Regering passeert senaat

Nederland heeft een Europees verdrag over sociale zekerheid gedeeltelijk opgezegd. De Eerste Kamer is boos. Wat is er aan de hand?

De aanleiding voor de opzegging is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Die bepaalde in 1996 dat de staat 180.000 euro premie plus rente moest terugbetalen aan een werknemer die in 1987 ernstig hersenletsel had opgelopen bij een bedrijfsongeval en sindsdien wordt verpleegd in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechter baseerde deze uitspraak op deel zes van de Europese code inzake sociale zekerheid, waarin staat dat aan mensen die ziek zijn geworden door een bedrijfsongeval of een beroepsziekte geen eigen bijdrage mag worden gevraagd voor zorg.

De uitspraak kan de staat 70 miljoen euro per jaar kosten, schat de regering, dus moest het verdrag op dat punt worden opgezegd. Voorgaande kabinetten hebben in 1988 en 1998 al geprobeerd dit deel op te zeggen, omdat ze zich realiseerden dat het niet strookte met het Nederlandse stelsel. Maar de Tweede Kamer hield de opzegging telkens tegen.

De felste tegenstanders van de opzegging waren de vakbeweging en de SP. Zij voeren aan dat het in alle Europese landen praktijk is dat patiënten met een beroepsziekte geen eigen bijdrage betalen voor hun behandeling. Waarom in Nederland dan wel?

Dat komt, stelt het kabinet, doordat in het Nederlandse stelsel geen verschil gemaakt wordt tussen mensen die in hun vrije tijd ziek worden en mensen met een beroepsziekte of een bedrijfsongeval. Ze betalen dezelfde premies en kunnen aanspraak maken op dezelfde regelingen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft lang getwijfeld of de code wel gedeeltelijk opgezegd moest worden. Naast de SP maakten ook de regeringspartijen zich zorgen of de rechten van werknemers voldoende beschermd zouden blijven. Daardoor zag het er tot vorige week nog naar uit dat de opzegging weer niet zou doorgaan. Pas donderdag bleek dat een meerderheid van de Kamer toch akkoord ging. De opzegging, die het kabinet al in Brussel had aangekondigd, kon uiterlijk zondag worden teruggedraaid. Dat gebeurde niet.

De Eerste Kamer is in dit proces gepasseerd. De senatoren kwamen dinsdag pas bij elkaar en stonden voor een voldongen feit. In een interpellatiedebat met de verantwoordelijke bewindslieden uitten zij hun ergernis. De ministers boden excuses aan, maar konden verder niets doen: de opzegging is onherroepelijk.

Toch gaat de Eerste Kamer er nog over debatteren. Bevalt de opzegging de senatoren niet, dan wordt dit deel van de code opnieuw geratificeerd.

Claudia Kammer