Na de Britten nu de Polen in Duits Laarbruch

De komst van duizenden Oost-Europeanen leidt tot huisvestingsproblemen.

In Laarbruch (D) biedt een oud vliegkamp soelaas.

Buurtcentrum van Laarbruch. Hier ontmoeten de bewoners elkaar na het werk en in het weekeinde. Foto’s Florèn van Olden Laarbrucht Duitsland 18-3-2008 700 voornamelijk polen wonen op voormalig Engelse legerbasis Laarbrucht. Zij gaan vanuit hieruit elke ochtend naar hun werk dat zij verkrijgen via uitzendbureau otto. Volgens tests van de uitzendorganistatie werken de krachten van Otto ruim 30 % harder dan andere uitzendkrachten. Otto bied voor 50 euro per week deze huisvesting. Foto Floren van Olden Migratie gastarbeid polen legerbasis huisvesting Olden, Floris van

Vrszula Szymanek (45) wrijft vergenoegd in haar handen en wijst naar de ingepakte tas die al op de gang staat. „Ik ga naar Polen over drie dagen”, glimlacht ze, „Pasen vieren met mijn kinderen.” Szymanek en haar man werken al zeven jaar in Nederland. Zij is kantinemedewerkster, hij heftruckchauffeur. Ze willen het liefst dat hun drie volwassen kinderen ook naar Nederland te komen. „Mijn oudste is verpleegster”, vertelt Szymanek, „maar die kan hier met inpakken in een week verdienen wat ze in een maand in Polen verdient.”

Szymanek woont nu drie jaar op de voormalige Britse vliegbasis Laarbruch, net over de Duitse grens bij Venray. Daar zijn de onderkomens van de Britse militairen verbouwd door uitzendbureau OTTO Workforce, voor de huisvesting van hun buitenlandse werknemers, voornamelijk Polen. Het ligt afgelegen, maar algemeen directeur Frank van Gool (42) noemt Laarbruch „een prachtige oplossing” voor het huisvestingsprobleem dat werkgevers van arbeidsmigranten in Nederland steeds vaker hebben.

Het is bijna een gewoon dorp, Laarbruch. Voor de twee-onder-een-kapwoningen staan auto’s voor de deur. Er hangen lakens uit de ramen en de bewoners hebben plantenbakken op de stoep gezet. Even verderop staan grotere wooncomplexen, de voormalig kazernes, waar zestig mensen wonen in eenpersoonskamers. OTTO Workforce huurt de woningen van Luchthaven Weeze, eigenaar van het 620 hectare grote terrein. OTTO huisvest er nu zevenhonderd werknemers; eind dit jaar zullen dat er duizend zijn.

Osuch Zkigmiez (25) woont in een gezinswoning en is net aan zijn avondmaaltijd begonnen. Hij woont sinds oktober in Laarbruch, samen met zijn vriendin. Het leven in Laarbuch is saai, zegt hij. „Ik durf in het weekend niet uit te gaan. Ik wil geen risico’s nemen. Een vriend van mij is laatst in een gevecht beland en is toen door de directie naar Polen teruggestuurd.” Hoofd van de parkmanagers, Adam Kucharuk, bevestigt dat er streng toezicht is om ongeregeldheden te voorkomen. „Als er iets gebeurt wat niet door de beugel kan, ondernemen we meteen actie.”

Bij OTTO Workforce lopen de zaken goed, met een jaaromzet van 100 miljoen euro in het verschiet. Al acht jaar werkt het uitzendbureau met Oost-Europese werknemers, die ze werven in hun kantoren in Polen, Tsjechië en Slowakije. „We werken graag met deze mensen”, zegt algemeen directeur Van Gool. „Ze werken harder en zijn veel gemotiveerder dan Nederlandse uitzendkrachten.” Op het moment heeft het bedrijf drieduizend buitenlandse krachten aan het werk, die gehuisvest zijn in één van de 21 woonlocaties. Laarbruch is daar de grootste van.

Het uitzendbureau heeft „een paar miljoen” geïnvesteerd in Laarbruch. De vervallen woningen waren al jaren niet meer bewoond en werden opgeknapt. In het centrum van het dorp werden sociale voorzieningen gebouwd. Na het werk en in het weekeinde kunnen de werknemers elkaar ontmoeten en ontspannen in het buurtgebouw, waar een bar en een fitnesscentrum zijn gebouwd. De zaalvoetbalhal van het complex is ook nog bruikbaar, net als de bioscoop.

Het liefst ziet Van Gool ook dit soort wooncomplexen in Nederland verrijzen. „De komende twintig jaar hebben we de Oost-Europese werknemers hard nodig. Nu al zijn ze onmisbaar. Als de Polen morgen zouden staken, hebben we in de week daarna weinig in de winkels liggen.”

In het nabijgelegen Limburg hebben Gedeputeerde Staten net een voorstel ingediend om de limiet op het aantal te huisvesten buitenlandse werknemers in gemeenten op te heffen. Volgens gedeputeerde Ger Driessen (Ruimtelijk Beleid, CDA) zijn deze maatregelen bedoeld om gemeenten meer vrijheid te geven bij de huisvesting van arbeidsmigranten. „Gemeenten en bedrijven geven aan dat er steeds meer arbeidsmigranten uit Oost-Europa komen, de druk wordt te groot als we de mogelijkheden niet verruimen.”

Volgens Van Gool is het echter een plan dat „kant noch wal raakt”. Hij denkt dat het tuinders en boeren zal stimuleren nog meer werknemers onder „mensonwaardige omstandigheden” te huisvesten, bijvoorbeeld in schuren. Hij is tegen het idee dat buitenlandse werkkrachten op dezelfde plek wonen en werken, wat volgens hem tot „middeleeuwse situaties” leidt. „Wij denken dat Nederland het beloofde land is voor Polen”, zegt Van Gool, „maar ze gaan veel liever naar Engeland, Ierland of Scandinavië. Om Polen hier te houden, moeten we goede huisvesting kunnen bieden.”

In het buurtcentrum van Laarbruch zit de Slowaak Daniel Bednar (25) achter een computer. Hij werkt voor OTTO in het magazijn van Blokker. Zijn plan: drie jaar in Nederland werken, dan met geld terug naar Slowakije. Hoe vindt hij Laarbruch? Bednar haalt zijn schouders op en zucht. „Er is hier niet zoveel te doen. Volgend jaar wil ik naar Amsterdam.”

Lees een artikel van een CBS-medewerker over Oost-Europese arbeidsmigranten via nrcnext.nl/links

    • Elleke Bal