OM: in zaak-Post fouten gemaakt

Het Openbaar Ministerie erkent dat er fouten zijn gemaakt bij de opsporing en vervolging van de bejaardenverzorgster Ina Post, midden jaren tachtig. Maar het wijst er ook op dat er sindsdien vele maatregelen zijn genomen om de kwaliteit te verbeteren.

Gisteren publiceerde de Commissie Evaluatie Afgedane Strafzaken (CEAS) een onderzoeksrapport over deze veroordeling uit 1987 wegens doodslag op een bejaarde en valsheid in geschrifte. Post zou betaalcheques hebben gestolen en die met een valse handtekening hebben verzilverd. Volgens de commissie is er op essentiële punten twijfel gerezen aan de kwaliteit van het rechercheonderzoek. Zo zou het tijdstip van overlijden van het slachtoffer verkeerd zijn vastgesteld „waardoor een groot deel van de onderzoeksresultaten op losse schroeven komt te staan”.

Het college van procureurs-generaal, dat de leiding vormt van het OM, heeft het rapport doorgezonden naar de Hoge Raad. Daar zal de procureur-generaal over een paar maanden adviseren of de zaak inderdaad moet worden herzien.

Ina Post heeft haar straf van zes jaar al uitgezeten. Op vier eerdere verzoeken om de zaak te herzien heeft de Hoge Raad steeds afwijzend geoordeeld. Vorig jaar diende haar advocaat, Geert-Jan Knoops, een vijfde verzoek in. Hij meent dat er ook binnen het OM al twijfels bestonden. Dat zou blijken uit het feit dat het college van procureurs-generaal zelf besloot de zaak-Post bij de commissie aan te dragen voor nader onderzoek.

Het OM zegt vanochtend dat zich inderdaad manco’s hebben voorgedaan. Maar de commissie sprak geen oordeel uit over de schuld van Post. Wel kan het rapport „tot een ander oordeel leiden”.

Knoops meent dat na het advies van de commissie de Hoge Raad niet aan herziening kan ontkomen.

Lees het rapport via nrc.nl/binnenland