Oliestaat Nederland

De woorden ‘koppelen’ en ‘ontkoppelen’ behoren niet alleen tot het jargon van de sociale verzekeringen. Ook in de wereldeconomie woedt op dit moment het debat over ‘de koppeling’. De vraag is hier in hoeverre de rest van de wereld last krijgt van een recessie in de Verenigde Staten.

Dat leidt tot een dubbele onzekerheid bij prognoses over de Nederlandse economie. Het is al lastig te voorspellen hoe hevig terugval van de Amerikaanse conjunctuur zal zijn. Daar komt nog bij dat er onzekerheid is over het effect dat dit zal hebben op de bedrijvigheid in Nederland.

Het Centraal Planbureau (CPB) blijkt een middenkoers te volgen. Dat is onder de huidige omstandigheden ook het verstandigst. In het Centraal Economisch Plan, dat gisteren werd gepubliceerd, prijkt voor 2008 een geraamde economische groei van 2,25 procent, die volgend jaar terugloopt tot 1,75 procent. Onder de huidige omstandigheden zijn dat gunstige prognoses. De economische groei nam in de loop van vorig jaar zo snel toe, dat Nederland het in de eerste kwartalen van dit jaar nog relatief goed doet. Het duurt, kortom, een tijdje voor het effect van 2007 is uitgewerkt.

Opvallend is dat het begrotingssaldo niet lijdt onder de geleidelijke vertraging in de groei. Integendeel, het overschot loopt verder op tot 1,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2009. Dat betekent niet dat er geen risico’s zijn. De mogelijke varianten die het CPB heeft uitgewerkt, wekken de indruk dat de tegenvallers venijniger zijn dan eventuele meevallers.

De onzekerheid in de wereldeconomie noopt dan ook tot de nodige voorzichtigheid bij het opstellen van prognoses. De internationale kredietcrisis zorgt voorlopig nog steeds voor golven van slecht nieuws. En die zijn zeer onvoorspelbaar gebleken. Mochten, om maar een voorbeeld te noemen, pensioenfondsen de waarde van hun beleggingen verder zien teruglopen, dan heeft dat consequenties voor de koopkracht.

Belangrijker nog is dat de gunstige prognoses voor een groot deel zijn gebaseerd op dé nationale bodemschat: aardgas. Een sterk verhoogde productie bezorgde de economie in de loop van 2007 de vaart waarvan in 2008 nog wordt geprofiteerd. Aardgasbaten zijn ook de belangrijkste oorzaak voor de gunstige ontwikkeling van het begrotingssaldo. Het is, kortom, maar gedeeltelijk de interne economische dynamiek die het land dit en komend jaar op de been houdt.

De aardgasproductie en de binnenkomende baten hebben een meer dan marginaal effect. Het CPB ging uit van een gemiddelde olieprijs van 87 dollar per vat in dit en volgend jaar bij een eurokoers van 1,45 dollar per euro. Bij een marktprijs van rond de 110 dollar kunnen er, zelfs bij een dollar die zwakker uitvalt, nog meevallers optreden. Het bezit van bodemschatten maakt gemakzuchtig. Het beleid moet gericht zijn op het structureel versterken van de economie, ook al vallen de vooruitzichten mee. De derde, gewenste, vorm van ontkoppeling is die van de economie en het aardgas.