, want dan zou er minder geïnvesteerd hoeven worden in schone motoren. Als er ook mensen van de milieubeweging aan tafel hadden gezeten was de kritiek eerder naar voren gekomen”, aldus woordvoerder Paul de Clerck van milieubeweging Friends of the Earth, een van de organisaties in Alter EU.

De Europese Commissie stelt een groep van experts samen om een wetsvoorstel voor te bereiden. Door advies in te winnen bij deskundigen uit diverse geledingen (bedrijfsleven, academici, nationale ambtenaren en ngo’s) kan een Commissie-ambtenaar een evenwichtig voorstel schrijven. Het bepalen van de samenstelling van de ruim 1.800 groepen is lastig. Onder druk van het Europees Parlement, dat het reisbudget voor de experts dreigde te blokkeren, beloofde Commissie-voorzitter Bar roso openheid van zaken, onder meer via een register. De Clerck: „Dat is nog steeds onvolledig. Over veel groepen wordt gemeld dat er zowel ‘industrie’ als NGO’s in zitten, maar niet in welke verhouding. Daar gaat het juist om.”

De Commissie krijgt bijval van de Rotterdamse politicoloog en lobbydeskundige Rinus van Schendelen. Volgens hem gaat het om „een gigaklus, maar de inventarisatie vordert gestaag”. Hij voegt eraan toe dat „over Haagse externe werkgroepen” zelfs niet „het begin van een site” bestaat. In een reactie belooft de Europese Commissie dat het monnikenwerk snel wordt afgerond. „Het proces van het publiceren van alle namen zou rond de zomer klaar moeten zijn”, aldus een woordvoerder.

Dat punt heeft Alter EU binnen, maar Brussel ontkent dat de industrie is oververtegenwoordigd. Volgens de Commissiewoordvoerder zijn lobbyisten uit het bedrijfsleven aanwezig in ruim 20 procent van de groepen, wat slechts iets meer zou zijn dan voor NGO’s geldt. De Clerck doet deze opmerking af als „niet onderbouwd”.

De kwetsbaarheid van het Alter EU-rapport is dat het zich beperkt tot een onderzoek naar 44 expert groups. „Veel te weinig om er conclusies aan te verbinden”, aldus Van Schendelen. Indien wel sprake zou zijn van oververtegenwoordiging zou dat wegens de invloed van de deskundigen „zéér bedreigend zijn voor de kwaliteit van de besluitvorming”, zo meent hij. „Maar 44 is wel erg weinig.”

De Clerck: „Omdat het register onvolledig is, moesten we de meeste gegevens opvragen bij de Commissie. In eenderde van de gevallen kregen we nooit antwoord.”

Als de Commissie zich aan haar belofte houdt is er voor de zomer duidelijkheid. Wat er volgens De Clerck moet gebeuren als blijkt dat de beweringen van Alter EU kloppen? „Alle onevenwichtig samengestelde groepen opdoeken.”

Het register is in te zien via nrc.nl/europa

    • Wilmer Heck