Privacyschending is beste van twee kwaden

Huisbezoeken hebben fraude en criminaliteit teruggedrongen. Bij elke uitkeringsaanvraag moet er standaardcontrole komen, vindt Arre Zuurmond.

‘My home is my castle, the wind may blow through it, the storm may enter, the rain may enter, but the King of England cannot enter; all his forces dare not cross the threshold...” Met een verwijzing naar deze gerechtelijke uitspraak uit 1604 pleit F. Kuitenbrouwer voor het zeer terughoudend toepassen van huisbezoeken door sociale diensten en interventieteams. Het huisrecht is immers een grondrecht, dat we niet licht mogen schenden (NRC Handelsblad, 18 maart).

Deze op zich juiste gedachte moet echter wel van enkele kanttekeningen voorzien worden. Het is een klassiek grondrecht, nog stammend uit de tijd dat de burgers hun zelfstandigheid ten opzichte van de staat moesten bevechten. De almachtige koning (l’etat c’est moi) speelde voor wetgever, politie en rechter tegelijk.

Dit was ook de tijd van de nachtwakersstaat: de burger kon geen beroep doen op onderwijs of uitkeringen. De sociale grondrechten zijn van veel later datum en wat Kuitenbrouwer over het hoofd ziet is dat er een zekere spanning zit tussen de klassieke grondrechten en de sociale grondrechten.

Hoe vervelend we het ook vinden, maar bij sociale grondrechten ligt grootschalig misbruik op de loer. De overheid heeft het recht maar ook de morele plicht om de rechtmatigheid van uitkeringen uitgebreid te controleren. Huisbezoeken zijn daarvan een vanzelfsprekend onderdeel. Deze zouden niet alleen op basis van vermoedens tot fraude moeten plaatsvinden, maar standaard bij elke uitkeringsaanvraag.

In België volgt op een inschrijving in het bevolkingsregister steevast een bezoek van de politie. Er zitten zoveel rechten verbonden aan een inschrijving in dat register (recht op uitkering, recht op stemmen, etc.), dat onze zuiderburen hier voorzichtig mee omgaan. Het is een rechtsstatelijke daad, geen administratieve handeling.

Ik ben in het recente verleden intensief betrokken geweest bij de door Kuitenbrouwer bekritiseerde huisbezoeken. Ik heb meegewerkt aan het ‘risicogestuurd handhaven’. Concreet kwam het erop neer dat wij een lijst van 1.800 ‘vermoedelijk illegale verblijfsinrichtingen’ hebben ingevoerd in de computer van burgerzaken, alsmede een lijst van circa 3.000 adressen van straten met de ergste misstanden. Elke keer als een inwoner zich aanmeldde voor één van deze 4.800 adressen, werd deze inwoner verteld dat inschrijving pas definitief kon worden, na fysieke controle van het pand.

In die tijd bestond er een levendige handel in traptreden: je kon voor ongeveer 80 euro een traptrede huren, je daarop inschrijven bij burgerzaken, waarna de sociale dienst je een uitkering van ten minste 700 euro moest geven.

Door de invoering van de controleprocedure zagen wij de inschrijvingen op die 4.800 adressen met 80 procent teruglopen. Bijgevolg ontstonden er geweldsincidenten aan balies van de sociale dienst. De politie is daar meerdere keren voor uitgerukt. Tot mijn stomme verbazing vroegen de medewerkers van de sociale dienst of wij alstublieft wilden doorgaan met onze harde aanpak: voor het eerst ervoeren deze medewerkers dat ze een instrument hadden om het grootschalige en openlijk provocerende misbruik een halt toe te roepen.

Deze controle was onderdeel van een pakket maatregelen waarmee vele duizenden uitkeringen zijn stopgezet. De interventie- teams kijken niet alleen naar fraude, maar ook naar verwaarlozing, huiselijk geweld, het illegaal aftappen van elektriciteit, illegale hasjkweek, enzovoort. Daartoe zijn zij volgens een protocol getraind om vanuit vijf verschillende professionele perspectieven te speuren naar misstanden. Dit wordt ‘meervoudig kijken’ genoemd. Op die manier komen niet vijf verschillende overheidsdiensten elk afzonderlijk binnengestormd, maar komt er één professional namens vijf overheidsdiensten controleren.

De gemeente heeft door het opzetten van het programma ‘hoogwaardig handhaven’ ervoor gezorgd dat de inwoners van haar stad weer weten dat democratisch afgesproken normen ook voor iedereen gelden.

Dat is fors anders dan tien jaar geleden. Toen was de stad een magneet en een vrijstaat voor tuig. Dat tuig terroriseerde de stad, wat zich uitte in veel geweldplegingen en inbraken. Daardoor wisten steeds meer burgers wat het was om een inbreuk te ondergaan op de integriteit van het lichaam of het huisrecht. De staat kwam in die tijd niet binnen, maar inbrekers wel.

In mijn beleving verliest de democratische rechtsstaat zijn legitimiteit als hij zich laat leiden door een verabsoluteerd, formeel juridisch geïnterpreteerd huisrecht (onderdeel van het recht op privacy), terwijl hij de ogen sluit voor rechtschendingen die ontstaan door het te strikt vasthouden aan privacy.

De staat moet mijns inziens niet alleen een afweging maken tussen klassieke en moderne grondrechten. Hij moet met name een evenwicht vinden tussen de mate waarin hij als staat inbreuk maakt op die klassieke grondrechten en de mate waarin daarvan afzien leidt tot geweld en inbreuken op die grondrechten door burgers onderling.

Doet hij dat niet, en verabsoluteert hij het huisrecht en de privacyrechten, dan erodeert de rechtsstaat door het wegvallen van de legitimiteit en wordt eigenrichting de norm. Het kind is dan met het badwater weggegooid en we zijn dan nog verder verwijderd van het ideaal dat ik met Kuitenbrouwer deel.

Prof. Dr. Arre Zuurmond is hoogleraar Bestuurskunde aan de TU Delft.

De column van Frank Kuitenbrouwer is na te lezen op nrc.nl/kuitenbrouwer

    • Arre Zuurmond